Slenteren langs de Beuys-bushalte; Wegwijzer van de jeugd van Joseph Beuys

Franz Joseph van der Grinten: Joseph Beuys am Niederrhein. Eine Wegleite. Foto's van Stefan Möller. Uitg. door Förderverein Museum Schlo Moyland, Kranenburg. 63 blz. Prijs ƒ 20,-.

Het is dit jaar tien jaar geleden dat Joseph Beuys overleed. Voor zijn adepten moet het een troost zijn dat de voetstappen van de meester nu letterlijk zijn na te volgen. Want de gebroeders Franz Joseph en Hans van der Grinten - vurige Beuys-bewonderaars en -verzamelaars - hebben een fraai boekje, een wegwijzer, uitgegeven waarin 26 plekken en plaatsen in het stroomgebied van de Nederrijn staan beschreven waar Beuys ooit heeft verbleven of die voor zijn ontwikkeling als kunstenaar van belang zijn geweest.

Franz Joseph zorgde voor de teksten en Stefan Möller maakte er stemmige, wat melancholieke, zwart-witte landschapsfoto's bij. Het boekje is chronologisch van opzet, begint bij de kleuter Beuys die in de melkhouderij van zijn vader in Rindern met koeien speelde en het jochie dat met zijn vader fietstochten langs de Rijn door de Ooijpolder naar Nijmegen maakte, en eindigt met een foto van de neo-gotische waterburcht Moyland in Kranenburg, dat dit jaar als museum voor de moderne-kunstverzameling van de Van der Grintens wordt geopend. De laatste datum waarop Beuys lijfelijk aanwezig is, is 1961, als in Kleef een solo-tentoonstelling van zijn werk wordt georganiseerd.

Een uitvouwbare detailkaart achterin toont in één oogopslag de beperkte actieradius van het boekje. Het is het grensgebied tussen Kalkar en Nijmegen, met Kleef als centrum, dat zich als reisdoel aanbiedt. Buiten beschouwing blijven Düsseldorf, waar Beuys les gaf aan de kunstacademie en onder groot tumult ontslagen werd; Kassel, waar hij op de Vijfde Dokumenta 100 dagen lang inlichtingen verstrekte over z'n Organisation für direkte Demokratie durch Volksabstimming, en in het algemeen alle grote plaatsen (New York, Venetië, Dublin, Basel) waar zijn werk op tentoonstellingen te zien was en hijzelf zijn Aktionen opvoerde.

Het is een intiem gidsje geworden, een petite histoire van het licht golvende boerenland waar Beuys' wortels liggen en dat hij altijd weer opzocht in tijden van geestelijke nood. Sensaties dienen zich dan ook niet aan, schrijft Franz Joseph wat weeïg in het voorwoord, wel 'wandelgangen in stilte'.

Dus slenter je als lezer van een naar Beuys vernoemde bushalte in Rindern, naar de boven z'n omgeving uittorenende Zwanenburcht in Kleef. Op de spits herken je de gouden zwaan die Beuys zo vaak vliegensvlug op papier ving. Daar in Kleef ging Beuys naar school, naar het gymnasium, waar hij de bijnaam 'Bomber' kreeg vanwege zijn buitensporig baldadige gedrag. Kleef is ook de stad van vorst Johann Moritz von Nassau-Siegen, die in de zeventiende eeuw een amfitheater, siertuinen met alleeën en kanalen, en een - inmiddels verwoeste - Hermitage aanlegde. Beuys huldigde Johann Moritz later in zijn bijdrage voor de Biennale van Venetie, Tram Stop.

Het zijn aardige details uit Beuys' leven en werk die Van der Grinten opvoert, en die bevestigen dat Beuys zich altijd voor alles een Nederrijner bleef voelen. Af en toe zijn Van der Grintens referenties aan Beuys te ver en vaag. Dan stuit je als lezer op een foto van een lege bank bij Sieben Quellen, een geliefde rustplaats in het Reichswald, waar Beuys vaak zou hebben gezeten om zich te laven aan de stemmen van de kindertjes die aan de waterkant kwamen spelen. Of je leest over de Jugenstil-kunstenaar Achilles Moortgat, met wie Beuys niets anders van doen had dan dat hij aan diens huis voorbijliep op weg naar school. Deze 'Landschaftserlebnisse' kan de Beuys-spoorzoeker probleemloos links laten liggen.

    • Lucette ter Borg