Nieuw Zeeland verkoopt groot plantagebos

De Nieuw-Zeelandse regering gaat een van de grootste plantagebossen van de hand doen. De minister van Financiën, Bill Birch, kondigde onlangs aan dat de regering de aandelen in het staatsbedrijf Forestry Corporation zal verkopen. Forestry Corporation bezit de kaprechten van het Kaingaroabos, dat in de depressiejaren voor de Tweede Wereldoorlog door werkloze arbeiders werd aangelegd.

Het bos van Kaingaroa (1.800 vierkante kilometer) maakt twaalf procent van de totale oppervlakte van de exotische bossen van Nieuw Zeeland uit. De Kiwi-bosbouw maakt een hausse door. Jaarlijks worden de 15.000 vierkante kilometer plantagebossen van het land met 900 vierkante kilometer uitgebreid, vooral als gevolg van een verwacht internationaal houttekort door toenemende vraag en mondiale bescherming van de overgebleven oerbossen.

De 2.000 vierkante kilometer bossen waarvoor Forestry Corporation de kaprechten bezit, moeten de Nieuw-Zeelandse belastingbetaler ruim twee miljard Nieuw-Zeelandse dollar (2,3 miljard gulden) opbrengen. “De staat was goed in het planten en beheren van bossen, maar de regering wil nu de verwerkingspotenties van het hout maximaliseren door Forestry Corporation te koop aan te bieden aan bedrijven met internationale distributienetwerken”, aldus Birch. Forestry Corporation heeft grote kapitaalinjecties nodig om de verwerkingscapaciteit van het hout uit de eigen bossen op peil te houden.

Ondanks de hoop van Birch dat met de verkoop van de kaprechten meer houtverwerking in eigen land zal plaatshebben, verklaarde hij echter dat de verkoop niet zal afhangen van de vraag waar het hout zal worden verwerkt. Oppositiepartijen en vakbonden hebben de aanstaande verkoop veroordeeld, omdat het land alle zeggenschap zal verliezen over de vraag waar het hout van de staatsbossen verwerkt zal worden.

De staat kan alleen de kaprechten verkopen en niet de grond, omdat de grond waarop de plantages zich bevinden wordt geclaimd door Maori-stammen, die menen dat deze onrechtmatig door de staat is verworven. Indien de claim van de autochtone bewoners wordt ingewilligd zullen de nieuwe eigenaren de kaprechten voor 55 jaar verkrijgen, zonder automatisch recht op vernieuwing.

De claim zal worden gehoord door het Waitangi tribunaal, genoemd naar het uit 1840 stammende Verdrag van Waitangi, waarin de Maori-stamhoofden de soevereiniteit overgaven aan de Britse Kroon, in ruil voor garanties op grondbezit en zeggenschap.

Het tribunaal, dat overstroomd is met claims en vele jaren achterstand heeft met de behandeling ervan, doet aanbevelingen aan de regering. Die zijn niet bindend, maar worden doorgaans wel door de regering uitgevoerd. Omdat grond zestig jaar geleden al in overheidshanden was en toen voor het eerst met exotische produktiebossen werd beplant, kunnen de Maori's alleen hopen op grondteruggave.

Indien de claim daarop niet wordt ingewilligd, dan gelden de nu te koop aangeboden kaprechten voor 70 jaar met recht op vernieuwing. De Maori's zijn overigens voorstander van de verkoop. Leith Comer, woordvoerder van de Te Arawa Mataatue Forest Claimants Working Group, voorziet injecties van nieuwe investeringen en expertise. “Er komen ook nieuwe mogelijkheden voor Maori's om mee te doen aan de ontwikkeling van de bosbouw in Nieuw Zeeland”, aldus Comer. Hij kondigde aan dat zijn stam overweegt samen met een internationaal bosbouwbedrijf een bod te doen op de kaprechten.

Een joint venture met Maori's is voor kopers van mogelijk groot belang, wanneer de autochtone bewoners de grond inderdaad terugkrijgen. De Nieuw-Zeelandse bedrijven Fletcher Challenge, Carter Holt Harvey (eigendom van het Amerikaanse International Paper) en het Amerikaanse Weyerhaueser hebben belangstelling getoond voor Forestry Corporation.

    • Hans van Kregten