Leger wint luchtoorlog achter computerscherm in De Peel

Langeafstandsraketten als Scuds vormen nog steeds een bedreiging. Patriots bieden bescherming. Militairen uit de VS, Duitsland en Nederland oefenden deze week in De Peel met het afweergeschut.

VREDEPEEL, 19 APRIL. Bijna niemand heeft het gemerkt, maar vier dagen lang is het oorlog geweest in het Nederlandse luchtruim. Vanaf een lanceerinstallatie in de Groningse Marnewaard werden 48 zogenoemde ballistische raketten - zoals uit de Golfoorlog beruchte Scuds - afgeschoten op economische centra in de zuidelijke helft van het land. Geen doden, geen gewonden, geen ravage: het betrof gesimuleerde langeafstandsprojectielen. De Luchtmacht was gisteren bijzonder tevreden, want met een satellietsysteem en splinternieuwe Amerikaanse apparatuur slaagden Patriots erin àlle nep-raketten te onderscheppen.

Joint Project Optic Windmill, zo heette de oefening, waaraan behalve geleide-wapeneenheden en F-16 vliegtuigen van de Luchtmacht Duitse en Amerikaanse eenheiden deelnamen. In totaal 750 militairen waren maandag aan het vierdaagse spektakel begonnen. In Noord-Limburg waren ze bijeen, op het terrein van de Groep Geleide Wapens (GGW) De Peel bij het gehucht Vredepeel, dat zijn naam dankt aan de beëindiging in 1950 aldaar van een eeuwenlange strijd tussen Limburgse en Brabantse turfstekers.

Achter de slagbomen van GGW De Peel zag je veel luchtmacht-blauw. Dat ondervond concurrentie van de groenbruine camouflage-pakken van Duitsers en Amerikanen. Op alle gezichten stond tevredenheid, die luchtmacht-kolonel P. de Vries in een toespraak verwoordde. Hij meldde ook dat het gevaar van raketten niet mag worden onderschat. “Denk maar aan de opmerking van de Chinezen in de recente crisis om Taiwan. Ze dreigden projectielen af te schieten op Los Angeles. Eerder was er natuurlijk de Golfoorlog van 1991.”

De Golfoorlog - het woord lag in Vredepeel op ieders lippen. Wat ging er mis, vroeg De Vries zich af. “De waarschuwing voor de Scuds kwam vrij laat”, antwoordde hij. “Met als gevolg dat ook het onderscheppen van die raketten vertraging opliep. Een ander groot manco was dat de geallieerden niet in staat waren de lanceerinstallaties van Irak te vernietigen. Die waren mobiel, na het afvuren was het inpakken en wegwezen. Tot het einde van de oorlog kon Saddam Hussein daardoor gevaarlijk blijven. Door de voortgeschreden technologie kan een vijandelijke actie nu tijdig worden ontdekt. De plek waar de Scuds werden gelanceerd kon - althans in deze oefening - snel worden opgespoord, zodat onze F-16 toestellen de installaties konden beschieten. Dat is de grootste winst van deze operatie.”

Nederlanders, Amerikanen en Duitsers oefenden al eerder met afweergeschut, maar in De Peel ging de samenwerking verder dan ooit. “Het komt het er op neer, dat de afweersystemen van de landen aan elkaar werden gekoppeld”, legt luchtmacht-kolonel H. Melker van de Directie Operaties uit. “Plat gezegd bouwde men de boel met stekkerdozen aan elkaar. De mannen hebben ook geleerd elkaars informatie te begrijpen.”

Op de slotmidddag tuurden veel van de militairen geconcentreerd naar hun schermen. Ook de laatste raket uit de Marnewaard moest uitgeschakeld worden. Het lukte. “Kon ook niet missen”, zei een van de Amerikanen, die zich de aanvoerders voelden van de oefening. De VS hebben de meeste en de modernste Patriots. Maar Nederland spreekt zeker óók mee, verzekerde Melker. Hij is er trots op dat Nederland, naast de Verenigde Staten en Duitsland, de enige natie in de NAVO is die over de Patriot beschikt. “Aanvankelijk werd de Patriot alleen ingezet tegen vijandige vliegtuigen”, verduidelijkte hij. “Daar gebruikt men nu de Hawk voor. Het is zonde om de verbeterde Patriot, die wel een miljoen per stuk kost, voor het killen van zo'n vliegtuig aan te wenden. Je moet hem pas laten opdraven als er Scuds in beeld komen.”

Kapitein P. Mommers staat bij een beeldscherm met daarop de kaart van het zuidelijke deel van Nederland. Cirkeltjes geven de met Patriots te verdedigen objecten aan. In Rotterdam zijn dat onder meer de haven en het centrum. “Wordt een Scud in Groningen afgeschoten, dan kan hij binnen twee minuten in Rotterdam zijn. Ons afweersysteem maakt hem al op zo'n twintig kilometer hoogte onschadelijk. Dat gaat automatisch, wij mensen moeten alleen voor een goede planning zorgen. Komt een vijandige raket in een onbeschermd gat terecht, dan kunnen we zelf ingrijpen, maar de kans is groot dat je hem niet goed raakt.”

Dat laatste gebeurde volgens Mommers in de Golfoorlog vaak. “De Scud werd getroffen, maar de bom erin werd niet onschadelijk gemaakt. Die stortte dan ergens anders neer. Dat kan nu minder gemakkelijk. Enerzijds doordat het gebied dat het afweergeschut bestrijkt, uitgebreider is. Anderzijds doordat de Scuds door de nieuwe technologie van de Patriots sneller worden opgespoord.”

“In de Golfoorlog kwam de informatie over afgeschoten Scuds bij de satelliet van de Amerikanen in Israel binnen”, herinnert een woordvoerder van de luchtmacht zich. “Die gaven hem telefonisch door aan de Israeliërs. Die Israeliërs belden de Nederlanders die met hun Patriots bij Jeruzalem stonden. Dat ging stap voor stap, men verspeelde er vele kostbare seconden door. Dat zal niet meer voorkomen.”

    • Guido de Vries