KEMA hard op zoek naar werk in het buitenland

ARNHEM, 19 APRIL. Energieconsulent KEMA heeft vorig jaar een lelijke klap opgelopen door het moratorium op nieuwbouw van grote centrales voor de Nederlandse elektriciteitssector. De winst daalde van 19 miljoen gulden in 1994 naar 5,3 miljoen. In Nederland nam de omzet met 10 miljoen gulden af. De omzet die KEMA aan derden factureerde steeg tot 285 miljoen gulden, maar op basis van “eigen toegevoegde waarde” daalde de waarde van opdrachten met ruim 4 miljoen tot 245 miljoen gulden.

“Een teleurstellend jaar”, concludeert directievoorzitter dr.ir. H.R. Kleijn. “Wij moeten in een markt van zeer gespecialiseerd werk concurreren. We zijn duurder dan gewone ingenieursbureaus, maar kunnen dan ook iets heel bijzonders bieden.” Als voorbeelden noemt hij opdrachten voor energiemanagement: geavanceerde systemen waarin de produktie van elektriciteit een zo hoog mogelijk rendement verkrijgt, aangevuld met uitgekiende transmissie en distributie, en het upgraden van bestaande centrales zoals KEMA in de Oekraïne doet. “Wij testen alle apparatuur op een hogere belasting, installeren nieuwe onderdelen en halen zodoende een veel hoger rendement. Dat is vaak aanmerkelijk goedkoper dan het bouwen van een nieuwe centrale. Deze techniek levert toegevoegde waarde en op die basis willen wij graag zaken doen, in plaats van een vergoeding van uurtarieven.”

Daarom werkt KEMA aan een sterkere positie op de buitenlandse markt, door harder op zoek te gaan naar opdrachten en acquisities, zegt Kleijn. Mede door de terugval op de Nederlandse markt is het aandeel van buitenlandse opdrachten vorig jaar van 33 naar 38 procent gestegen. Dit jaar gaat het verder omhoog door de recente aankoop van het Amerikaanse ingenieursbureau Macro Corporation, met een jaaromzet van 7,5 miljoen dollar. Met die acquisitie, waarvoor 7 miljoen gulden is betaald, verstevigt KEMA zijn positie als belangrijkste en grootste consultant die wereldwijd aan de energiesector diensten verleent op het gebied van procesautomatisering, informatietechnologie en telecommunicatie. Macro Corp. brengt ook een nieuw marktsegment in beeld, want het bedrijf heeft internationaal naam gemaakt door dezelfde kennis die aan nutsbedrijven wordt geleverd, ook bij spoor-, metro- en busbedrijven te gelde te maken.

De laatste vijf jaar is KEMA veranderd van een puur Nederlands adviesbureau dat vooral voor zijn aandeelhouders - de stroomproducenten en de distributiebedrijven - werkte, in een internationaal opererende onderneming. Maar in 1994 leverde de buitenlandse markt als totaal nog geen bijdrage aan de winst. Volgens het - vertrouwelijke - plan KEMA-2000 wil het bureau zijn omzet verhogen tot 500 miljoen rond de eeuwwisseling en zich daarbij sterk richten op de groeimarkten in Azië, het Amerikaanse continent en Europa buiten Nederland. In het Verre Oosten heeft KEMA interessante activiteiten in Indonesië en Thailand. De acquisities in de VS moeten helpen om sneller in landen als China, Japan, Zuid-Korea en Vietnam te expanderen, zegt dr. Kleijn. Die bedrijven hebben daar al activiteiten en dat gaat sneller dan op eigen kracht in deze moeilijke markten je weg te vinden.''

In Nederland wil KEMA zijn omzet opvoeren van 180 miljoen gulden nu naar 200 miljoen. Maar op het moment besteden de Nederlandse elektriciteitsbedrijven minder werk uit. Ze hechten eraan veel werk in eigen huis te verrichten, zegt Kleijn. “En onze industriële marketing, ook in het buitenland, is nog te zwak ontwikkeld. Dat moet beter. Wij zijn misschien nog te weinig agressief bezig.”

Na enige aandrang geeft hij toe dat ook de hoge kosten die KEMA nu maakt, belemmerend werken. Van de 240 miljoen gulden aan kosten die het bureau vorig jaar maakte, ging 165 miljoen op aan het hooggekwalificeerde personeel, 1.500 mensen in getal, waarvan 1.200 in Nederland.

Kleijn: “Ons probleem is dat energiebedrijven in Nederland, en tot die sector horen wij, al hun eigen risico's voor het personeel moeten dragen. We zitten bijvoorbeeld vast aan een zeer dure wachtgeldregeling als we de personeelsbezetting moeten verminderen. Tegelijkertijd moeten we concurreren met andere bedrijven die veel lagere kosten hebben doordat ze zelf de arbeidsvoorwaarden met het personeel kunnen overeenkomen. Aan de vakbonden hebben we nu laten weten dat we ons de dure CAO van de Werkgevers Energie en Nutsbedrijven (WENB) met zijn wachtgeldregeling niet meer kunnen veroorloven. We moeten doorgaan met reorganiseren.”

Het pechjaar 1995 heeft de directie gebracht tot uitstel van haar plannen om naast de bestaande aandeelhouders (de Nederlandse elektriciteitsbedrijven) nieuwe buitenlandse aandeelhouders aan te trekken. Want bij de resultaten van vorig jaar zou het uitgeven van belangen leiden tot verwatering en een daling van de totale waarde van het bedrijf. Dat laatste is weer van belang als KEMA binnenkort vennootschapsbelasting moet gaan betalen. De energiebedrijven genieten nu nog vrijstelling van de winstbelasting. Maar minister Wijers (Economische Zaken) heeft aangekondigd dat de fiscus over de commerciële activiteiten in deze sector zijn deel gaat opeisen en bij KEMA is dat aandeel 100 procent, legt Kleijn uit. “Maar de eerste jaren zullen we nog geen cent hoeven te betalen. Want als je belastingplichtig wordt, maak je een fiscale balans die er heel anders uitziet. Dan voer je goodwill op, en die is aftrekbaar, maar die is sterk afhankelijk van de waarde van je onderneming.”

De KEMA-directie wil ook door middel van meer joint ventures (samenwerkingsverbanden) met buitenlandse bedrijven haar positie op de internationale markt versterken, of door een strategische alliantie. Dr. Kleijn: “Daar zitten we sterk aan te denken. Door gebruik te maken van elkaars kennis en ervaring kun je sterker worden.” Overname door een ander bedrijf lijkt hem niet aantrekkelijk, maar de KEMAdirecteur sluit het niet uit.

Ook wat betreft zijn nucleaire activiteiten zal KEMA het de komende jaren vooral van het buitenland moeten hebben, nu de plannen die het bureau hielp ontwikkelen voor modernisering van de kerncentrales Dodewaard en Borssele klaar zijn en nieuwbouw politiek niet haalbaar is.

Het programma PINC (Instandhouding Nucleaire Competentie) loopt eind dit jaar af, omdat de overheid dit niet langer zal subsidiëren. Kleijn hoopt door de deelname van zijn bureau aan het Dutch Nuclear Consortium meer opdrachten binnen te halen.

Momenteel is het consortium onder andere actief in Zweden. Bij KEMA werken 40 mensen in de nucleaire sector.

    • Theo Westerwoudt