Jongensboek zonder jongen; Enthousiasmerende bundel over Vestdijk

H.Br. Corstius & Maarten 't Hart: Het gebergte. De tweeënvijftig romans van S. Vestdijk. Uitg. Nijgh & Van Ditmar/De Bezige Bij, 235 blz. Prijs ƒ 49,90.

Dat Hugo Brandt Corstius en Maarten 't Hart van Vestdijk houden, is niet verwonderlijk. Ze hebben zelf, elk op hun eigen manier, ook wel iets van duivelskunstenaars. Voor de Achterpagina van deze krant herlazen ze ieder de helft van de tweeënvijftig (en een halve) romans die Vestdijk schreef. Om de beurt deden ze wekelijks verslag van hun bevindingen. Die leesverslagen zijn gebundeld in Het gebergte, zodat de Verzamelde romans nu van een mooi sluitstuk zijn voor zien. Voortvarend, dat is wel het minste wat je kunt zeggen van deze 'Tour de Vestdijk', zoals Brandt Corstius het gezamenlijke project ergens noemt. Allebei lezen ze snel en schrijven ze snel. En liever springen ze naar een conclusie dan er hun lezers geduldig naartoe te leiden.

Geen van de stukken is wat je noemt briljant. Daarvoor zijn ze te weerbarstig, te ruim of juist te beperkt van opzet, en te slordig van stijl. Ze wekken de indruk in gretige haast te zijn geschreven. Maar ik heb zelden zulke montere, geanimeerde, leeslustopwekkende secundaire literatuur gelezen. Zowel voor de beginnende als voor de gevorderde Vestdijklezer valt hier veel te genieten, en dat zit vooral in het onbekommerde enthousiasme dat de twee herlezers aan de dag leggen. Indrukwekkend, magnifiek, groots, amusant, aantrekkelijk, meeslepend, lichtvoetig, virtuoos, grandioos, geniaal, hartveroverend, adembenemend. En dit is nog maar een kleine greep uit de lovende adjectieven, die trouwens vooral uit 't Harts volle gemoed opborrelen. Verontwaardigd reageert hij in zijn bespreking van De schandalen alsnog op het verwijt van Gomperts dat Vestdijk er niet in zou zijn geslaagd geloofwaardige personages te scheppen. 'Wat drommel', roept hij uit, 'het is Vestdijk juist geweldig goed gelukt.' Brandt Corstius neemt wat vaker een omweg voor zijn loftuitingen. Zo merkt hij op over Juffrouw Lot dat het een onnozel verhaal is en dat hij ons de onnozelste details nog bespaart. Maar, zo voegt hij er fijntjes aan toe: 'Ik heb in de dertig jaar na Juffrouw Lot maar drie Nederlandse romans gelezen die even goed waren.'

In Het gebergte staan frisse, levendige en niet zelden komische observaties. Zo wordt Puriteinen en piraten (door Brandt Corstius) getypeerd als een 'jongensboek zonder jongen' en krijgen de historische romans de voorkeur (van 't Hart) boven de contemporaine omdat er niet in gerookt wordt. Aan de levendigheid draagt ook bij dat de twee beschouwers zo verschillend lezen. Brandt Corstius hoort eerder tot het autonome type, dat zich in het algemeen beperkt tot de romanwerkelijkheid en zich graag overgeeft aan rubriceren en tellen, terwijl 't Hart meer naar het realistische type neigt. Hij legt graag verbanden met de werkelijkheid buiten de roman.

Maar hoe verschillend ze ook lezen, over één ding zijn ze het roerend eens: dat Vestdijk een groot schrijver was. Op elke bladzij klinkt oprechte genegenheid voor de meester, zelfs als het besproken boek bij herlezing opnieuw, of alsnog tegenviel. Het is deze liefhebbende toon, die Het gebergte tot een sympathiek en zelfs tot een ontroerend boek maakt. Maar waarschijnlijk moet je zelf ook van Vestdijk houden om de heimweewaarde van deze verzuchting van Brandt Corstius naar aanleiding van het tweede deel van de Slingeland-trilogie op juiste waarde te kunnen schatten: 'Och, kon ik Open boek maar weer voor de eerste keer lezen zoals ik dat in 1957 deed, en dan reikhalzend uitzien naar het vervolg.'

    • Janet Luis