Israel brandt altijd zijn handen aan Libanon

TEL AVIV, 19 APRIL. De Libanese beweging Hezbollah heeft Israel gisteren niet op het slagveld maar op honderden miljoenen tv-toestellen verslagen. De verschrikkelijke beelden uit Libanon van de lijken van meer dan 110 Libanese burgers die door vijf ingeslagen Israelische 155 mm granaten bij een UNIFIL-positie werden gedood hebben de operatie 'Druiven der gramschap' onverteerbaar gemaakt.

Vanmorgen vielen weer katjoesja-raketten op Noord-Israel en beantwoordden Israelische vliegtuigen en artillerie het Hezbollah-vuur. Maar premier Shimon Peres had gisteravond, geconfronteerd met de eis van president Bill Clinton tot een onmiddellijk staakt-het-vuren en onder de loodzware druk van de verbijsterde wereldopinie, geen andere keus dan in te stemmen met onderhandelingen. Ook de Amerikaanse president kon het zich voor zijn binnenlandse positie en die van de VS in de wereld, in het bijzonder in het Midden-Oosten, niet langer veroorloven zijn Israelische bondgenoot Peres door dik en dun te steunen. Niet de Israelische uitleg van het noodlottige incident maar de resultaten ervan bepalen sedert gisteravond de uitkomst van Israels laatste militaire avontuur in Libanon.

Premier Peres zag er gisteravond ongelukkig en moe uit. Zijn wereld leek ineen te storten. Vorige week donderdag gaf hij het groene licht voor de allang door het opperbevel voorbereide oorlog tegen Hezbollah in Libanon in de hoop aan deze moslim-fundamentalistische organisatie zijn voorwaarden voor beëindiging van de vijandelijkheden te kunnen dicteren en van dat succes tijdens de algemene verkiezingen op 29 mei profijt te trekken. Deze berekeningen gaan na het drama van gisteren in Qana niet meer op. Israelische commentatoren schrijven vanmorgen dat “Hezbollah de slag heeft gewonnen” en “president Hafez al-Assad de grote winnaar is” van operatie 'Druiven der gramschap'.

Ondanks zijn verzoenende ontmoeting van gisteren met de Palestijnse leider Yasser Arafat heeft Peres nu ook moeilijkheden met de 'Arabische stem' in Israel zonder welke hij een verkiezingszege wel kan vergeten. In nogal wat Arabische steden en dorpen wordt tegen hem gedemonstreerd. Als Peres Libanees bloed met emmers laat vloeien kan het de Israelische Arabieren op dit moment in hun woede kennelijk weinig schelen als Likud-leider Binyamin Netanyahu hem opvolgt. Peres mag hopen dat dit Arabische sentiment weer even snel zal verdwijnen als het is opgekomen en hij over zes weken toch nog op de Arabische stem kan rekenen.

Hij zal de komende dagen, via de naar het Midden-Oosten snellende Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Warren Christopher, een hard diplomatiek gevecht moeten leveren om toch nog een iets beter vergelijk met Syrië en Libanon over Zuid-Libanon in de wacht te slepen dan de regeling van 1993 na de operatie 'Afrekening'. Zo vlak voor de algemene verkiezingen moet hij zijn gezicht redden. Misschien kan Christopher de Syrische president ervan overtuigen dat het uiteindelijk ook in het belang van Damascus is, gezien de verdere afwikkeling van het vredesproces, in te stemmen met een dusdanig bestand in Zuid-Libanon dat premier Peres in de verkiezingscampagne door Netanyahu niet belachelijk kan worden gemaakt.

In zijn dubbelfunctie van premier en minister van Defensie draagt Peres een zware verantwoordelijkheid voor het stranden van de militaire actie in Libanon tegen Hezbollah. Met zijn lange ervaring in de Israelische politiek had hij moeten weten dat het een wet van Meden en Perzen is dat Israel de handen aan Libanon brandt. Dat was het geval in 1978, in 1982, in 1993 en nu weer. In politiek opzicht heeft Israel zich verkeken op het effect op Syrië van de verdrijving van 400.000 Libanese burgers uit Zuid-Libanon, nota bene om burgerslachtoffers te voorkomen. President Assad stak geen vinger uit tegen Hezbollah om de Libanese economie te redden. Als de gewiekste staatsman van het Midden-Oosten liet hij de tijd voor zich werken.

Eerder dan hij kon verwachten is wat misschien wel de best voorbereide en meest technologische oorlog was die Israel ooit heeft gevoerd, op een blunder van de artillerie vastgelopen. Uit alle beschikbare gegevens blijkt dat het Israelische opperbevel had moeten weten dat Libanese burgers bescherming hadden gezocht bij de UNIFIL-positie. Dat Hezbollah niet ver van deze UNIFIL-positie katjoesja's op Noord-Israel afvuurde had moeten worden begrepen als een uitgezette valstrik. Israel is erin gelopen. Het idee van een 'schone oorlog' is op de Libanese werkelijkheid uit elkaar gespat.

Ook is opnieuw bewezen dat superieure militaire technologie in een bergachtig gebied niet is opgewassen tegen vastbesloten guerrillastrijders die door ezels met katjoesja-raketten kunnen worden bevoorraad. Ondanks Israels onbetwiste overwicht in de lucht en de precisie van de radargeleide artillerie heeft Hezbollah de intensiteit van de katjoesja-raketaanvallen op Noord-Israel de afgelopen acht dagen zelfs weten op te voeren.

Met een bestand in zicht komt Hezbollah gesterkt uit de oorlog tegen het Israelische leger te voorschijn. Dat zal niet alleen van invloed zijn op de politieke verhoudingen in Libanon zelf, maar zal ook Palestijnse zusterorganisaties als de Islamitische Jihad aansporen de terreurcampagne tegen Israel voort te zetten.

Israels militaire operatie heeft in diplomatiek opzicht Israels onderhandelingspositie in het vredesproces in het Midden-Oosten ondermijnd. Niet Israels leger maar wel Israels imago is door honderd Libanese burgerslachtoffers zwaar beschadigd. Psychologie en niet alleen militaire macht is, zeker in het Midden-Oosten, een belangrijk gegeven in het diplomatieke steekspel.