Groot en machtig

Wim Wennekes: Jezus Maria! Uitg. Bas Lubberhuizen, 128 blz. Prijs ƒ 27.50/ƒ 39.50 (geb).

Ze hadden tegelijkertijd in februari moeten verschijnen: Het boek van Violet en Dood van Gerard Reve en Jezus Maria! van Wim Wennekes, een boekje over 'Van het Reve, van het Violet en van de Dood'. Maar Reve wilde niet door Wennkes worden geïnterviewd, vond dat er geen enkel citaat uit zijn werk in mocht komen te staan en vreesde 'ernstige schade' van synchrone verschijning.

Wegens 'vermoeienis en het opzien tegen de kosten' kwam er geen rechtszaak van. Maar Reve kreeg voor elkaar dat Wennekes minder citeerde en dat de publicatie werd uitgesteld. Wat bleef, was de volgens Reve 'onvoegzame en onsmakelijke titel Jezus Maria!, die ik als beledigend onderga'.

Jezus Maria! is een actualisering en uitbreiding van het aandeel van Wennekes in de extra uitgave 'Omtrent De Avonden' van het kwartaalschrift De Engelbewaarder uit 1981. Wennekes weidde daarin uit over enkele (para)psychologische boekjes die in verband staan met het vroege werk van Reve, vooral De kleine neurasthenicus - beknopte handleiding tot een ordentelijk leven (1922) van Dr. H.G. de Cock. Op pagina 197 is daarin Dorus de wijsgeer aan het woord: “ 't Is net, alsof een dure plicht mij op de schouders rust. De plicht om een groot, een machtig, boek te schrijven. Een boek, waarvan de titel luiden zal: Van 't licht en van den schaduw, van 't violet en van den dood .... En van de geestdrift'.”

Wennekes, die zelf als tobber en neurasthenicus enige tijd psychologie studeerde, had het boekje van De Cock ooit op een veiling gekocht. Later, als journalist, begon hij met naspeuringen naar De Cock, wiens weduwe hij nog in leven trof en die nu, zo meldt hij in Jezus Maria!, nog steeds onder ons is, inmiddels 102 jaar oud. Het beste van Wennekes blijft dit nu herschreven sobere portret van de intrigerende De Cock (1871-1956). Hij was hoofd beleggingen van een assuradeur, een man met opmerkelijke eigenschappen en een actief zendeling van positivsime en autosuggestie, net als Emile Coué (Koewee bij Reve), Pierre Janet, William James en Evelyn Underhill, die Reve zouden hebben beïnvloed.

Verder ging het in 'De Engelbewaarder' en nu in Jezus Maria! wat uitvoeriger, om een persoonlijk journalistiek verslag van een Reve-project met vragen als 'wat heeft de jonge tobbende neurasthenische zenuwlijder Reve gelezen?' en 'hoe is zijn bekering tot het roomskatholieke geloof daaruit te verklaren?'

Wennekes blijkt in zijn thematische inventarisatie van het Reve-oeuvre en zijn interviews geen amateur-psycholoog pur sang. Met de overeenkomsten tussen het gedachtengoed van De Cock c.s. en de mysticus Reve impliceert hij vooral dat de tobber Reve bekeerd is om zich door Maria te laten troosten. Maar die conclusie staat duidelijker op het achterplat dan in het boek.

Natuurlijk zou de lezer graag het commentaar daarop van Reve zelf vernemen. Wennekes vroeg het hem in 1980 en Reve verklaarde schriftelijk aan de wereldbeschouwing van De Cock destijds geen enkele waarde te hebben gehecht. Nu opnieuw om een reactie gevraagd, weigerde Reve wederom bij Wennekes in psycho-analyse te gaan. Aan het slot van Jezus Maria! wordt melding gemaakt van de bezwaren van Reve tegen het boekje. Maar niet dat Reve schreef zich heel slecht te herkennen in de beoordeling van hemzelf door Wennekes. De wijze waarop hij wordt geciteerd en beschreven acht Reve zelfs “in strijd met mijn persoonlijkheidsrechten”.