Dood Paard gaat in Amis' verbaal geweld ten onder

Voorstelling: Succes naar de roman Success van Martin Amis door Toneelgroep Dood Paard. Vertaling en regie: Oscar van Woensel; decor: Anne Karin ten Bosch; spelers: Kuno Bakker, Gillis Biesheuvel en Annemieke Schenke. Gezien 18/4 Toneelschuur, Haarlem. te zien t/m 20/4 aldaar. Tournee t/m 42/5. Inl. 010-4367997.

De Engelse schrijver Martin Amis (1949), van boeken als Money en Times Arrow, schrijft alsof hij een afspelende bandrecorder probeert bij te houden. Op die recorder zijn verhalen vastgelegd, verteld door zwervers, schooiers, seksmaniakken, verslaafden, vrouwenverslinders, eenzamen, geldjagers. Hij heeft zijn microfoon in de achterafstraten van Londen gereed gehouden, en ieder die zijn relaas van droom en desillusie wilde vertellen, kon dat aan Amis.

En deze Martin Amis maakt er een boek van; hij voegt de verhalen samen tot één orgie van fuckie-fuckie seks. Drie personages zijn hem in het geval van Succes, uit 1978, voldoende. Twee stiefbroeders, Gregory en Terence, en het zusje Ursula. Alledrie leveren ze zich in een vloed van woorden aan elkaar uit. Dolgedraaide monologen, gejaagd gefluister. Gregory krijgt elke man en vrouw, maar vooral elke man, die hij wil; Terence is de gefrustreerde van het stel. Hoe panischer hij naar vrouwen verlangt, des te genadelozer ligt het echec op de loer. Gregory is cool. Daar vallen vrouwen voor, en mannen.

Het toneelgezelschap Dood Paard heeft Amis' hels-onverbiddelijke, genadeloze toon in een theatrale vorm willen gieten door de drie personages zo ongeveer de duur van de hele voorstelling alledrie tegelijk aan het woord te laten. Terence (Kuno Bakker) en Gregory (Gillis Biesheuvel) bieden met verbaal geweld onophoudelijk tegen elkaar op. Hun doordringende stemmen worden begeleid door de stem van Annemiek Schenke als Ursula die voorleest uit het tekstboek. Zij zit, gekleed in een rode jurk, met de rug naar de toeschouwers gekeerd. De jongens acteren frontaal, scheldend naar het publiek als dat in Amis' roman staat en ons, de kijkers en luisteraars, geen sekonde rust gunnend.

Bovendien doen van elk verhaal wel twee, soms drie versies de ronde. Ondertussen zijn videobeelden te zien van de toneelspelers dwalend door Londen, afgewisseld met eindeloze shots van hen als dansers. Zeer ijdel allemaal, en ook pesterig. Want waar we ook kijken, we komen hen tegen. Ondertussen verslepen ze talloze stoelen over het toneel, ja, zoals Pina Bausch er in Café Müller ooit mee begon en later Maatschappij Discordia deze stijl overnam. Ook de tekstboeken in de hand van de acteurs, of slingerend over de grond, herinneren aan Discordia.

Wat de voorstelling bindt is het verplaatsen van de stoelen: alles staat achterin, overdekt door een wit doek, en aan het slot staat de hele uitdragerij op het voortoneel, opnieuw overdekt door witte lakens. Zelfs Ursula, die zich intussen van kant heeft gemaakt door haar polsen open te snijden, verdwijnt onder het doodse wit. Waar ik het liefste naar keek, waren de reusachtige plattegronden van de twee kamers van het drietal op de achterwand. Keuken, bedden, badkamer. Erg karige en eenzame appartementen, zo te zien. Treurig.

De acteurs van Dood Paard hebben geen gezicht, geen stijl. Wat zij doen lijkt agressief, nieuw, compromisloos. Dat is het niet. Het is slechts de versterking van de vormentaal, die in de kleinere zalen al genoegzaam bekend is, en, voor alles ouderwets aandoet. Ook Discordia begon weleens een voorstelling met door elkaar heen praten, tot er geleidelijkaan rust en stilte ontstonden. Hier gaat het door, tot je hoofd van die stemmen dreigt te exploderen. Het pijnlijke is dat aan het acteren zelf, het vormgeven van een karakter, geen enkele aandacht wordt besteed. Want de fixatie op het verbale geweld eist zoveel energie, dat de acteurs er voor de rest als dolende zoutpilaren bij staan. Toch schuilen er, voor wie volhoudt en scherp luistert, prachtige passages in de tekst. Amis heeft gevoel voor de tragiek van de outcast. Merkwaardig is dat door het narcisme van de acteurs er geen enkel gevoel van tragiek overbleef. Alleen maar doffe monotonie.

    • Kester Freriks