De Olijf-alliantie belooft Italië solidariteit

ROME, 19 APRIL. Geen helikopters, geen snelle auto's met politie-escorte voor Romano Prodi. Als de presentatrice op de volgepakte Piazza del Popolo de komst van de kandidaat-premier van links aankondigt, roept ze enthousiast in de microfoon: “Daar is de bus.”

Uit tienduizenden kelen komt een luid gejuich. De vlaggen gaan de lucht in. Groen van de Ulivo, de centrum-linkse Olijf-alliantie. Wit van de Italiaanse volkspartij, de voormalige christen-democraten. Rood van de Democratische Partij van Links (PDS), de voormalige communisten. De kleuren van Italië.

Voor het eerst voeren katholieken en ex-communisten samen campagne. Het is een nieuw historisch compromis. “Wij zijn het democratische Italië,” roept de Groene burgemeester van Rome, Francesco Rutelli, in de microfoon. “Wij spelen mensen niet tegen elkaar uit. Wij verdelen niet, wij verenigen.”

Hij gebaart naar de enorme spandoeken die naast het podium zijn opgehangen. “De stem die verenigt” en “Een sterk en sereen Italië”. Net als rechts belooft links politieke stabiliteit. Beide zeggen dat Italië grondig moet veranderen. Rechts wil dat doen met minder staat, minder belastingen, meer vrijheid voor de burger. Links belooft vooral een efficiëntere staat en solidariteit: tussen Noord en Zuid, tussen rijk en arm, tussen mensen met en mensen zonder werk.

Het zal niet vaak gebeuren dat in de choreografie van een massale verkiezingsbijeenkomst een logge bus wordt gebruikt. Maar het is een van de meest sprekende symbolen geworden van de Olijf. Ruim een jaar geleden is Prodi, een voormalige christen-democraat en oud-president van de machtige staatsholding IRI, begonnen aan een rondreis door Italië. Rechts gebruikt de televisie, wij praten echt met de mensen om hun problemen te leren kennen, is het motto.

In een sneer naar de gewoonte van mediamagnaat Silvio Berlusconi, de leider van rechts, om uit de lucht neer te dalen, zegt Walter Veltroni, de tweede man van de Olijf: “In het begin maakte rechts grapjes over die bus. Maar ook zij hebben zich gerealiseerd dat de mensen die 's ochtends naar hun werk gaan, meestal de bus nemen en niet de helikopter.”

Als Prodi en zijn gevolg zijn uitgestapt, rijdt de bus door naar een hoek van het plein en begint de presentatie van de kandidaten. “We hebben veel leiders, dat is een teken van rijkdom,” zegt de presentatrice. Maar het volgepakte plein maakt duidelijk wie de echte leider is.

Er is beleefd applaus voor premier Lamberto Dini en voor Antonio Maccanico, die ieder een eigen centrumpartij hebben opgericht. Voor Carlo Ripa di Meana, de leider van de Groenen, en voor Gerardo Bianco, voorman van de Italiaanse Volkspartij. Prodi wordt begroet met gejuich. Maar het plein gaat pas echt springen, zingen, klappen en roepen voor de twee leiders van de PDS: Massimo D'Alema en Walter Veltroni.

Prodi is door rechts uitgemaakt voor een nuttige idioot, een marionet, een vijgeblad van D'Alema. Hij zou het voor de gematigde kiezers verteerbaar moeten maken om hun stem aan links te geven. Maar de PDS heeft de meeste kandidaten binnen de coalitie en levert de massa van de vrijwilligers voor de partijbijeenkomsten.

Bovendien heeft de Olijf-coalitie een niet-aanvalsverdrag gesloten met de communistische hardliners, die in de opiniepeilingen op zes tot negen procent staan. Prodi had eerder op de dag onderstreept dat dit niet meer is dan een electoraal akkoord. “Over de regering is geen enkel akkoord mogelijk,” aldus Prodi. Of hij bij winst genoeg zetels krijgt om dat te kunnen volhouden, is uiterst onzeker.

De sprekers op de Piazza del Popolo proberen die vraagtekens bij de vraag wie de echte leider is, om te buigen in hun voordeel. Bij ons zijn tenminste meningsverschillen mogelijk, zegt de Groene leider Ripa di Meana. “Rechts is een autoritaire, gemilitariseerde coalitie” en “ziet het parlement als tijdverspilling”.

De afkeer van Berlusconi en diens bondgenoot Gianfranco Fini, leider van de Nationale Alliantie, de voormalige neofascisten, is een belangrijk bindmiddel voor de heterogene Olijf-coalitie. Maccanico zegt dat Italië “niet mag worden toevertrouwd aan een bende mannen zonder principes”. D'Alema hekelt “de stompzinnige agressiviteit van rechts, de angst die wordt opgeroepen door de grote goochelaar die het communisme en de tanks doet herleven.” Premier Dini noemt zijn voormalige politieke vrienden van rechts “gevaarlijk en extremistisch omdat ze de politiek opvatten als het uitoefenen van macht en niet als dienstbaarheid.”

D'Alema haalt nog eens apart uit naar Fini. Hij wijst erop dat de historische leiders van Frans en Brits rechts, De Gaulle en Churchill, hun wortels hebben in de strijd tegen het nazisme. “Italiaanse rechts heeft die geschiedenis niet. Ook al heeft het de aspiratie onderdeel te worden van het democratische Europa, het heeft nog een lange weg voor zich. Wij hebben die weg afgelegd.” Als bewijs vertelt D'Alema over het steuntelegram dat hij eerder op de dag heeft ontvangen van Tony Blair, leider van het Britse Labour. “Op de dag dat Fini de campagne kan ingaan met een brief van John Mayor staan we gelijk. Eerder niet.”

Links onderstreept dat er ook een belangrijk een verschil in stijl bestaat met het rechtse blok. “Wij hebben niet geschreeuwd, niet beledigd,” zegt Veltroni. En Prodi: “Wij hebben bewust geen wedstrijd in demagogie gewild. We wilden niet net doen alsof je alles aan iedereen kan geven.”

De belangenverstrengeling van Berlusconi, zijn problemen met de justitie die hem verdenkt van corruptie, zijn geen onderwerpen op deze manifestatie. De vijftigduizend man op de Piazza del Popolo hoeven daarvan niet meer overtuigd te worden. Prodi heeft dat onderwerp effectief afgedaan in het tv-debat dat hij vorige week met Berlusconi had. “Ik heb mijn bedrijf (de IRI, red.) geherstructureerd ten dienste van het land en hij heeft het land bestuurd ten dienste van zijn bedrijf”.

Prodi en Veltroni vertellen dat zij zijn geschrokken van de problemen die zij op hun rondreis door Italië hebben gezien. “Er is weinig hoop,” zegt Veltroni. “Italië is moe en heeft niet de kracht om plannen te maken.” Prodi voegt daaraan toe dat er teveel diversiteit is: drie procent werkloosheid in het noordoosten, dertig procent in Napels, vijftig procent in sommige kleinere steden in het zuiden. “Italië is een groot land, maar het telt niet mee,” zegt Prodi. “We moeten het helemaal herbouwen.”

Voor Prodi is dat een lange-termijn project. Zijn stokpaardje is verbetering van het onderwijs. Vooral de middelbare scholen en de universiteiten functioneren slecht. Dat slaat goed aan bij het jonge publiek op de eerste rijen achter de dranghekken, net als de uitspraak van Veltroni dat de dienstplicht moet worden afgeschaft en vervangen moet worden door een soort sociale dienstplicht. “Dan leren onze jongeren geen hiërarchie, maar solidariteit, en dat is voor een mens veel belangrijker.”

In de laatste drie weken van de campagne mogen geen opiniepeilingen meer worden gepubliceerd. Maar ze worden nog wel gehouden, en in de hoop de grote massa kiezers die nog steeds aarzelt over te halen, laten rechts en links om beurten uitlekken dat hun kamp licht voor staat.

Voor Veltroni is de volgepakte Piazza del Popolo het beste bewijs daarvoor. Normaal is dit het plein waar rechts de verkiezingscampagne afsluit, maar burgemeester Rutelli vond dat niet goed en verwees Berlusconi, Fini en hun kleinere bondgenoten voor vanavond naar Piazza Navona. Mooier, maar kleiner. Rechts heeft vaak de draak met ons gestoken en gezegd wij de buoni waren, dat de Olijf te vriendelijk was, te lief, zegt Veltroni, een groot liefhebber van Amerikaanse films. “Eens komt ook hier de dag dat, net als in een western, de goeden winnen en de slechten worden verslagen.”

Cijfers en volle pleinen vertellen niet alles, zegt Prodi. “Onze verkiezingsaffiches worden verspreid door vrijwilligers, die van hen door huurlingen. En ik heb nog nooit gezien dat een leger van vrijwilligers is verslagen door een leger van huurlingen.”

    • Marc Leijendekker