De minnaars van de Martiniquaise; Bewogen roman van Doris Lessing

Doris Lessing: Love, again. Uitg. Harper Collins, 352 blz. Prijs ƒ 33,25

Kort voor het eind van Love, again maakt Doris Lessing haar hoofdpersoon Sarah los uit de verwikkelingen van de roman en zet haar op een bank in het park waar zij kijkt naar een moeder met een dochtertje en een baby. De baby wordt geknuffeld, het meisje zo snibbig afgesnauwd dat Sarah zich zit te verbijten en de lezer ook.

Het tafereel lijkt eerst een code in contrast tot het voorafgaande, maar het dient om de betekenis van Sarahs ervaringen te verduidelijken. Het kleine meisje in het park ondervindt de vroege pijn van het leven waar Sarah op haar 65e de late kwellingen van heeft doorstaan.

Op dat punt heeft de schrijfster de constructie van de roman voorbeeldig onder controle, als een ware meesteres van het genre. Die allure heeft zij bij het vertellen over Sarahs liefdes niet. Zij schrijft alsof ze zelf te zwaar onder druk staat van de ervaringen van haar hoofdpersoon om belangstelling te hebben voor een zorgvuldige vormgeving. De hoogtepunten van het verhaal worden tenauwernood voorbereid, en de overgangen tussen de onderdelen verlopen soms zo onmerkbaar dat de lezer er regels wit tussen moet denken. Bedoeld of onbedoeld, op den duur blijkt de vorm te passen bij de inhoud. Al heeft Doris Lessing niet precies beleefd wat Sarah beleeft, zij deelt er in; zij houdt er geen afstand van.

Het verhaal dat zij vertelt is niet eevoudig samengesteld. Het gaat over een toneelgezelschap waar Sarah werkt als dramaturg. Zij heeft een toneelstuk gemaakt van de waargebeurde geschiedenis van een Martiniquaise die aan het eind van de negentiende eeuw naar Frankrijk kwam, er twee minnaars verloor aan de eisen van hun bourgeois-families, aarzelde over een derde en verdronk in een rivier zonder dat iemand met zekerheid kon zeggen hoe het kwam.

Van de ongelukkige liefdes van deze Julie Vayron beleeft Sarah haar eigen varianten, die anders verlopen maar er de onmacht en de ballingschap mee gemeen hebben. Er is nog een derde balling, een welgestelde vijftiger uit Oxfordshire die als geldschieter de toneelproduktie steunt omdat hij geobsedeerd wordt door een liefde voor de tachtig jaar geleden omgekomen Julie.

Niemand vindt vervulling in de liefde, maar de opvoering van het stuk, eerst in Frankrijk en daarna in Engeland, wordt een groot succes. Al de pijnlijke ervaringen worden opgedaan in de groep die aan de opvoering werkt; niet dat de anderen er steeds bij zitten, maar iedere dag worden de arme liefdeslijders opgenomen in de drukte van de produktie. Het Franse deel van het verhaal, met warme slapeloze nachten in het dorp in de Provence, spreekt tot de verbeelding alsof het over oude liefdes van de lezer zelf gaat. Het Engelse deel klinkt koeler en lijkt lichter van kleur, maar de hartstocht blijft.

De Engelse geldschieter met zijn liefde voor de heldin van het stuk raakt in een diepe depressie en maakt een eind aan zijn leven. Sarah houdt vol en blijft beschikbaar om onder woorden te brengen wat zij heeft moeten doormaken en leren aanvaarden nu zij 65 plus is. Zij haalt het zich op de hals: zij leeft zo moeilijk als zij kan, nooit bezadigd, haast nooit onverschillig.

Niet alles ervan wordt zo nauwkeurig geformuleerd dat het meteen tot de verbeelding doordringt. Dit is onregelmatige onrustige lectuur, maar ik kan mij moeilijk iemand voorstellen die er onbewogen overheen blijft lezen.

Als zulke mensen toch bestaan zullen zij enige compensatie vinden in een paar van de sterkste passages die niet over Sarahs gemoedsleven gaan. Bijvoorbeeld: de beschrijving van een oude muur in de Provence onder de avondzon. Ook: het gesprek van de toneelgroep onderbroken door drie overvliegende straaljagers, en even later afgeleid door een havik die in de war raakt van een windstoot.

Die dingen schrijft Doris Lessing met een volleerde beheersing van woord en gedachte, maar iemand die precies meent te weten hoe een roman geschreven hoort te worden zou haar een paar velletjes met voorstellen ter verbetering van bepaalde andere onderdelen kunnen sturen. Een zware verantwoordelijkheid; als de schrijfster er zich iets van aantrok zou de tekst netter worden maar minder persoonlijk. En hij zou eerder vergeten worden, denk ik.

    • J.J. Peereboom