Bloedbad in Qana

GEEN VERGISSING, MAAR een normaal oorlogsrisico. Dat was de snelle balans die het Israelische kabinet, in spoedzitting bijeen, opmaakte na het bloedbad in het Zuidlibanese Qana, gistermiddag aangericht door de Israelische artillerie. De Libanese burgerij was voldoende gewaarschuwd, en de aanwezigheid van de VN ter plaatse - daar heeft Israel ten slotte ook niet om gevraagd. De oproep van president Clinton, na zijn aankomst in Moskou, tot een onmiddellijk staakt-het-vuren, lijkt dan ook nog even aan dovemansoren gericht.

Vanzelfsprekend hebben de Israelische woordvoerders gelijk wanneer zij de verantwoordelijkheid voor het ontstaan van 'de geweldsspiraal' tussen Israel en Hezbollah bij deze fundamentalistische terreurbeweging leggen. Het voortbestaan van de Israelische veiligheidszone in Zuid-Libanon is een zaak tussen Israel en Libanon. De eis van ontruiming van de zone is voor Hezbollah niet meer dan een zeer doorzichtig voorwendsel om zijn terreursalvo's tegen de dorpen in het noorden van Israel een schijn van rechtvaardiging te geven. Pas als Libanon Hezbollah weet te kortwieken, kan er van teruggave van het gebied sprake zijn.

MAAR BEHALVE ISRAELS recht op zelfverdediging is er ook nog een kwestie van evenwicht. Na een week over en weer slagen uitdelen is de Israelische overmacht wel bewezen. Met het artilleriesalvo gericht op een punt enkele honderden meters verwijderd van de VN-basis in Qana waar bovendien honderden vluchtelingen een goed heenkomen hadden gezocht, heeft Israel een risico genomen dat niet alleen leidde tot een grote menselijke tragedie, maar ook tot het verlies van veel goodwill in de wereld. De Israelische spijtbetuigingen missen onder de gegeven omstandigheden geloofwaardigheid.

Het trieste gevolg is dat Israels vijanden profijt trekken van deze misser. Al het wapengeweld is ten slotte bedoeld als intimidatie en is gericht op het doorbreken van de impasse die in de driehoek Israel-Libanon-Syrië, ondanks diverse bemiddelingspogingen, nog steeds chronisch is. De Israelische bombardementen hadden de druk op Libanon zo moeten verhogen dat dit land Syrië om soepelheid zou smeken. Maar juist toen de Libanese premier zich in Damascus had vervoegd, ontploften in Qana de granaten. De Amerikanen, die Israel een week lang in bescherming hadden genomen, hebben vannacht in de Veiligheidsraad de uitgestrekte hand ijlings teruggetrokken.

AAN ISRAELS VERLANGEN naar vrede met zijn buren, behoeft niet meer te worden getwijfeld. Maar het is niet in staat zijn historisch gegroeide reflexen af te leggen. Zolang het land zich nog steeds van alle kanten bedreigd voelt, is het oudtestamentische oog-om-oog altijd een minimum. Dat Israel behalve zijn vijanden op die manier ook voortdurend zichzelf kwetst, dringt slechts met moeite tot de bevolking en de regering door.