Winstdaling bij Aegon-dochter FGH

De FGH Bank (voorheen geheten Friesch-Groningsche Hypotheekbank), heeft zijn netto winst over 1995 met eenvijfde zien dalen tot 105 miljoen gulden. Over 1994 bedroeg het netto resultaat nog 126 miljoen gulden (inclusief een buitengewone bate van 14,2 miljoen gulden). Met deze resultaten zit FGH Bank, die een volledige dochter van Aegon is, weer op het niveau van 1993 (110,3 miljoen gulden). Ook voor 1996 verwacht de bank weer lager resultaat.

FGH kreeg vanaf de tweede helft van 1995 te maken met een vermindering van het rente-inkomen, als gevolg van een financiële reorganisatie. Aegon vroeg een aanzienlijk bedrag terug van 550 miljoen gulden bestaande onder andere uit opgebouwde winstrechten. Hierdoor heeft het moederbedrijf de balansverhoudingen van FGH weer tot een normaler niveau teruggebracht. Het eigen vermogen daalde daarmee van ongeveer 800 miljoen tot 473,3 miljoen gulden. Het rendement op eigen vermogen is door deze wijziging juist gestegen, van circa 15 procent in 1994 tot ruim 22 procent vorig jaar.

FGH had vorig jaar door een aarzeling in de markt als gevolg van veranderde fiscale wetgeving te kampen met een achterblijvende kredietverlening.

De bank accepteerde voor 2 miljard gulden aan kredieten, ruim eenderde minder dan in 1994. De hypotheekportefeuille kromp licht van 5,6 miljard eind 1994 tot 5,5 miljard gulden eind 1995.

Het bruto resultaat ging achteruit van 168 miljoen tot 140 miljoen. Over de eerste helft van 1995 nam de netto winst toe van 55,7 miljoen tot 61,2 miljoen gulden, vooral dankzij incidentele baten zoals verkoop van de deelneming in de Indonesische P.T. Papan.