Voorzichtig Syrië wacht geduldig af

Nadat vrijwel de hele Arabische wereld tot de conclusie was gekomen dat de nieuwe machtsverhoudingen in het Midden-Oosten niets anders toelieten dan vrede met Israel te sluiten, begreep president Hafez al-Assad van Syrië dat hij niet achter kon blijven. Dus besloot ook hij vijf jaar geleden - al was het met bezwaard gemoed en lood in de schoenen - diezelfde weg in te slaan.

Hij wist dat zijn besluit uiteindelijk verreikende gevolgen zou hebben. Op binnenlands gebied voor de positie van zijn regime, dat in de 'Nieuwe Wereldorde' waar de vrije markt-economie keizer is, op den duur meer macht met anderen zou moeten delen. En op buitenlands gebied voor de positie van Syrië, dat als enige van de Arabische staten zijn voortreffelijke relaties met de Islamitische Republiek Iran continueerde, wat ook de omstandigheden waren.

Maar hij wist ook dat deze risico's niet opwogen tegen de gevaren die hem bedreigden als hij zich openlijk zou blijven verzetten tegen de dominantie van de VS, Israels beschermheer. En als er iets is, wat Hafez al-Assad onder geen beding wil, is het de rol van een Arabische Don Quichote te spelen. Velen in de Arabische wereld zeggen dat hij en zijn Iraakse collega Saddam Hussein, wat hun regeermethoden betreft, als een één-eiïge tweeling op elkaar lijken. Dat is niet zo. Saddam voerde in Koeweit 'de moeder van alle oorlogen', die hij smadelijk verloor, terwijl Assad juist als 'de vader van alle voorzichtigheid' bekend staat.

Die grote behoedzaamheid zorgde er voor dat hij vredesonderhandelingen met Israel ging voeren, maar consequent alle concessies - die nu eenmaal bij onderhandelingen horen - uitstelde. Hij oogstte de bewondering van zeer veel Arabieren door erop te staan dat er eerst vrede moet heersen, voordat er veiligheid kan zijn. Vertaald betekent dat: Israel moet zich eerst bereid verklaren alle betwiste gebieden in Syrië en Libanon op te geven (zowel het door Israel in 1967 veroverde, als het voordien door Syrië geannexeerde gebied). Pas dan kan er sprake zijn van evenredige veiligheidsvoorzieningen. Assad ziet namelijk zijn bereidheid om vrede met Israel te sluiten - uiteraard na Israels volledige terugtrekking uit die gebieden - reeds als een zeer grote concessie.

Assads probleem is dat hij de Amerikanen niet te lang kan laten wachten. Hij zal, zoals zovelen van zijn Arabische collega's, 'de weg naar Amerika' móeten bewandelen. Maar op het moment dat hij dat doet, is de zo profijtelijke 'Iraanse weg' voor hem geblokkeerd. Dat doet pijn omdat een door Iran gesteund Syrië een veel belangrijker en bedreigender machtsfactor in de regio is dan een geïsoleerd Syrië, dat niet over grote rijkdommen, een geavanceerde economie of machtige vrienden beschikt. En de strategische vriendschap met Iran stelde Syrië in staat een vuist tegenover de rijke Arabische Golfstaten te maken, wat de Syrische kassa zeer veel geld opleverde.

Alle staten in het Midden-Oosten lijden aan een omsingelings-syndroom. Buitenstaanders vinden dat idee overdreven, maar voor henzelf is het zeer reëel. Ook Syrië weet zeker dat het door louter vijanden omringd is: Israel, Jordanië, Irak en Turkije. Vijand nummer één - Israel - heeft de laatste tijd op politiek en economisch, maar vooral op militair gebied zijn relaties versterkt met Turkije en Jordanië - wat de reeds bestaande angsten in Damascus alleen maar deed toenemen.

De enige buurman, waarmee Syrië ècht vrede heeft, is Libanon - een staat die door het Franse kolonialisme als een aparte entiteit werd geschapen, maar volgens Damascus het natuurlijke verlengde van Syrië is. Pas eind 1990 en alleen in ruil voor Syrische deelneming aan de Golfoorlog tegen Irak accepteerde de buitenwereld, na jarenlang verzet, dat alleen Syrië in staat en gerechtigd is om in Libanon te bepalen hoe daar orde en rust gehandhaafd moeten worden.

Het verdrag van wederzijdse bijstand, dat in 1991 werd getekend, bevestigde die verhouding. Krachtens dit verdrag snellen beide landen elkaar te hulp, als één van hen wordt aangevallen. Om die reden heeft Israel de afgelopen dagen voortdurend herhaald dat zijn oorlogshandelingen noch tegen Libanon noch tegen Syrië zijn gericht, maar alleen tegen de radicaal-shi'itische beweging Hezbollah.

Libanezen en Syriërs zijn het, ondanks al hun geheime tegenstellingen, erover eens dat hiervan geen sprake is. Zij beschuldigen Israel ervan dat het een agressie-oorlog voert om de Libanese staat te dwingen Hezbollah en zijn gewapende strijders aan banden te leggen. Daarom verzocht Libanon - zonder succes - de Veiligheidsraad van de VN hieraan een einde te maken. Daarom ook gaf de Libanese regering haar strijdkrachten opdracht hun luchtafweer te gebruiken tegen de Israelische vliegtuigen en helikopters. Maar de Libanese regering riep - na overleg met Damascus - Syrië niet op zijn militaire verplichtingen krachtens het verdrag van 1991 na te komen. En van officiële Syrische kant is het merkwaardig stil. Alleen de Syrische media stellen verontwaardigd vast dat de Amerikanen voor 100 procent Israels agressie lijken te steunen.

Syrië, dat zijn dominantie over Libanon zo graag bevestigd wilde zien, gedraagt zich kortom als de grote, sterke man, die zich achter de gordijnen verstopt. De diplomatieke onderhandelingen die de Amerikaanse en Franse regering zijn begonnen om een eind aan de vijandelijkheden te maken, worden officieel door de Libanese regering gevoerd. President Hafez al-Assad doet alsof hij alleen een geïnteresseerd toeschouwer is.

Als de Israelische politici dachten dat zij Assad met hun aanval op Libanon onder druk konden zetten, zijn zij er nu achter gekomen dat zij een monumentale vergissing hebben gemaakt. Libanons premier Rafiq Hariri sprak de waarheid toen hij toegaf dat zijn regering evenmin tegen Hezbollah kan optreden als tegen het door Israel opgerichte Zuidlibanese Leger. De strijders van Hezbollah hebben immers van Syrië toestemming gekregen om als enige overgebleven militie uit de burgeroorlog te blijven bestaan.

Daarmee sloeg Assad twee vliegen in één klap. Terwijl hij met Israel over vrede onderhandelde, mocht Hezbollah “het legitieme verzet tegen de Israelische bezetting van Libanon” continueren, teneinde de Israelische regering onder druk te zetten haar voorwaarden voor ontruiming van het gebied te matigen. Tegelijkertijd werd Iran zoet gehouden, omdat het zijn politieke en militaire machtsbasis onder de Libanese shi'ieten (voorlopig) mocht behouden.

Natuurlijk heeft Syrië belang bij een Libanon waar het de lakens uitdeelt en zelf mee profiteert van de verbeterde economie. Tienduizenden Syriërs zijn immers de afgelopen jaren naar Libanon getrokken en hebben daar in alle sectoren werk gevonden. Maar de zware klappen die Israel nu aan Libanon toedient, worden pas bedreigend voor Syrië, als ze door nòg grotere klappen worden gevolgd. Pas dan komt de nog steeds fragiele stabiliteit van Libanon in gevaar, en wordt Syrië genoodzaakt zelf in te grijpen.

Hafez al-Assad rekent erop dat het zó ver niet komt. Israels aanvallen op Libanon leveren meer verwoesting en vluchtelingen, en dus betere verhalen en tv-beelden op dan de katjoesja-aanvallen van Hezbollah op Israel. Daardoor zal de politieke druk op Israel toenemen om zijn aanvallen te staken. En dat vermindert Israels mogelijkheden Hezbollah het zwijgen op te leggen.

De optimistische geluiden van Israelische en Amerikaanse kant over een politieke regeling die Hezbollah dwingt om zowel zijn aanvallen op Israel als op de door Israel ingestelde 'veiligheidszone' te staken, komen dan ook te vroeg. Israelische regeringsfunctionarissen geven openlijk toe dat de in Libanon geschapen 'veiligheidszone' bezet gebied is, en gewapend verzet tegen bezetting internationaal gelegitimeerd is. Zij willen alleen dat dit verzet “tijdelijk” wordt gestaakt om het vredesproces weer op adem te laten komen.

Zoals de afgelopen vijf jaar, staat president Hafez al-Assad open voor onderhandelingen. Maar - in afwachting van betere tijden - weigert hij een jota toe te geven aan zijn geformuleerde principes. Het ziet er dan ook niet naar uit dat hij de Libanese premier toestemming zal geven de Amerikaans-Israelische voorstellen over een staakt-het-vuren te accepteren.

    • Michael Stein