't Gooi of Appingedam

EEN FINANCIËLE WALS gaat over Nederland, de wals van de herziening van het Gemeentefonds. Kort gezegd komt deze herziening neer op een financiële verschuiving van de welvarende voorsteden naar de verpauperde stedelijke centra en naar plattelandsgemeenten. Van Wassenaar, Bloemendaal en het Gooi naar Appingedam, Ferwerderadeel en Den Haag.

Jaarlijks keert het rijk via het Gemeentefonds bijna twintig miljard gulden uit aan de gemeenten volgens een verdeelsleutel gebaseerd op de grootte en het aantal inwoners van gemeenten. Vanaf volgend jaar wil het rijk 624 miljoen gulden hiervan anders verdelen en daarbij meer rekening houden met de centrumfunctie van sommige steden en met de sociaal-economische samenstelling van de bevolking. Voor individuele gemeenten hakt de herverdeling tussen geografisch arme en rijke gebieden, zoals voorgesteld door de ministers van Binnenlandse Zaken en Financiën, er fors in. Overigens verstrekt het rijk nog veel meer aan de gemeenten, zoals Sociale Zaken ruim tien miljard gulden voor de bijstand, Onderwijs voor scholen, Volkshuisvesting voor stadsvernieuwing.

De voordeelgemeenten zijn stil tevreden, de nadeelgemeenten hebben zich gebundeld in een protestgroep omdat de lokale belastingen ter compensatie van het verlies aan inkomsten uit het Gemeentefonds mogelijk omhoog moeten. Nu is het met de onroerende-zaakbelasting, de belangrijkste lokale heffing, merkwaardig gesteld. In de armste gemeenten zijn de tarieven veelal het hoogst omdat deze gemeenten hoge uitgaven voor sociale zekerheid, sociale woningbouw, sociale gezondheidszorg en voor de instandhouding van een centrumfunctie hebben. De grote steden trekken een scala van maatschappelijke probleemgevallen aan en zien de draagkrachtige bewoners verhuizen naar suburbia. Het planologische beleid van groeikernen heeft deze beweging de afgelopen decennia versterkt. West-Nederland is een aaneengesloten randstedelijk gebied geworden, ongelukkig verdeeld over een groot aantal gemeenten.

GEMEENTEN HEBBEN in Nederland een beperkte financiële autonomie. De eigen middelen van de gemeenten dekken slechts veertien procent van de plaatselijke uitgaven. Noch het lokale bestuur, noch de bevolking leeft daardoor met het prangende gevoel dat de gemeentelijke dienstverlening ook directe geldelijke gevolgen heeft. Een gevolg hiervan is dat financieel wanbeleid pas in een laat stadium wordt gevoeld en afgestraft. De voorgestelde herverdeling van het Gemeentefonds dreigt deze afwenteling te versterken. Een voorbeeld: betalen straks de voorsteden Wassenaar, Rijswijk en Voorburg voor het gat van een kwart miljard dat de gemeente Den Haag in de jaren tachtig straffeloos liet ontstaan?

In Groot-Brittannië heeft toenmalig premier Thatcher in 1987 een radicale aanpak voorgesteld om de gemeenten financiële verantwoordelijkheid te geven voor hun beleid. De zogenoemde poll tax was bedoeld om gemeenten zelf de inkomsten te laten heffen die noodzakelijk waren om hun uitgaven te dekken. Als burgers zouden voelen waarvoor ze lokale belasting betaalden, zouden de uitgaven beperkt worden, verwachtte Thatcher. De politieke bijbedoeling was om veelal door Labour beheerste gemeenteraden financieel aan te pakken. De poll tax stuitte evenwel op massaal verzet in Groot-Brittannië, ook onder Tory-stemmers die niet wilden dat het lokale voorzieningenniveau werd aangetast. Uiteindelijk vormde de poll tax de binnenlandse aanleiding voor de politieke val van Thatcher in november 1990. Haar opvolger trok de plannen in.

NEDERLAND STELT met de herziening van het Gemeentefonds de omgekeerde poll tax voor: verevening van de bijdragen aan de gemeenten. Het zal ook op politiek protest stuiten (in de nadeelgemeenten), het zal niet helpen om de geografische ongelijkheid in Nederland te verminderen, het zal niet genoeg zijn om de problemen van de grote steden aan te pakken, het zal geen verlaging van de lokale belastingen in de begunstigde gemeenten opleveren en het zal hoogstwaarschijnlijk evenmin bijdragen aan betere gemeentelijke voorzieningen in deze voordeelgemeenten. Met andere woorden: er wordt 624 miljoen gulden overhoop gehaald, er wordt geschoven, geruzied en vergaderd en het resultaat zal minimaal zijn.