'Sterke man' Italië wil politieke revolutie

FLORENCE, 18 APRIL. “We hebben niet alleen de ideeën om Italië te veranderen, we hebben ook de man die dat kan.” De naam is overbodig. De tot de nok toe volgepakte sporthal in Florence verandert in een pandemonium. Tienduizend mensen beginnen te schreeuwen, fluiten en juichen en scanderen de naam van hun held: Fi-ni, Fi-ni.

Ter begroeting knijpt Gianfranco Fini zijn omhooggestoken handen open en dicht en werpt hij kushandjes naar het publiek. Geen politicus maakt zoveel enthousiasme los in deze verkiezingscampagne als de 44-jarige leider van de Nationale Alliantie. Hij is betrouwbaar, hij heeft schone handen en is nieuw, hij weet wat hij wil, zeggen zijn aanhangers.

Deze voormalige neo-fascist die zich probeert om te scholen tot een eigentijdse Italiaanse versie van Charles De Gaulle, belooft niets minder dan “een culturele revolutie: politieke, economische en spirituele vernieuwing”.

“De jongeren kijken naar rechts omdat ze hoop koesteren op verandering en omdat hun grote broers zich verraden voelen door de utopie van links,” roept Fini in de microfoon. “Italië is veranderd en begint aan een nieuwe politieke lente.”

De tevredenheid straalt van zijn gezicht. Vier jaar geleden leidde hij een partij in de marge, nu is hij een van de belangrijkste politici. Als anderen praten, stoot hij af en toe zijn buurvrouw aan, wijzend op de vlaggen en de spandoeken, op de uitpuilende tribunes.

Dit is meer dan hij had verwacht in het 'rode' Toscane. Of de centrum-linkse Olijf-alliantie wint of het rechtse blok van Fini en mediamagnaat Berlusconi, durft niemand te voorstellen. Maar een forse vooruitgang voor Fini's partij is verzekerd. Ook in Toscane. De manifestatie in het Palasport zet voor Fini de kroon op een geslaagde dag.

De persconferentie 's ochtends doet hij routineus. Vragen over een opleving van het fascisme zijn er niet eens meer. Iedereen kent Fini's antwoord: we hebben het verleden officieel afgezworen. De angst ligt elders. Afbraak van de verzorgingsstaat. Aarzelingen over privatisering. Een sterke man. En vooral, deze dag in Florence: de indruk dat hij weinig affiniteit heeft met Europa.

's Middags heeft Fini het makkelijk. In de discotheek Kasar wordt het tv-programma De eerste keer opgenomen, bedoeld voor jonge kiezers die niet eerder hebben gestemd. Een gesprekje aan de bar over de mens Fini dient als opwarmer. Hij voetbalt af en toe, als doelman, maar in de politiek schiet hij liever de bal dan dat hij hem stopt. Hij is supporter van Bologna, zijn vrouw van Lazio en zijn zoon ook. “Uw vrouw is dus de baas in huis”, concludeert de interviewster. En politiek? “Dat is het vermogen om dingen te doen waarin je gelooft.”

Een meisje in gifgroene discokleuren brengt hem de dansvloer op, voor de vragen uit het publiek. Fini scoort meteen. Een chronometer geeft aan dat hij 13 minuten en 28 seconden mag praten, evenveel als een eerdere gast. De campagnewet eist gelijke spreektijd op tv. “Dat is eigenlijk flauwekul,” zegt Fini. “Het gaat er niet om hoelang je praat, maar wat je zegt.”

Het gesprek gaat hem goed af. Opnieuw blijkt waarom Fini goed overkomt op tv. Hij heeft heldere antwoorden, draait meestal niet om iets heen, maakt af en toe een grapje. Het oogt allemaal wat minder bestudeerd en wat minder drammerig dan Berlusconi. De leerling is zijn meester voorbijgestreefd.

Na foto's en handtekeningen vertrekt Fini voor ontmoetingen elders in Toscane. Een brigade jongeren, de helft van de jongens met een ringbaardje, springt op de brommer om in de sporthal mee te helpen met de voorbereidingen.

Fini begint de avond met een ontmoeting met ondernemers. Een uur lang gaat het alleen maar over Europa. Fini wekt de indruk niet te willen bezuinigingen om te kunnen meedoen aan de Economisch en Monetaire Unie.

In een olijfgroene zaal waar steeds iemand wegloopt om zijn zaktelefoon te beantwoorden, probeert Fini eerst het probleem te omzeilen. “Je kunt de verhouding van Italië tot Europa niet alleen in economische termen zien,” zegt hij. Hij onderstreept de politieke samenwerking en vraagt meer aandacht voor het Middellandse-Zeegebied. “Het islamitisch fundamentalisme is het enige serieuze gevaar voor Europa”, zegt hij. “Iedere bom die ontploft in Kairo of Tel Aviv is een bom tegen Europa.”

Dat is niet genoeg. Wil hij dan het risico lopen dat Italië economisch gezien tot een bijrol wordt veroordeeld? “We moeten rekening houden met de realiteit”, zegt Fini. “Ik wil Italië met een gezonde, vitale economie in Europa brengen, niet met een dode.” Hij zegt dat om aan de parameters voor 'Maastricht' te voldoen, Italië dit jaar zestig miljard gulden zou moeten bezuinigingen en volgend jaar zeventig miljard. Dat is volgens hem praktisch onmogelijk en zou te grote schade toebrengen aan de economie. “Italië heeft het verdrag van Maastricht op een lichtzinnige manier ondertekend”, zegt Fini. “Maastricht moet worden gerespecteerd, maar niet ten koste van alles.”

Zijn perschef wijst nadrukkelijk op zijn horloge, maar Fini praat door tot hij het gevoel heeft dat de ondernemers niet meer twijfelen. Dan gaat het met gillende sirenes en piepende banden naar de sporthal, dwars door de stad en tegen al het verkeer in. De partijfotograaf die een lift heeft aangeboden, moet zijn kleine Renault mishandelen om de felle Alfa's en Lancia's bij te houden. Een partijman die te voorzichtig is met zijn Mercedes verliest de aansluiting en zal pas een uur later arriveren.

Twee lokale komieken zijn de zaal aan het opwarmen. “We hebben een afwijking,” zeggen ze. “Ons hart zit rechts. Zijn we daarom ziek?” Nooo, brult de zaal. Daarna introcuceert de spreekstalmeester de gasten op het podium. Kandidaten van de Nationale Alliantie, van Forza Italia, van de kleine centrumpartijen. Hij onderstreept wat Fini vaak heeft geroepen: het rechtse blok, de 'Pool van de vrijheden' is verenigd en kan daarom een stabiele regering beloven. De stoorzender van twee jaar geleden, Umberto Bossi van de federalistische partij Lega Nord, is voor zichzelf begonnen.

“Ik krijg de rillingen van emotie als ik al deze enthousiaste mensen zie”, begint Fini zijn toespraak. De sfeer is die van een stadion. Tienduizend man staan te springen op de banken. Even klinkt, in voetbalsupportersstijl, het spreekkoor “D'Alema, rot op” door de zaal, tegen de linkse leider Massimo D'Alema. Fini probeert het met een handgebaar af te remmen. Dat kan hij niet gebruiken. De partij is netjes geworden. De foto's van Mussolini zijn uit de partijkantoren weggehaald. De fascistengroet is ten strengste verboden. De partijtop draagt het uniform van de manager.

Als het stil is geworden, draait Fini zijn toespraak af. Links is te verdeeld om te regeren, zegt hij, want de communisten zullen nooit kunnen samenwerken met de centrumpartijen in de Olijfalliantie. Links is oud, zegt hij, want daar zitten veel politici van het oude bestel in. Het is “een broederschap van mandarijnen van de Eerste Republiek.” Als hij de namen opnoemt begint de zaal te fluiten. “Fluit liever aan het einde”, zegt Fini, “anders komt er nooit een einde aan.”

Rechts wil de verzorgingsstaat afschaffen? Niet waar, zegt Fini. Rechts wil een einde maken aan de politieke vriendjespolitiek, bijvoorbeeld bij de toekenning van invaliditeitspensioenen. Rechts wil de staat beter laten functioneren. Zijn refrein is 'Een staat die weinig doet, maar goed'. Gezondheidszorg, onderwijs, justitie zijn terreinen waarop de staat zwaar in gebreke blijft. “De zwaksten lijden het meest onder het slechte functioneren van de staat”, zegt Fini.

Dat sociale element ontbreekt vrijwel bij zijn bondgenoot Berlusconi. Het is een erfenis van het economische gedachtengoed van het fascisme: de staat moet sterk zijn om goed voor het volk te kunnen zorgen. Daarom wordt Fini ook verweten tegen privatiseringen te zijn. Hij antwoordt dat hij tegen uitverkoop van staatsbedrijven is, tegen een vorm van privatisering die de machtsconcentratie in de particuliere sector verder vergroot.

We moeten traditionele waarden in ere herstellen, roept Fini. Hij noemt vooral gelijkheid en patriottisme. “Gelijkheid betekent niet dat we op hetzelfde punt moeten uitkomen, zoals de vakbonden steeds hebben gezegd. Gelijkheid betekent dat we vanaf een gelijk punten moeten kunnen vertrekken. Wie beter is, wie harder werkt, moet vooruit kunnen.”

“Een volk mag het woord vaderland niet uit zijn vocabulaire schrappen”, vervolgt Fini. “Anders krijgt je op zijn best Bossi en op zijn slechtst een situatie zoals in het voormalige Joegoslavië.” 'Italië' is een kernthema voor Fini. Overal zie je de Italiaanse driekleur. Hij heeft het vaak gezegd: zijn partij wil een land dat zichzelf kan respecteren en dat door anderen wordt gerespecteerd. Hoort daar de roep om een sterke man bij? Nee, heeft Fini 's middags gezegd. “Maar er moet een einde komen aan de besluiteloosheid, aan de instabiliteit. Een regering mag toch wel proberen te regeren?”