Radu Lupu en herstelde Riccardo Chailly zorgen voor stijlbreuken

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly m.m.v. Radu Lupu, piano. Gehoord: 17/4 Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 18/4.

Hersteld van de griep die hem het afgelopen weekeinde nog weghield van zijn eigen 'mini-festival Riccardo Chailly' staat de Amsterdamse chef-dirigent nu weer voor het Concertgebouworkest. Vrijdag pas gaat het festival door, met de première van het Pianoconcert van Theo Loevendie, gespeeld door Ronald Brautigam, nu gaat het nog om gewone abonnementsconcerten.

Wel lijkt de uitvoering van Weberns bewerking (1935-'35) van het Ricercare a sei voci, de slotfuga van Das musikalische Opfer (1747) van Bach aan te sluiten op de aandacht voor de Tweede Weense School in het festivalprogramma. De forse uitbreiding van de instrumentratie - van zes stemmen tot een klein symfonie-orkest - doet merkwaardig aan voor een componist die zelf bekend staat om zijn tot het uiterste doorgedreven beknoptheid.

Met 'authentieke' Bach heeft dit dan ook niets van doen. De zes stemmen worden telkens opnieuw over het orkest verdeeld als waren ze estafettestokjes. En temidden van deze fragmentarisering - bedoeld om de structuur duidelijker hoorbaar te maken - triomfeert de expressiviteit van de steeds humoristischer aandoende uitvoering: concertmeester Jaap van Zweden transformeert zijn partij tot een nieuw vioolconcert en het geheel lijkt almaar meer op een mini-symfonie, compleet met paukenslagerij en een overdonderende finale.

Ook Mozarts Pianoconcert KV 466 bracht een stijlbreuk. De solist Radu Lupu zat niet op een kruk, maar op een stoel en leunde gedurig zover mogelijk achterover, net zoals Brahms deed. Het was een wonder dat zijn vingers nog bij de toetsen konden en soms keek hij ook in het orkest, richting orgel, terwijl daar ver achter hem, richting zaal, zijn rechterhand achteloos doorspeelde.

Terwijl Chailly zich opvallend betrokken en gedetailleerd bezighield met de orkestpartij - prachtig lenig opgebouwd vanuit het pianissmo en slankblijvend in het forte - was daar een forse incongruentie met die visuele suggestie van lethargie en achteloosheid, die Lupu cultiveerde. Het klinkend geheel was respectabel, maar het klopte niet als 'muziektheater'.

Al jaren is Strawinsky's Le sacre du printemps, dat ook de Festivalconcerten in het weekeinde besluit, een van de absolute topstukken van de combinatie Chailly-Concertgebouworkest. De zinderend contrastrijke extremisering van ritmiek, dynamiek èn de gepassioneerde Amsterdamse expressie is zelfs uniek.

    • Kasper Jansen