Ongelijksoortige polen die elkaar ritmisch aantrekken

Concert: Slagwerkgroep Den Haag, Orkest De Volharding o.l.v. Jurjen Hempel. Werken van De Bondt, Van Norden, Wagemans, Ford, Loevendie, Laman. Gehoord: 16/4 Vredenburg Utrecht. Daarna tournee.

Op papier leek de incidentele samenwerking tussen de Slagwerkgroep Den Haag en Orkest De Volharding een spannende confrontatie van twee magneten met gelijknamige polen: met het eigen krachtenveld als inzet zou een onberekenbaar en grillig samenspel kunnen ontstaan. Het concert dat de ensembles dinsdag samen in Utrecht gaven had echter meer weg van een ontmoeting tussen twee magneten waarvan de ongelijknamige polen elkaar onverbiddelijk aantrokken. Het compositorisch samensmelten van de Haagse trommelaars en de straatblazers met hun piano en bas leverde een natuurlijk klinkende eenheid op.

Maarten van Norden componeerde speciaal voor de gelegenheid East Rock. Tijdens de beste momenten leek de combinatie van de ensembles op een bigband, voorzien van een ritmegroep met exotisch instrumentarium, die strak werd geleid door dirigent Jurjen Hempel. In East Rock wordt een snelle afwisseling van melodische structuren en orkestkleuren een halt toegeroepen door een swing, die aanvankelijk slechts in puls wordt aangeduid, maar zich door de motivische herhaling uiteindelijk open en bloot toont.

In Singing the faint farewell, het werk dat Cornelis de Bondt voor de gezamenlijke ensembles schreef, is het een danseres die zich na een decente striptease open en bloot vertoont. De Bondt is een componist die er als het ware een punt van maakt dat in de hedendaagse muziek de kompasnaald niet automatisch meer naar het tonale noorden wijst, maar dit richtinggevend gereedschap toch enigerwijs wil blijven hanteren. Niet uit angst stuurloos te zijn, neen, juist omdat de overzichtelijke ordening in windrichtingen de wereld zo'n benijdenswaardige weidse aanblik gaf.

In Singing the faint farewell legt De Bondt een madrigaal van de zestiende-eeuwse componist Thomas Weelkes op de ontleedtafel en worden de losse onderdelen vervolgens op een geheel eigenzinnige wijze herschikt. Begeleid door roffelende trommelaars, bewegen de blazers zich eerst dalend en later stijgend op een massief geïnstrumenteerde trap; een beweging die soms wordt onderbroken door kortstondige mijmeringen. Een vergelijkbaar contrast, zij het meer geïsoleerd, ontstaat rondom het mijmerende trio van piccolo, piano en trombone dat Peter Jan Wagemans inbouwde in zijn Fantasieën over Erlkönig, gecomponeerd voor De Volharding.

Waar Wagemans zich bedient van omlijstende, massieve akkoordblokken, daar speurt Wim Laman in Vortex juist naar de fijne nuances van de ene toon door deze in verschillende kleuringen en gedaanten te laten klinken. Ron Ford bewijst met Shift opnieuw een 'rythmicien' van de eerste orde te zijn, die menig onvergetelijke partituur schreef voor de Slagwerkgroep Den Haag.

Maar juist de laatstgenoemde composities, geschreven voor de afzonderlijke ensembles, illustreren dat één plus één weliswaar twee is, maar niet noodzakelijkerwijs een spectaculaire meerwaarde hoeven op te leveren. Dat de twee nieuwe partituren op zichzelf een aanwinst zijn, staat daar los van.

    • Emile Wennekes