Kijken met je handen

Museum Boerhaave. Museum voor de geschiedenis van de natuurwetenschappen en van de geneeskunde. Lange St. Agnietenstraat 10, Leiden. Tel. 071 5214224. Geopend: di t/m za 10-17u, zo 12-17u.

Spelletjes, heten ze bij het Museum Boerhaave: ruim twintig modellen, aan de hoofdeinden van de tableaus met de originele toestellen. Vanaf deze week kan de bezoeker zelf de (nagemaakte) brandspuit van Jan van der Heijden bedienen, een ongedempte spiegelgalvonometer op nul stellen, een spectroscoop scherpstellen en heliumspectraallijnen bekijken, Maagdenburger halve bollen vacuüm trekken. Het is museumbezoek met je handen. De echte instrumenten staan steeds vlakbij op meer serene wijze uitgestald. Microscopen, een valtoestel, centrifugaalapparaat, luchtpompen en de Maagdenburger halve bollen: ze getuigen van een tijd dat de Nederlandse wetenschap - en de instrumentmakerij - er goed op stond. Mooi, zeggen de bezoekers, maar volgens Anne van Helden, wetenschappelijk medewerker van het Leidse museum, is dat niet genoeg. “Behalve mooi moet het ook leuk zijn. Je kunt instrumenten begrijpen, bewonderen, inzien welke rol ze in de wetenschap hebben vervuld, maar zelf kun je er niks mee. En iedereen voelt die uitdaging, die nieuwsgierigheid van: hoe voelt het om door zo'n microscoop te kijken, wat is de dynamiek in dat valtoestel, zou ik die heliometer in kunnen stellen?” In de 'vaste presentatie' van het museum viel aan die wens tot nu toe niet tegemoet te komen. “We krijgen regelmatig klachten”, erkent Van Helden. “We leggen niet genoeg uit. Toch vormen de teksten bij elkaar een aardige pocket, meer erbij werkt niet, dat lezen de mensen niet meer. Bovendien, het gaat bij ons om apparaten, niet om theorieën. Maar wat je zou willen is dat die apparaten zouden spreken. Dat kan niet, maar we komen een eind in de richting door de dingen na te maken, zo goed mogelijk, met authentieke materialen als mahoniehout en messing, zodat de bezoeker bijna denkt iets echts in handen te hebben.” “De vormgeving van de spelletjes is afwijkend”, zegt Van Helden, “met speelse instructiebordjes, een foto om de link te leggen met het werkelijke instrument elders in de zaal en gekleurde spotjes maken we de bezoeker duidelijk dat het apart is, dat hij niet ook aan de andere instrumenten mag zitten.” Wetenschappelijke instrumenten uitleggen via reconstructies is nauwelijks eerder vertoond, zegt Van Helden. “Alleen in Zweden heb ik iets gezien dat in de buurt kwam. Wat we per se niet willen is de situatie zoals die in het Deutsches Museum in München bestaat. Daar kan je op een knopje drukken en verder niets. Pas dertig bezoekers na jou gebeurt er wat. Een hart-longmachine zoals die wij in huis hebben is een intrigerende wasmachine, maar pas als spelletje zie je hoe hij werkt. En dat hij lawaai maakt is helemaal niet erg, dat brengt leven in de brouwerij. Een bibliotheeksfeer in het museum hoeft voor mij niet.”