Industriebank voorkomt geen debâcles

AMSTERDAM, 17 APRIL. De machtige Deutsche Bank, moeder aller industriebanken, financierde de expansie van het wijd vertakte Daimler-Benz, dat een geïntegreerd technologieconcern wilde worden, mede daarom Fokker kocht, maar zoveel geld verloor dat zij moest krimpen en Fokker liet vallen.

En wat zegt de PvdA-fractie in de Tweede Kamer? Jammer dat wij in Nederland geen industriebanken hebben. En minister Wijers van Economische Zaken? “Ik ben het er mee eens dat je de verzuchting kunt slaken dat het heel jammer is dat een land als Nederland, met zo'n spaaroverschot, met zoveel rijke financiële instellingen, geen industriebank-achtige tradtie kent waarbij meer risico's worden genomen.”

Fokker is failliet, 5.000 mensen zijn hun werk kwijt, om van toeleveranciers en de verwante kennisindustrie nog te zwijgen. Nakaarten is leerzaam als er conclusies getrokken worden die zinvol zijn voor de toekomst. Wat deze week in de Tweede Kamer gebeurde naar aanleiding van het Fokker-debâcle was meer: round up the usual suspects.

Financiële kringen reppen - een beetje smalend - van de privatisering van het steunbeleid van de overheid. In de jaren zeventig stak de overheid nog zelf of via haar 'steunloket' Nationale Investeringsbank geld in noodlijdende bedrijven (RSV, Ogem, Nederhorst), maar dat is sinds een decennium een taboe geworden. Nu geeft de overheid aan waar steun verleend moet worden en moeten de private financiers het geld leveren.

Wat mist Nederland? De voorbeelden uit Duitsland en Frankrijk, twee landen met een sterke traditie van aandelenbelangen van banken in bedrijven, zijn huiveringwekkend. De Duitse industrie lijkt mede door de vervlechting van banken en bedrijven langer dan het Nederlandse bedrijfsleven te hebben gewacht met de aanpassingen aan de veranderingen op de wereldmarkten. Een industriebank à la Deutsche Bank voorkomt geen debâcles, zo leren Daimler-Benz, Metallgesellschaft, vastgoedmagnaat Schneider of de werf Bremer Vulkan. In Frankrijk, waar de industriebank banque d'affaire heet, betalen de belastingbetalers het gelag voor de expansiedrang van staatsbank Crédit Lyonnais die een Franse Deutsche Bank wilde worden. De redding van Crédit Lyonnais kost hen vele miljarden gulden.

De klaagzangen uit Den Haag komen op een moment dat de Nederlandse financiers voor substantiële bedragen nieuwe aandelen kopen in de industrie. De laatste maanden hebben bedrijven als Hoogovens, DSM, NKF en Océ-van der Grinten nieuwe aandelen geplaatst, juist bij Nederlandse banken en verzekeraars.

Als de minister en de Kamer het Nederlandse Finanzkapital hadden willen stimuleren om Fokker te redden hadden zij simpelweg meer druk moeten uitoefenen. Daar is de financiële sector wel gevoelig voor. Toen Fokker begon te wankelen liet het kabinet weten dat zij niet stond te trappelen om het voortrouw te nemen en de Kamer steunde dit beleid. Dat geeft financiers niet de sense of urgency om met honderden miljoenen guldens over de brug te komen. Het ontbreken van een ondernemer die Fokker zou kunnen revitaliseren, is hun argument om te zeggen: geen plan, geen geld.

“Ik zie nog niet zo snel dat er een bankenfonds komt, waarbij de industrie het geld op tafel legt om banken overeind te houden”, zei toenmalig bestuursvoorzitter mr. R. Hazelhoff van ABN Amro drie jaar geleden na de ondergang en wederopstanding van vrachtwagenfabrikant DAF. Ook toen was de vraag: wat doen de banken. Ook toen was het ach en wee niet van de lucht dat er geen industriebanken zijn. Die discussie loopt al sinds Sarphati in 1863 de Nederlandsche Crediet- en Depositobank oprichtte, die later fuseerde tot de Banque de Paris et des Pays-Bas, en nu Paribas heet: een banque d'affaire die in Nederland mislukte.

Over de financiering van de industrie is inmiddels een boekenplank vol geschreven. Bovendien heeft Wijers' eigen Centraal Planbureau nog een studie in de pen over de verschillen en overeenkomsten tussen het financiële systeem in Duitsland en Nederland. De laatste vijftien jaar zijn twee overheidsinitiatieven voor de financiering van industrieel elan mislukt: de Maatschappij voor Industriële Projecten en de Industriefaciliteit. De markt bleek steeds beter te werken dan de beleidsmakers in Den Haag vermoeden.

Reden om maar bij de pakken neer te zitten? Zeker niet. Maar industriebeleid is een kwestie van kiezen, van geld en van lange adem. Ploeg bijvoorbeeld al het geld dat verdiend wordt met verkoop van staatsbedrijven terug in versterking van de basis van de bedrijven. Creëer aparte fondsen die ontwikkelingskredieten geven, die de ontvanger moet terugbetalen aan het fonds, zodat er een continue stroom op gang komt. En vergroot de ruimte voor AA-kredieten van de Nationale Investeringsbank, die dienen als expansiekapitaal voor middelgrote bedrijven, de ruggegraat van de Nederlandse economie.