Iedereen loert naar de macht in Pinter voor jeugd

Voorstelling: De huisbewaarder door Huis aan de Amstel, vanaf 10 jaar. Tekst: Harold Pinter. Regie: Liesbeth Coltof. Spel: Roel Adam, Paul Kooy en Adri Overbeeke. Gezien: 14/4, Brakke Grond. Nog te zien: 19/4 Amsterdam, 21/4: Haarlem. Tournee. Info: 020-6229328

Op haar zoektocht naar welke toneelteksten je op welke manier voor kinderen zou kunnen brengen is Liesbeth Coltof nu aangeland bij De huisbewaarder van Harold Pinter. Eerder dit jaar regisseerde ze Romeo en Julia van Shakespeare en onder de titel Stil, de Trommelaar Bertold Brechts Moeder Courage. Was er bij deze stukken nog sprake van vrij ingrijpende bewerking, Pinter wordt praktisch ongewijzigd gespeeld. Dat is een waagstuk, want De huisbewaarder (1960) is, ook voor volwassenen, een raadselachtig stuk.

Twee broers gaan samen over één vervallen huis, hun ouderlijk huis. Mick is de eigenaar, Aston woont er, in de enige nog niet helemaal ineengestorte kamer, waar Mick nog wel een bed heeft staan. Beiden hebben grootse plannen met het pand, geen van beiden heeft daartoe ooit een poot verzet. Dan verschijnt er een zwerver die bezit neemt van het extra bed, van de kamer en eigenlijk van het hele bestaan van de broers. Tastend naar hun geheimen en zwakke plekken probeert hij het tweetal tegen elkaar uit spelen, om als een schurftige hond voor zichzelf een plekje te regelen. De oude lijkt het aardig voor elkaar te krijgen, maar het op cruciale momenten opduikende verbondje tussen de twee jongens zit hem daarbij danig in de weg.

'Een toneelstuk over 3 jongens, 2 bedden, 1 kamer', luidt de ondertitel die Coltof haar interpretatie van Pinter heeft meegegeven. Uiteraard gaat het erom wie de baas is over die kamer en die bedden, hoe je de ander kunt manipuleren en in de tang houden. Eén scène verbeeldt dat helder en precies, waar de tas met zwerversbezittingen joelerig wordt overgegooid en je degene die de tas in handen heeft steeds heel even heel erg de baas ziet worden. Het fraaie toneelbeeld van Floor Oskam, bestaande uit drie perspectivisch toelopende wanden van doorzichtig plastic, waardoorheen iedereen iedereen in de gaten houdt, maakt het loeren op de macht nog eens extra zichtbaar. Toch gaat het niet over macht alleen, maar ook over eenzame scharrelaars, die in bizarre dialogen vol non-informatie langs elkaar heen praten en die de illusies over hun eigen prestaties krampachtig in stand houden.

Paul Kooy schakelt als Davids onnavolgbaar tussen onderdanigheid, sluw opportunisme en zielepotigheid, en Roel Adam is een aandoenlijk redderige Aston, met trouwe hondenblik, een enigszins verstarde motoriek en monotone spreekstijl, die bij zijn psychiatrisch verleden horen. De jongste broer van Adri Overbeeke sprak mij door zijn overdreven toneelmatigheid minder aan. In hun onbestemde pakken met korte broek zetten de spelers een mengvorm van kind en volwassene neer, waarmee ze benadrukken dat hun soort spelletjes van alle leeftijden is. Aangrijpend is het moment waarop na een emotionele uitbarsting de twee broers met een lullige gipsen kabouter een overgooispelletje beginnen, als een vriendelijke echo op de agressieve tassengooiscène. Ineens wordt daar duidelijk wat de broers bindt: hun kindertijd. Onmiskenbaar zet Liesbeth Coltof daar ook haar handtekening, precies zoals ze dat deed bij Shakespeare en Brecht. Binnen één seizoen is dat een topprestatie.