Hogeschool, 'professional university' of 'Senshu-gakko'

Geografisch zijn er geen problemen. Op de Uithof in Utrecht staan bijvoorbeeld de universteitsgebouwen sinds kort broederlijk naast een fonkelnieuw gebouw van de Hogeschool Utrecht.

Maar verder moeten de grenzen duidelijk blijven. “Het herkenbaar maatschappelijk onderscheid tussen h.b.o. en w.o. (wetenschappelijk onderwijs, red.) biedt een eerste belangrijke waarborg voor het adequaat tegemoet komen aan gedifferentieerde behoeften van de samenleving en student”, heet in minister Ritzens Hoger-onderwijs- en onderzoeksplan (Hoop) 1996.

Over de grenzen zal het onderscheid echter vervagen, zo wil tenminste de organisatie van hogescholen, de HBO-raad. Want eigenlijk zijn de Nederlandse hogescholen in het buitenland gewoon universiteiten, dus niet langer 'institutes of higher vocational education' maar 'university of professional education'. Deze naam heeft de HBO-Raad vorige maand aanbevolen bij alle Nederlandse hogescholen.

Volgens de HBO-Raad is dat nodig omdat het Nederlandse verschil tussen hogescholen en universiteiten in het buitenland tot verwarring leidt. Vaak is het in het buitenland onduidelijk welk niveau hogescholen hebben. Dat maakt het soms moeilijk om tot internationale samenwerking te komen, aldus A. van der Hek, voorzitter van de HBO-Raad.

De HBO-Raad heeft ook het ministerie van Onderwijs gevraagd in het voorlichtingsmateriaal voor het buitenland ook de term 'university of professional education' te gebruiken. Maar het ministerie zal niet aan dit verzoek voldoen. Volgens minister Ritzen wordt de onduidelijkheid over het Nederlands onderwijssysteem groter als hogescholen zich ook universiteit gaan noemen. “Het lijkt wel of hogescholen in het buitenland in minder dan vijf minuten willen uitleggen hoe ons onderwijs eruit ziet. Dat kan gewoon niet”, aldus een woordvoerder. Het ministerie zal verder niet met de HBO-Raad in discussie gaan. “HBO-instellingen mogen zichzelf elke naam geven in het buitenland. Daar hebben wij niets over te zeggen.”

Er is overigens keus genoeg. Uit het OESO-rapport Education at a glance 1995 blijkt dat in veel industriële staten een vorm van niet-universitair hoger onderwijs bestaat: Vocational education and training (VET) in Australië, Kunst- of Fachhochschulen in Oostenrijk en Duitsland, 'Hoger onderwijs buiten de universiteit' in België, Non university programs in Canada, Korte of mellemlange videregaende uddannelser in Denemarken, Grand Écoles in Frankrijk, Technological colleges in Ierland, Senshu-gakko en Kakusho-gakko in Japan, Polytechnics in Nieuw Zeeland, Hogsk⊘ler in Noorwegen, Ensino superior politecnico in Portugal en Écoles supérieures in Zwitserland.