Geweldchip

Om uit te leggen waarom 'Power Rangers' agressief gedrag bij kinderen in de hand werkt, worden in het artikel 'Geweldchip in televisie is niet genoeg' (NRC HANDELSBLAD, 12 april) vier criteria aangehaald, die volgens de Leidse hoogleraar Tom van der Voort bij tv-kijken agressieverhogend werken: het geweld moet realistisch lijken, beloond worden, gerechtvaardigd worden en uitnodigen om na te doen.

Drie van deze vier objectief ogende 'criteria' houden echter geen stand. Op het eerste argument valt veel af te dingen, getuige de invloed die toch ook aan tekenfilms wordt toegekend, hoewel de hoofdfiguren meestal weinig realistisch platgereden worden, om een seconde later vrolijk verder te rennen.

'Beloning' en 'rechtvaardiging' mogen voor een aankomend jurist interessant zijn, voor de meeste kijkertjes zullen ze minder indruk maken dan het geweld zelf. Alsof een kijker die een uur lang 'in de huid van een slechterik' mag kruipen en spanning beleeft aan diens gewelddadige uitingen, hier niet opgefokt van kan raken, simpelweg omdat in de laatste vijf minuten boontje om zijn loontje komt. Ik kan mij van vroeger herinneren dat het me niet zoveel uitmaakte of ik nu de indiaan of de cowboy was, zolang je er maar flink op los kon schieten of scalperen. Alleen het laatste criterium, uitnodigen tot nabootsen, wijst naar een fundamentele drijfveer van ons menselijk gedrag, namelijk: aanleren door imitatie.

De bezorgdheid over het toenemende aanbod aan gewelddadige televisie voor steeds jongere kijkers lijkt mij in dit licht terecht. Maar het zoeken van oplossingen in de richting van verboden en ingebouwde anti-geweldchips lijkt me weinig effectief, zoals ook in het artikel wordt betoogd. Als we zouden erkennen dat imitatie een belangrijke drijfveer is voor menselijk gedrag, hebben we een vruchtbaarder uitgangspunt om 'verkeerd gedrag' in onze samenleving te benaderen. De oplossing zou dan niet gezocht moeten worden in het verbieden van geweld, maar in aanmoediging van programma's die weliswaar suspense weten op te bouwen, maar creatievere manieren tonen om deze spanning op te lossen.

    • Wim de Groot