Advies over deelname VN-vredesoperaties

DEN HAAG, 18 APRIL. Nederland moet zijn deelname aan vredesoperaties beperken tot die waarbij geweld kan worden gebruikt. Dat adviseert de Adviesraad Vrede en Veiligheid de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie in het vandaag uitgebracht rapport Verloren onschuld - Nederland en VN-operaties. De bewindslievroegen vorig jaar om dit advies naar aanleiding van de ervaringen van Nederland onder meer in voormalig Joegoslavië.

Onvoldoende bewapening van VN-troepen kan er volgens de Adviesraad toe leiden dat blauwhelmen partij worden in gewapende conflicten. Daarom is een machtiging om geweld te gebruiken, in combinatie met voldoende bewapening, onontbeerlijk in komende VN-operaties.

Als aan deze voorwaarden is voldaan kan een 'omkering van de bewijslast' ten grondslag liggen aan de beslissing troepen uit te zenden. Nederland zou tot uitzending van eenheden moeten overgaan tenzij regering en parlement zwaarwegende redenen hebben om dat niet te doen. Nu levert Nederland geen troepen tenzij daar goede redenen voor zijn.

De Raad gaat ervan uit dat kabinet en Kamer zich ervan vergewissen dat er een maatschappelijk draagvlak bestaat voor deelname aan met name riskante vredesoperaties bestaat. Vooral als negatieve publicitaire gevolgen te verwachten zijn, waarschuwt de Adviesraad met een verwijzing naar de val van de moslim-enclave Srebrenica in het voormalige Joegoslavië. Want negatieve berichten kunnen leiden tot een zichzelf waarmakende voorspelling, zo schrijft de Adviesraad.

De VN moeten meer preventief optreden, om te voorkomen dat een dreigende crisis zoals een genocide tot uitbarsting komt. De Raad stelt het oprichten van een 'red-alarm group' voor, waarin vooraanstaande politici uit de lidstaten de Veiligheidsraad op dreigende conflicten te wijzen.