Wie onderzoekt de FIOD?

De Tweede Kamer mist het instrumentarium om behoorlijk toezicht te houden op de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD). Ook ontbreekt het aan een gedragscode voor het alledaagse optreden van FIOD-ambtenaren. Dat constateerde de voorzitter Ybema van de Vaste commissie voor Financiën in de Tweede Kamer, toen de Commissie vorige week een onderzoek over de werkwijze van de FIOD in ontvangst nam.

Dat onderzoek van de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs was een vervolg op een rapport waarin de Tweede Kamer manco's in het FIOD-optreden signaleerde. Staatssecretaris Vermeend (Financiën) veegde indertijd met het onderzoek van de Kamer de vloer aan, omdat onduidelijk bleef waarop de parlementariërs hun bevindingen hadden gebaseerd. Volgens Vermeend waren hooguit wat oude koeien uit de sloot gehaald.

Die stelling dat de Kamer zich alleen op enkele incidenten baseerde, lijkt ondergraven nu de Federatie enkele tientallen gevallen meldt waarin de conclusies van de Tweede Kamer worden onderschreven. Het gaat dan om klachten die uiteenlopen van onzorgvuldigheden tijdens het verhoor (33 gevallen) tot ambtelijke functievermenging (11 gevallen). Verdergaande conclusies vallen er uit het Federatie-onderzoek niet te trekken; daarvoor was de deelname aan de enquête door amper meer dan tien procent van de aangeschreven leden te laag.

Volgens Ybema (D66) plaatst de Federatie zich met dit onderzoek aan de frontlinie van de discussie over de FIOD. Zijn VVD-collega Van Rey, wil de onderzoeksresultaten graag met Vermeend bespreken. Meer uitgebreid onderzoek acht Van Rey namelijk dringend geboden. Ondertussen begrijpt staatssecretaris Vermeend de commotie niet goed. Alleen al de zeer geringe belangstelling van de belastingadviseurs voor de enquête spreekt zijns inziens boekdelen. Bovendien heeft de bewindsman over geen van de daarin gemelde zaken een klacht ontvangen, dus zo erg kan het allemaal niet zijn.

Bij dat argument schiet Van Rey door het plafond. “Als parlementariër heb ik meer dan tien serieuze klachten over FIOD-optreden op mijn bureau gekregen. Steeds werd ik na een tijdje gebeld door de belastingadviseur of de advocaat met de vraag de zaak toch maar liever te laten rusten; er is angst onder de mensen.” Juist over dat aspect wil Van Rey met de Federatie doorpraten. De onderzoekscijfers stroken met de ervaringen van Van Rey.

De belastingadviseurs hebben nauwelijks vertrouwen in de leiding van de Belastingdienst of de FIOD zelf wat het toezicht op de werkwijze van de opsporingsambtenaren betreft; een rapportcijfer van 3,6. Ook Vermeend scoort wat dat betreft met een 5 een onvoldoende. De Tweede Kamer geniet met 6,3 wel een voorzichtig vertrouwen. Wat doen de volksvertegenwoordigers daarmee?

Van Rey en Ybema verschillen daarover van inzicht; de andere partijen lieten bij de aanbieding van het rapport verstek gaan. Van Rey ziet alle aanleiding om nu meer uitgebreid onafhankelijk onderzoek naar de handel en wandel van de FIOD in te stellen. Ybema wil de eigen jaarcijfers van de FIOD afwachten als basis voor overleg met Vermeend. Dat komt er misschien pas in het najaar. Zo nodig wil de D66-er daar dossieronderzoek aan vastkoppelen. Vuurwerk valt er al met al niet te verwachten; de Kamer ligt er niet echt wakker van dat ze onvoldoende greep heeft op het beleid van een van de machtigste rijksdiensten.

Het werk van de commissie-Van Traa en het daaropvolgende onderzoek van de rijksrecherche naar de CID Haarlem, tonen betrokkenheid van de FIOD bij sigarettensmokkel aan. Uit vonnissen van de Tariefcommissie (de hoogste belastingrechter voor accijnzen) blijkt hoe de FIOD fraude met jenever toeliet in de hoop de leidende criminelen te pakken. Uiteindelijk haalde de fiscus zijn verhaal bij een volstrekt onschuldige douane-expediteur: een meestal kleine ondernemer die tegen een karige beloning de papieren rompslomp voor exporterende bedrijven afhandelt. Torenhoge aanslagen voor deze op grond van de wet aansprakelijke bemiddelaar zouden zijn faillissement hebben betekend als de Tariefcommissie de gretige Belastingdienst niet had afgestopt.

Volgens ingewijden behoren dergelijke praktijken inmiddels tot het verleden. Openbare gegevens daarover ontbreken evenwel. Voor de geloofwaardigheid van de Kamer en het vertrouwen in de FIOD is een zichtbaar adequaat toezicht op het werk van de machtige opsporingsdienst van belang. Zeker nu blijkt dat de dienst in zijn enthousiasme grenzen uit het oog kan verliezen. Tot nu toe honoreert de Kamer vrijwel blindelings de wensen van Vermeend om over de FIOD bij voorkeur achter gesloten deuren te praten. Een volgzaamheid die als een boemerang terugkomt als Vermeend vervolgens kritische bevindingen van de Kamer als niet onderbouwd van de hand wijst. Een volgzaamheid ook die de Kamer gemakkelijk het vertrouwen van de bevolking kan kosten. Doeltreffende openbare controle moet het handelsmerk van de Kamer zijn.

    • Aertjan Grotenhuis