Weg met Ajax, leve de groenen

ATHENE, 17 APRIL. Bij ons thuis in Amsterdam-Zuid waren we geen aanhangers van Ajax. We vonden die club te arrogant, met die ene verticale streep. We sympathiseerden met het toen nog bloeiende Blauw Wit, dat die aardige horizontale zebra-strepen droeg.

Toch heb ik in 1971, aan de vooravond van de finale tussen Ajax en Panathinaïkós (2-0 voor Ajax), vanuit Istanbul waar ik in een soort ballingschap leefde, een stukje geschreven dat 'Hup Ajax' heette. Panathinaïkós was in die jaren de lieveling en beschermeling van de regerende kolonels. Winst zou alleen hun bewind ten goede komen.

We zijn nu 25 jaar verder en de situatie is weer grondig veranderd. Ik voel mijn oude antipathie weer bovenkomen en deel de Griekse woede over Ajax' alazonía (arrogantie, maar ook opschepperij) en de Griekse vreugde na de eerste zege.

Waarom weigerde Van Gaal die groep Griekse journalisten, die van 80 kilometer ver waren gekomen, te woord te staan? Waarom stond op het toegangskaartje alleen de naam Ajax? Vond men de Griekse naam te lang of te moeilijk? En waarom werd die naam consequent verkeerd uitgesproken door de verslaggevers van de Wereldomroep? Ze zeggen toch ook niet Bénfica? Bij de BBC stellen ze in zo'n geval een nauwgezet onderzoek in. Er waren toch genoeg Griekse reporters om het even aan te vragen?

En dan dat badinerende (de Grieken zeggen: racistische) toontje. Nog kort voor het einde, bij de stand 0-0, sprak een van de verslaggevers zijn verbazing uit over het feit dat een van de beste spelers, Borelli, werd vervangen door ene Markos. “Dat zou wel een vrindje van de directeur zijn.” Het weekblad Voetbal International had geschreven dat bij Panathinaïkós de schatrijke directeur alles voor het zeggen heeft en de trainer niets in te brengen. Onzin allemaal. In Griekenland ben ik niet Panathinaïkos toegedaan, maar AEK. Maar van mij mogen die groenen de beker krijgen. Hup Panathinaïkós.

    • Frans van Hasselt