Vredeskamp Israel plaatst eerste vraagtekens

TEL AVIV, 17 APRIL. Voor de overgrote meerderheid van de Israelische bevolking is de operatie 'druiven der gramschap' een verre, luxe oorlog waarvan men 's avonds in het tv-journaal de steriele inslagen van Israelische raketten op Hezbollah-doelen in Libanon kan volgen. Zo normaal is het dagelijks leven in Haifa, Tel Aviv en Jeruzalem zelfs dat nogal wat personeel vandaag in overheidsdienst voor een nieuwe loonronde in staking is gegaan. Voor de bevolking van Noord-Israel is het natuurlijk een ander verhaal. Daar vallen de katjoesja's, daar zitten mensen in de schuilkelders hoewel 80 procent van de inwoners van Kiryat Shmona naar veiliger oorden is uitgeweken.

Zolang premier Shimon Peres zijn oorlog uit de lucht en met artillerie tegen Hezbollah niet laat volgen door een landoperatie, met een grote kans op aanzienlijke Israelische verliezen, geniet hij de steun van de overgrote meerderheid van de Israeliërs. Op het lijden van zo'n 400.000 uit hun dorpen en steden verdreven Libanese burgers reageert men even onverschillig als op de consequenties van de afgrendeling van de Palestijnse gebieden voor de Palestijnse bevolking. Kan van een volk dat ondanks het vredesproces al bijna vijftig jaar in oorlogstoestand leeft anders worden verwacht?

Toch worden hier en daar de eerste vraagtekens geplaatst over de haalbaarheid van de politieke doeleinden en de juistheid van de gebruikte middelen. Ze worden geplaatst door de oude getrouwen van het Israelische vredeskamp. Uri Avneri, één van de eerste Israeliërs die voor vredesoverleg met de PLO pleitte, schreef deze week dat Israel van de “Zuidlibanese tijger” moet afstappen en zijn troepen uit de Zuid-Libanon moet terugtrekken. Een geestverwant van deze publicist, reserve-generaal Meir Peil, die naam heeft gemaakt als militair historicus, schrijft vandaag in Ma'ariv dat de regering Peres zich niet onder druk van de publieke opinie tot de oorlog in Libanon tegen Hezbollah had moeten laten verleiden. Nu dat wel is gebeurd, vraagt hij zich af wat het nut was van het bombarderen van een elektriciteitscentrale bij Beiroet nadat een katjoesjaraket het elektriciteitsnet in Noord-Israel had getroffen.

Ook heeft hij geen goed woord over voor de stelling van Peres dat het opvoeren van de druk op de Libanese regering diplomatieke vruchten zal afwerpen. Iedereen weet volgens Meir Peil toch dat als gevolg van Israels anti-Palestijnse oorlog in Libanon van 1982-1984 de regering in Beiroet een marionet van Syrië is geworden? Volgens zijn analyse is de enige uitweg uit het Libanese moeras een vredesverdrag met Syrië op basis van ontruiming van de Hoogvlakte van Golan, gevolgd door vrede met Libanon waarna Israel, Libanon en Syrië gezamenlijk Hezbollah kunnen ontwapenen. In dat proces zal Israel Zuid-Libanon ontruimen.

De krant Ha'arets doet vandaag in een hoofdartikel de suggestie om terug te komen op een idee van wijlen premier Yitzhak Rabin, die indertijd voorstelde de veiligheidszone in Zuid-Libanon bij wijze van proef te ontruimen en dat gebied aan het Libanese leger over te dragen. Deze meeste gezaghebbende Israelische krant heeft weinig vertrouwen in een nieuw, indirect akkoord met Hezbollah, waarvan nu sprake is, en ziet meer in rechtstreekse Libanese en Syrische betrokkenheid in Zuid-Libanon.

In hoge legerkringen begint frustratie te groeien over een mogelijk snel diplomatiek einde aan de legeroperatie voordat Hezbollah op de knieën ligt. Brigade-generaal Giora Inbar, de verbindingsman met het de pro-Israelische militie in Zuid-Libanon, zei gisteren dat “het leger niet zal toestaan dat premier Peres het leger zal verhinderen zijn doeleinden in Libanon te verwezenlijken”. Chef-staf generaal Amnon Lipkin-Shahak wees deze generaal onmiddellijk terecht en omschreef diens woorden als “stompzinnig”.

De stapsgewijze escalatie van de Israelische oorlog tegen Hezbollah heeft statistisch beschouwd nog weinig succes geboekt. Het aantal raketaanvallen op Noord-Israel is sedert het begin van de operatie in Libanon toegenomen. Dat is de Hezbollah inbreng in het diplomatieke overleg om tot een nieuwe verstandhouding tussen de strijdende partijen te komen.

    • Salomon Bouman