UNCTAD-rapport

Infographic: Toetreding tot de Europese Monetaire Unie kan sommige Europese lidstaten minder vrijgevig maken. De Zweedse regering heeft gisteren bezuinigingen op ontwikkelingshulp aangekondigd. Hoewel de Noord-Europese landen per hoofd van de bevolking het meest aan ontwikkelingshulp besteden, is het bedrag dat zij aan de groep minst ontwikkelde landen geven, ten opzichte van 1990 teruggelopen.

De Verenigde Staten, Australië en Japan zijn - gezien het aantal inwoners - minder gulle gevers aan de groep minst ontwikkelde landen. Wel hebben deze landen tussen 1990 en 1994 hun bijdrage met meer dan 20 procent vergroot.

Dit blijkt uit het jaarlijkse rapport van UNCTAD, de VN-organisatie voor handel en ontwikkeling, over de situatie van de 48 minst ontwikkelde landen. Volgens UNCTAD is er sprake van 'donor-moeheid' bij de rijkere landen. Een overvloed aan probleemgebieden en een gebrek aan concrete resulaten heeft hieraan bijgedragen.

Om te voorkomen dat de positie van de armste landen verslechtert, is meer hulp nodig van de rijkere landen, stelt het rapport. Snellere schuldsanering, technische ondersteuning en hogere bijdragen aan ontwikkelingshulp kunnen de financiële positie van deze kwetsbare economieën verbeteren. Economische groei van de minst ontwikkelde landen wordt belemmerd door de gebrekkige infrastructuur, onderwijs en technische capaciteiten.