Regisseur Jan Ritsema (51) wil voor het eerst dansen

De dansvoorstelling 'Quator' moet een keerpunt worden in het oeuvre van regisseur Jan Ritsema. Maar of de première tijdens het komende Springdance festival doorgaat, is nog onzeker. “Mijn dansen is een ode aan de muziek”, zegt Ritsema.

Jan Ritsema danst in zaal Ottone, Utrecht, op 20 en 21 april. Springance '96 Utrecht 17 t/m 28 april, tel. 030-231.7517

“Je treft me in een teleurgestelde bui. Ik twijfel. Ik weet niet meer wat ik moet doen. Misschien moet ik alles maar afzeggen.” Aanstaande zaterdag moet tijdens het Utrechtse Sprindance festival een voorstelling van regisseur Jan Ritsema in première gaan. Het is een solo, waarin Ritsema zal optreden als danser en waaraan hij acht maanden heeft gewerkt.

Enkele weken geleden vernam Ritsema dat hij geen toestemming krijgt voor het gebruik van de muziek van Olivier Messiaen, Quator pour la fin du temps (1940). De composities van Messiaen mogen uitsluitend gebruikt worden voor muzikale uitvoeringen, zo bepaalde de componist bij zijn leven en zo luidt ook de wens van de weduwe Messiaen. “Er moest wel een ramp gebeuren. Deze voorstelling kwam me aanwaaien. Alles liep op rolletjes, iedereen wilde meewerken, de reacties waren positief.”

Ritsema trekt zijn colbert open: uit zijn binnenzak steekt een ticket voor Parijs. Die middag zal hij nog een eenmaal proberen de weduwe Messiaen te overreden. “Mijn dansen is een ode aan de muziek. Ik dans niet op de muziek. Het is meer, dat ik aanwezig ben bij de uitvoering van de muziek van Messiaen.” Een laatste poging is hij aan zichzelf verplicht, vindt hij, maar veel hoop heeft hij niet.

Om de voorstelling toch doorgang te verlenen is er direct naar nieuwe muziek gezocht. De compositie van het Quator indachtig, dat uit acht delen bestaat, werden acht andere muziekstukken gekozen, van Webern, Ives, J.S.Bach, Scelsi en Berg. Op het moment van het gesprek is de try-out van de voorstelling in Groningen, met de nieuwe muziek, net achter de rug. “Natuurlijk is er nog genoeg over, om toch een voorstelling te laten zien. Maar zo mooi als de combinatie met het Quator was, dat krijg ik niet terug. Wat ik nu doe is zo anders: het wordt een dansprestatie naast de muziek. Muziek en dans blijven losse delen en mijn ego wordt belangrijker.

“Het Quator gaf mijn aanwezigheid op toneel een reden, een vanzelfsprekendheid. Die is nu weg. De muziek van Messiaen gaat voor mij over onbepaaldheid. Ik wil niet dat dingen bepaald zijn. Alles gaat door, altijd. Veel doden leven nog in mijn hoofd, daar praat ik mee. De dood bestaat niet, je bent niet dood te krijgen.”

De dansvoorstelling is een keerpunt in de carrière van Ritsema, die sinds 1981 als regisseur ruim tien theatervoorstellingen realiseerde. Hij werkte onder meer met Maatschappij Discordia, Het Werktheater en het Brusselse Kaaitheater en met de door hem opgerichte toneelgroep 'Mug met de Gouden Tand'. Daarnaast is hij uitgever en docent. Sinds 1994 geeft hij theaterles bij PARTS, de opleiding van de dansgroep Rosas (Anne Teresa de Keersmaeker).

Hij is nu 51 jaar, hij heeft een hekel aan sport en lijdt bovendien aan een hartkwaal. Wat moet hij als danser op toneel? “In het ziekenhuis maakte ik een lijstje van tien dingen, die ik nog wil doen. Die dansvoorstelling maken prijkte bovenaan. Dans is het eerste in mijn leven waar ik moeiteloos zoveel moeite voor doe. Mijn dansen is vanzelf ontstaan, op de repetities voor de theaterstukken. Dan loop ik te draaien, op een hilarisch moment spring ik een grand jeté, op mijn manier. Ik ben geen danser, maar ik vind het heerlijk om te doen. Zonder de stimulans uit mijn omgeving had ik nooit met mijn dansen naar buiten getreden. Maar mensen die met me gewerkt hebben, acteurs maar ook de dansers van de opleiding van Rosas, vinden het een natuurlijke stap.”

Een videoregistratie van een repetitie, met de muziek van Messiaen, toont een kale ruimte. In een hoek zitten de uitvoerende muzikanten. Daarnaast danst Jan Ritsema, gewoon gekleed in colbert en broek. Hij beweegt zich vanzelfsprekend en natuurlijk door de ruimte, zonder enige aarzeling, met een verbazende zekerheid.

“Als ik toneel maak, ben ik bang. Dit is plezierig om te doen, omdat die angst er niet is. Taal is verhullend, en ik ben een enorme leugenaar. Nu ik los van het woord ben kan ik veel 'waarder' zijn. Dat is een cadeau.”

    • Ilse van der Velden