'Onderscheid tussen toetreders EU tast eer aan'

BRUSSEL, 17 APRIL. De toetredingsonderhandelingen van de Europese Unie met landen uit Midden- en Oosteuropa moeten op één gezamenlijk moment starten.

Dat heeft de Nederlandse Europarlementatiër Arie Oostlander (CDA), rapporteur voor de uitbreiding, vanmorgen bepleit in het Europees Parlement.

De Europese staats- en regeringsleiders hebben op de raad van Madrid, afgelopen december, afgesproken dat een half jaar na de intergouvernementele conferentie (IGC) wordt bepaald welke landen voor onderhandelingen in aanmerking komen. Die selectie, op basis van landenrapporten die worden opgesteld door de Europese Commissie, zal waarschijnlijk eind 1997 plaatshebben. Volgens Oostlander heeft de raad daarbij niet gedacht aan het psychologische moment waarop aan de kandidaattoetreders wordt duidelijk gemaakt: “jullie zijn ons allemaal even lief”.

Het Europees Parlement heeft de bevoegdheid buitenlandse verdragen van de EU goed- of af te keuren.

Oostlander erkent dat de uitbreidingsonderhandelingen met sommige landen vlotter zullen verlopen dan met andere. “Ze komen op verschillende momenten aan.”

Hij noemt het gezamenlijk beginnen van de onderhandelingen “een zuiver symbolische kwestie”, die echter van groot belang is. “Het moet niet overkomen alsof we met een aantal landen de onderhandelingen beginnen, terwijl andere een soort B-status krijgen”, aldus Oostlander. “In die landen is het begrip eer een gevoelige zaak.”

Tot dusver is men er in de EU steeds van uit gegaan dat met Cyprus en Malta het eerste zou worden onderhandeld. Daarna zouden de Oosteuropese landen aan de beurt komen.

Oostlander vindt dat de onderhandelingen moeten beginnen zo snel mogelijk na afronding van de IGC. Vóór de ratificatie van de verdragswijzigingen kunnen de onderhandelingen officieus gevoerd worden, daarna officieel.

Oostlander noemt het voorts van belang de kandidaattoetreders te betrekken bij de IGC-onderhandelingen. “Ze moeten goed geïnformeerd worden en moeten hun commentaar kunnen leveren.”

Hij vindt dat met de Midden- en Oosteuropese landen nu al meer moet worden samengewerkt, bijvoorbeeld in het kader van de Europese politiedienst Europol.

Oostlander bepleit ook dat het vetorecht op toetreding van nieuwe lidstaten moet worden afgeschaft.

    • Birgit Donker