Hermetische kunst op eerste tentoonstelling Bartomeu Mari

Tentoonstelling: Voorwerk, expositie van vier jonge beeldende kunstenaars. Tot 19 mei. Kunstcentrum Witte de With, Witte de Withstraat 50, Rotterdam. Di t/m zo 11-18u.

Door de luidsprekers klinkt een onverstaanbaar gemompel. Wetenschappelijk-ogende diagrammen, tabellen en tijdsberekeningen hangen aan de muren. Nog meer tabellen en landmetingen liggen uitgestald in een vitrine. Een diaprojector op de grond toont beelden van asfaltwegen, tunnels, fietspaden, bruggen, routes door landschappen.

De Belgische kunstenaar Christoph Fink (Gent, 1963) wil met dit alles een beeld geven van zijn 'reizen door de ruimte en door de tijd'. Deze reizen, naar New York, Venetië of Rotterdam, legde hij af per vliegtuig, trein, fiets en te voet. Voor een, zoals hij het noemt, 'Vue Panoptique' van zijn ervaringen systematiseerde Fink elementen van de reis op papier. Niet alleen afstanden en kaarten, maar ook geluiden en geuren en zelfs stenen langs de weg transformeerde hij tot diagrammen.

Maar een totaalbeeld ontstaat helaas niet. De installatie roept zelfs geen enkele ervaring op van New York of Rotterdam. De diagrammen en dia's blijven losse, onsamenhangende elementen die direct zijn overgebracht van het atelier naar de tentoonstellingszaal, zonder dat een poging is gedaan tot het creëren van een beeld.

Fink maakt deel uit van Voorwerk, de jaarlijkse presentatie in Witte de With van jonge beeldende kunst. De andere exposanten zijn Ana Prada (Zamora, 1965), Sigalit Landau (Jeruzalem, 1969) en Yvonne Dröge-Wendel (Karlsruhe, 1961). Deze vijfde Voorwerk-aflevering is tegelijkertijd de eerste door Bartomeu Mari gemaakte tentoonstelling. De 33-jarige Spanjaard volgde in november van het vorig jaar Chris Dercon (nu directeur van Museum Boijmans van Beuningen) op als directeur van Witte de With. In een interview in deze krant zei Mari dat Witte de With 'een brug moet zijn tussen kunst en publiek. Als je het publiek als uitgangspunt neemt, loop je het gevaar populistisch te worden en alleen nog maar naar bezoekcijfers te kijken. Als je alleen de kunstenaars gehoorzaamt, is de kans groot dat je de band met het publiek doorsnijdt. Daartussen moet je een evenwicht vinden', aldus Mari. Maar dat evenwicht heeft hij met zijn eerste expositie nog niet gevonden. Mari wekt de indruk veel, te veel, respect te hebben voor, om het maar zo te noemen, het artistieke denkproces. Voorwerk 5, met name het werk van Fink en Dröge-Wendel, is een hermetische tentoonstelling, met veel pseudo-wetenschappelijkheid. Hier wreekt zich de gewoonte van kunstcentrum Witte de With om nauwelijks informatie te verstrekken. De informatie beperkt zich tot enkele regels tekst per exposant, en die tekst is al even hermetisch als de kunst. Net als bij Fink ziet ook de installatie van Yvonne Dröge-Wendel eruit alsof de inhoud van haar atelier zonder meer is overgebracht naar Witte de With. Veel foto's, notities, alweer diagrammen en, als terugkerend element, bezemsteel-achtige stokken. We lezen dat Dröge-Wendel 'de relatie tussen mens en object onderzoekt' en dat haar installatie 'gebaseerd is op wetenschappelijke systemen waarmee gegevens worden geordend en in kaart gebracht'. De bezigheid van 'ordenen' en 'in kaart brengen' is kennelijk belangrijker dan het eindresultaat. Maar wat moet de beschouwer met al deze notities en objecten, te meer wanneer zelfs niet eens duidelijk wordt hoe, volgens wel systeem, ze zijn geordend?

De objecten van Ana Prada zijn in hun simplisme het absolute tegendeel van de installaties van Fink en Dröge-Wendel. Prada vervaardigt elegante, decoratieve wandobjecten en plastiekjes uit industriële gebruiksvoorwerpen. Plastic vorkjes met plakband vormen een aardig fries; schuin afgesneden bodems van transparante blauwe mineraalwaterflessen, gevuld met water, maken een wandsokkel; en twintig huidkleurige panties, ingenieus aan de muur gespijkerd, suggereren een gotisch roosvenster. Het werk van Prada is sympathiek, weinig pretentieus, maar wel wat oppervlakkig.

Ook Sigalit Landau werkt met allerlei uiteenlopende materialen. Zij is de enige die erin slaagt samenhangende beelden te creëren vol zeggingskracht. Uit allerlei rommel, betonblokken, oud ijzer, afval, rijst een zeilscheepje op. Achter de zeilen draait een agressief zandstraalpistool in het rond.

Landau's Deurtent met drempelwezentje is een armoedig hutje van oude deuren. Er liggen versleten kussens en matrassen in, en een spiegel. Aan de drempel zit een vrouwtje, gemaakt van een scheepsanker. Haar handen klampen zich vast aan de drempel van de voddentent, en in haar achterste steken, als uitwerpselen, denneappels; desondanks is zij van een wonderlijke gracieusheid. De beelden van Landau zijn vol van afweer en dreiging, en hebben toch een sprookjesachtige poëzie.

    • Janneke Wesseling