Harvard-professor stelt Duitsers lastige vragen

Een jonge professor aan de Harvard-universiteit, Daniel Jonah Goldhagen, stelt met zijn boek Hitler's Willing Executioners Duitsland opnieuw voor prangende vragen over de Tweede Wereldoorlog. Een nieuwe Historikerstreit?

BONN, 17 APRIL. Was het Derde Rijk, was 'Auschwitz', was de georganiseerde miljoenmoord op de joden een, zij het gruwelijk, bedrijfsongeluk in de Duitse geschiedenis dat - mutatis mutandis - ook wel elders had kunnen gebeuren? Of liepen er van de ontsporing van het land van Maarten Luther en al die grote dichters, componisten en denkers unieke lange lijnen terug naar het verleden? Was de burgerlijke, 'onvervulde' Duitse natie, die pas in 1871 dankzij Bismarcks Pruisische diplomatieke en militaire successen haar rijkseenheid bereikte, niet voorbestemd ooit uit de rails te vliegen? Als nerveus-achterdochtige, geopolitiek 'verlate' Kulturstaat, als ambitieuze maar onzekere tegenvoeter van de angelsaksische en Franse democratieën? Met een mislukte 'greep naar de wereldmacht' in 1914 eerst en daarna - en nog veel ernstiger - tussen 1933 en 1945?

De vraagstelling is bekend, het debat erover leek in de jaren tachtig in de Historikerstreit (was Stalin als een nog eerder begonnen massamoordenaar niet 'zeker zo erg' als Hitler?) in de Bondsrepubliek al met zulke heftigheid gevoerd dat een reprise vrijwel uitgesloten leek. In kanselier Helmut Kohls democratische en weer herenigde Duitsland is de groep mensen die het Derde Rijk nog als volwassene hebben meegemaakt bovendien intussen klein geworden. De in 1930 geboren Kohl is de eerste kanselier uit een opvolgende generatie. Dat hij ooit van de “genade van de (zijn) late geboorte” sprak is hem niet in dank afgenomen maar klopte wel. Juist doordat hij de Duitse geschiedenis goed kent is hij een uitgesproken en ongeduldige Europeaan.

Nu is er plotseling toch weer kans dat het debat herleeft. Of eigenlijk is dat debat in de grote Duitse kranten weer begonnen sinds het weekblad Die Zeit vorige week in een openingsstuk aandacht vroeg voor een recent boek van de jonge Harvard-professor Daniel Jonah Goldhagen: Hitler's Willing Executioners. In dat boek, dat pas in augustus in Duitse vertaling zal verschijnen, poneert de 35-jarige socioloog Goldhagen in elk geval enkele stellingen die volgens Die Zeit genoeg “provocatiewaarde” daarvoor hebben. Namelijk: 1) nergens was het antisemitisme zo oud en diepgeworteld als in Duitsland en 2) de miljoenenmoord op de joden is niet, zoals je wel hoort, georganiseerd en methodisch uitgevoerd door de NSDAP-top rondom Hitler en enkele tienduizenden fanatieke nazi's en SS- en Gestapo-eenheden terwijl het overgrote deel van de Duitse bevolking daarvan niets wist of uit angst voor terreur maar liever zo deed en zweeg. Integendeel: vele miljoenen Duitsers en honderdduizenden militairen wisten niet alleen veel van de georganiseerde fysieke vernietiging van de Europese joden, maar zij duldden die ook, of stonden er achter of werkten er - vooral achter de frontlijn in Oost-Europa - aan mee. Ze spraken erover tijdens verlof en ze schreven erover naar huis, en dat niet als geestelijke criminelen maar als 'doodgewone Duitsers'.

Op dat punt had een meerderheid van de Duitse bevolking jegens de joden, het internationale jodendom als gevaarlijke vijand, allang als nergens in Europa een eliminationist mind-set en daarmee ook al een soort overeenstemming met Adolf Hitler nog voor hij aan de macht kwam, stelt Goldhagen. Die Zeit drukte een uittreksel van zijn boek af in Duitse vertaling onder de kop 'Daders uit vrije wil/Waarom de Duitsers zich als collectief schuldig maakten'. Het blad voegt daaraan enkele in het algemeen positieve oordelen uit de angelsaksische wereld toe. Bijvoorbeeld van Nobelprijswinnaar Elie Wiesel in de Observer (“belangrijke bijdrage voor het begrijpen van de Holocaust, een grondig onderzoek, verrassende waarheden die de Duitsers te lang niet waar wilden hebben of bespreken”). Maar ook van de als Duitsland-kenner gerenommeerde Stanford-professor Gordon Craig (“Goldhagens belangrijkste conclusies waren allang voldoende bekend maar de reconstructies waarop hij zich baseert zijn zeer verhelderend en laten schrikken”).

Vrijwel direct na de aandacht die Die Zeit aan Goldhagels boek gaf barstte een debat los in de grote Duitse kranten. Frank Schirrmacher, een van de uitgevers van de conservatieve Frankfurter Allgemeine Zeitung (FAZ) veegde maandag de vloer aan met Goldhagens studie en zijn Remythisierung der Deutschen. De oude en knorrige Spiegel-chef Rudolf Augstein, die zich in het Europese debat steeds duidelijker als een liberale Duits-nationale activist postuleert, liet ook maar weinig heel van Goldhagens werk. De Süddeutsche Zeitung koos maandag voor een dubbele bespreking, een genuanceerde van buitenland-commentator Josef Joffe (“na dit strijdbare en omstreden boek” zal het niet meer zo eenvoudig zijn om nazi-misdaden als het ware te verdonkeremanen door ze afstandelijk te omschrijven als “begaan in Duitse naam”) en een kritische van de Berlijnse hoogleraar Norbert Frei (“weinig werkelijk nieuws”, en “extreem deterministisch”). Joffe verwijt Goldhagen bijvoorbeeld ook dat hij onvoldoende heeft onderzocht of het Duitse antisemitisme in de vorige en deze eeuw vergelijkenderwijs wel zo exclusief was. Het conservatief-nationale Springer-blad Die Welt volgde gisteren met een klagerig-kritisch stuk onder de kop 'Sisyphus is een Duitser'.

Met schokken is de historisch-maatschappelijke verwerking van de 20ste eeuw in Duitsland verlopen. In de eerste tien tot vijftien jaar na 1945 verdroegen de Duitsers zwijgend wat het buitenland dacht en zei: gij draagt een collectieve schuld. Al begin jaren zestig joeg de Hamburgse historicus Fritz Fischer (Hitler war kein Betriebsunfall) zijn conservatieve vakgenoten in de gordijnen met zijn boek Griff nach der Weltmacht, waarin hij de eigenlijk imperialistische bedoelingen schetste van het Wilhelminische Duitsland in de Eerste Wereldoorlog. In de jaren tachtig kwam de Historikerstreit (Ernst Nolte tegen collega's als Hans Joachim Fest, Wolfgang Mommsen en de filosoof Jürgen Habermass) over de vraag of Stalin niet even moorddadig was geweest als Hitler. In 1985 kwam bondspresident Richard von Weizsäcker op 8 mei met zijn beroemde rede waarin hij collectieve Duitse schuld afwees maar collectieve schaamte, en een goed geheugen, aanbeval. Elf jaar later is Duitsland dankzij Goldhagens boek nu weer even aangekomen op een station waar het leven en werken van opa en oma alsook hun eventuele vroegere medeverantwoordelijkheid aan de miljoenen-moord op de joden nog eens goed moet worden bekeken en besproken. Voor buitenlandse toeschouwers is dat niet zo lastig. Voor veel Duitsers met een geboortejaar na 1930 wèl. Dat bleek vorig jaar trouwens al uit de geschokte reacties op de reizende tentoonstelling (en het daarbij uitgegeven boek) over de rol van de Wehrmacht en haar 'gewone' militairen in Hitlers vernietigingsoorlog .

1. Hitler's Willing Executioners, New York, 1996, $ 30. 2. Hannes Heer en Klaus Naumann: Vernichtungskrieg, Verbrechen der Wehrmacht 1941 bis 1944, Hamburg, 1995, DM 68.