Gemengde gevoelens over 'Bentinck'

Met tv-kijken is het als met het leven zelf: soms zit het mee, soms zit het tegen.

Neem de VPRO, afgelopen zondagavond. Met veel bombarie bracht deze omroep The battle over Citizen Kane, een Amerikaanse documentaire over de strijd tussen Orson Welles en krantenkoning William Randolph Hearst. Als de VPRO zo'n documentaire als het pronkstuk van de avond presenteert, verwacht je onwillekeurig iets bijzonders. Maar het bleek een documentaire barstensvol bekende feiten die bovendien de aankondiging niet waarmaakte: eigenlijk ging alleen het laatste kwartier over de strijd tussen Hearst en Welles en diens film Citizen Kane.

Hearst stond model voor de despotische hoofdfiguur in Citizen Kane en probeerde daarom de uitbreng van die film te voorkomen. Reporter van de KRO liet gisteravond zien dat dergelijke praktijken in Amerika nog steeds voorkomen. De tabaksindustrie dreigde met zulke hoge schadeclaims dat 60 minutes, het actualiteitenprogramma van CBS, onlangs afzag van een kritische uitzending. Het was alsof de jongens van de KRO, zelf ook toegewijde onthullers, met dit programma wilden zeggen: denk erom, dit kan iedere nieuwsgierige journalist, waar ook ter wereld, overkomen. En zo is het.

Waar de VPRO met een royale aankondiging méér eer mee had kunnen inleggen, was de schokkende uitzending van Lopende zaken over de manier waarop Dutchbat in Srebrenica met zijn lokale medewerkers is omgesprongen. Het was eigenlijk een opzienbarender programma dan onlangs dat van de BBC over Srebrenica.

Dutchbat dat lijdzaam toezag hoe zijn trouwe medewerkers werden gescheiden van hun gezinnen om elders te worden afgeslacht; de tragische weduwe die nu verhaal kwam halen bij een Nederlandse meneer van het Rode Kruis, die haar voor de tweede maal een zinloos aanvraagformulier liet invullen; de militairen die moesten toegeven dat er nooit meer navraag was gedaan naar de vermiste medewerkers. En dan die onvermijdelijke, treurige slotzin: majoor Franken en minister Voorhoeve gaven geen commentaar, want voor hen is Srebrenica een afgesloten hoofdstuk. Als Nederlandse kijker zakte je zo ongeveer door je stoel van de plaatsvervangende schaamte.

Gisteravond kwam er een einde aan de zesdelige dramaserie bij de AVRO Charlotte Sophie Bentinck naar het gelijknamige boek van Hella Haasse. Ik was er met angstige voorgevoelens aan begonnen. Een bijna zes uur durend kostuumdrama bij de AVRO, dat lijkt niet de opwindendste tijdpassering voor de rusteloze twintigste-eeuwer. Maar ik moet bekennen dat het me nogal is meegevallen. Filmer Ben Verbong heeft vooral in technisch opzicht een knap werkstuk afgeleverd.

Bijna alles deugde: het sobere camerawerk, het spel - een fraaie hoofdrol van Nanette Kuijpers -, de dialogen. Slechts af en toe glipte er een boekentaalzin tussendoor waar je even om moest glimlachen, zoals deze: “Er gaat niets boven het genot van een gestrekte draf”. (Terwijl deze serie juist duidelijk maakte dat er heel veel boven het genot van een gestrekte draf gaat.)

Het enige wat naar het einde toe steeds minder overtuigde, was het scenario van Jean van de Velde en Hella Haasse. Ik had het boek niet gelezen en ben er tevoren ook niet aan begonnen om beïnvloeding te voorkomen. Per slot van rekening moet zo'n serie op eigen benen kunnen staan. Pas gisteravond, na de laatste uitzending, heb ik me in het boek verdiept.

Wat aan het scenario ontbrak, was een scherpe profilering van de figuur van Charlotte Sophie. Zij wordt in het begin weliswaar afgeschilderd als een soort feministe avant-la-lettre, maar haar motieven en ideeën blijven verder uiterst schimmig. Wat verwachtte zij van het leven? In hoeverre wilde zij zich bewust onderscheiden van de vrouwen om haar heen? Ging haar opstand tegen de machtige positie van de man verder dan de verlating van haar echtgenoot?

We kregen weinig hoogte van de Charlotte Sophie-uit-de-film. In het boek is zij een briljante, spitsvondige vrouw die mooi kan schrijven, in de film is zij vooral een verwende, zelfzuchtige tante die haar man inruilt voor de Don Juan Albrecht. Wat zag zij toch in deze grafelijke, al gauw door syfilis aangetaste, naaidoos? Waarom bleef zij hem achterna lopen, ook toen hij allang niets meer van haar wilde weten? Niks opstand tegen 'de man': deze Charlotte Sophie gedroeg zich niet veel anders dan de verpleegster uit het contemporaine doktersromannetje.

Van solidariteit met andere vrouwen moest Charlotte Sophie ook al niet veel hebben. In de serie tracht men haar op te voeren als een gevoelige vrouw, maar je raakt juist steeds meer van het tegendeel overtuigd. Zo verried Charlotte Sophie haar pleegzusje Lottgen door het jarenlang met haar man aan te leggen. Dat gebeurt in de beste feministische kringen, ik weet het, maar Charlotte Sophie heeft zelfs niet het minste benul van de schade die zij haar pleegzusje berokkent. Zij reageert verbaasd en verontwaardigd als zij op het kasteel van Lottgen niet langer welkom is. In het boek schrijft zij zelfs dat zij Lottgen 'niet de geringste kwaadaardigheid' heeft betoond.

Naarmate het einde nadert, ga je als kijker steeds meer inzien dat er in feite maar één tragisch personage is: Willem Bentinck, de verlaten echtgenoot, die zielsveel van zijn vrouw hield. Maar juist zijn drama wordt ons onthouden. Dat was voor deze recensent moeilijk verteerbaar, ook al is hij zelf - dit ter geruststelling - nog steeds niet verlaten.