Drugstoerisme toegenomen na 'Schengen'

BRUSSEL, 17 APRIL. Het drugstoerisme tussen de 'Schengen'-landen is toegenomen sinds het Verdrag van Schengen over afschaffing van de grenscontroles begin vorig jaar van kracht werd. Dat staat in het eerste jaarrapport over de werking van 'Schengen', dat werd opgesteld op basis van gegevens uit de lidstaten. De hoogste verantwoordelijke ambtenaren uit de lidstaten hebben het rapport goedgekeurd.

Gebruikers en kleine dealers die tot begin vorig jaar hun drugs nog in eigen land betrokken via professionele dealers reizen nu zelf naar een ander Schengen-land om daar verdovende middelen te kopen, zo blijkt uit het rapport. Toen de grenscontroles net waren afgeschaft, voelden drugstoeristen zich zelfs zo vrij dat ze verdovende middelen “open en bloot in het voertuig” meenamen “aangezien een ongecontroleerde binnenkomst werd verwacht”. Inmiddels doen ze weer moeite om de drugs te verbergen “in de bagage, in het voertuig of op het lichaam”.

Het drugstoerisme aan de binnengrenzen blijft “zorgen baren”, aldus het rapport, dat morgen wordt voorgelegd aan de 'Schengen-ministers' tijdens een bijeenkomst onder Nederlands voorzitterschap in Den Haag. “Bij dit zogenaamde mierenverkeer stijgt niet alleen het totale aantal aanhoudingen, maar ook de in concrete gevallen in beslag genomen hoeveelheid verdovende middelen.” Ook de “binnengrensoverschrijdende drugscriminaliteit” wordt zorgwekkend genoemd.

Hoewel het rapport geen landen noemt kan worden aangenomen dat vooral het drugstoerisme toenam richting Nederland, dat een relatief liberaal drugsbeleid voert. Frankrijk, dat Nederland verwijt te aantrekkelijk te zijn voor drugstoeristen, weigerde tot nu toe de grenscontroles met de Benelux af te schaffen.

Pag.5: Samenwerking hapert nog

Tijdens de bijeenkomst morgen zal Frankrijk zijn partners officieel melden dat het de grenscontroles met België en Luxemburg handhaaft, terwijl het de controles met Duitsland en Spanje opheft.

Ook Zweden, dat tot het verdrag wil toetreden, heeft tijdens de onderhandelingen duidelijk gemaakt dat het vreest voor drugs uit Nederland als de grenscontroles wegvallen.

De Schengenpartners willen de maatregelen opvoeren om het drugstoerisme en illegale drugsstromen tegen te gaan.

Dat de samenwerking hapert tussen de Noordfranse en de Nederlandse politie op het gebied van de drugsbestrijding, bleek vorige maand al uit gesprekken die deze krant voerde met Franse en Nederlandse politiecommissarissen. Begin deze week is een uitwisseling begonnen van douaneambtenaren tussen de havens van Rotterdam en Marseille.

In de morgen te ondertekenen verklaring wordt voorgesteld controle en opsporingsactiviteiten op elkaar af te stemmen en contactambtenaren of magistraten uit te wisselen. Ook regelmatig overleg tussen de verschillende instanties en gezamenlijke scholingsprojecten worden gesuggereerd, evenals het doorgeven van bruikbare informatie aan de hand waarvan “verdachte toeristen kunnen worden aangehouden en anderzijds de distributiekanalen en verkooppunten kunnen worden opgespoord”.

Niet alleen op het gebied van drugsbestrijding, maar in het algemeen verloopt de samenwerking van de politiediensten tussen de Schengenlanden niet optimaal, zo blijkt uit het Schengen-jaarrapport. Communicatiemiddelen zijn niet altijd op elkaar afgestemd, grensoverschrijdende observatie en achtervolging hebben slechts beperkt plaats en de verschillen in de toepassing van het achtervolgingsrecht veroorzaken soms complicaties.

Grensoverschrijdende politiesamenwerking is een van de belangrijkste voorwaarden voor het goed functioneren van 'Schengen'. Over politiesamenwerking is het afgelopen jaar wel een aantal bilaterale afspraken gemaakt, of worden voorbereid. Vandaag zou bijvoorbeeld een Duits-Nederlands verdrag voor politiesamenwerking in de grensregios worden ondertekend. Ook werden aan de grens tussen Frankrijk en Duitsland en aan de Spaans-Franse grens gemeenschappelijke commissariaten opgericht.

Om de samenwerking te verbeteren, wordt in het jaarrapport voorgesteld de communicatiemiddelen in de grensgebieden op elkaar af te stemmen, vaker gebruik te maken van de mogelijkheden tot wederzijdse hulpverlening en om ervaringen van politiediensten uit te wisselen.

In het jaarrapport wordt voorts gewezen op de toegenomen “dreiging” van drugs uit Midden- en Oost-Europa. Ook de migratiedruk aan de oostelijke 'buitengrenzen' van Schengen, onder andere uit het voormalig Joegoslavië, en het aantal geregistreerde gevallen van mensensmokkel worden zorgelijk genoemd. Vooral aan de Duits-Poolse, de Duits-Tsjechische, de Frans-Italiaanse en de Frans-Zwitserse grens bestaat een “niet aflatende druk als gevolg van illegale binnenkomst vanuit Oost-Europa, Azië, Afrika en Zuid-Amerika.”

Het Schengenrapport meldt dat de wachttijden aan de landgrenzen langer zijn geworden sinds het verdrag van kracht werd, en dat de werkdruk voor het controlepersoneel is verhoogd.

De naam van iedere reiziger die het Schengen-gebied binnenkomt, wordt tegenwoordig ingevoerd in een computer en gecontroleerd met behulp van een gemeenschappelijke Schengen Informatiesysteem (SIS). Het SIS, dat de reden was voor aanvankelijk uitstel van Schengen, blijkt nu overigens goed te functioneren. Opvallend is dat het overgrote deel van de gegevens in het systeem afkomstig zijn uit Frankrijk en Duitsland.

Dit wordt deels verklaard uit het feit dat deze landen alle gegevens die zij voorheen verspreidden via Interpol, in het systeem hebben gebracht.

De andere lidstaten namen alleen de gegevens van na het inwerking treden van Schengen. Een onderzoek wordt ingesteld naar de verdere oorzaak van de onevenredige verdeling van de gegevens.