Bolkestein trekt zich over Europa niets aan van meerderheid

Over de toekomst van Europa en de plaats daarin van Nederland bestaan binnen de VVD uiteenlopende ideeën. Morgen praat Euroscepticus Bolkestein in Straatsburg met Eurocraat De Vries.

DEN HAAG, 17 APRIL. Hij komt, hij komt, zoemde het reeds een maand geleden over de gangen op de zevende verdieping van de grote vergaderkolos van het Europees Parlement in Straatsburg. VVD-leider F. Bolkestein op werkbezoek bij zijn liberale Europese partijgenoten. De Europarlementariërs van de VVD die op de zevende etage van gebouw IPE 1 zijn ingekwartierd, hebben zich er een maand lang op kunnen voorbereiden. Morgen is het zover. Dan zal Bolkestein zijn opwachting maken. Het is het startsein voor de volgende ronde in de strijd tussen de Euroscepticus Bolkestein en de Eurocraten onder leiding van G. de Vries.

Een bijzondere visite, dat zal het ongetwijfeld worden. Niet dat Bolkestein nooit met de liberale Euro's spreekt. Integendeel, de contacten tussen Den Haag en Straatsburg zijn wel eens minder geweest. Het zijn vooral de plek en het moment die het bezoek toch een extra dimensie geven. Straatsburg, door velen toch beschouwd als de bakermat van het federalistische denken, is het decor voor een treffen op een tijdstip dat het verschil van mening binnen de VVD over de toekomst van Europa steeds manifester wordt. Waar de Europarlementariërs van de VVD zich hartstochtelijk scharen achter pleidooien voor een verdere Europese integratie, ontpopt Bolkestein zich meer en meer als een anti-Europeaan.

Eindelijk heeft de VVD een fundamenteel intern politiek-inhoudelijk debat. Het is zo bijzonder dat ook grote delen van de partij er enigzins beduusd bij staan te kijken. De Nederlandse liberalen stonden immers nooit bekend om hun hoogdravende programmatische discussies. Het was gebruik dat bij de VVD de tongen pas los kwamen zodra er personen in het geding waren.

Maar nu is er dan toch het inhoudelijke debat. Hoe verder met Europa? VVD-leider Bolkestein heeft er in woord en geschift de afgelopen jaren geen misverstand over laten bestaan uiterst kritisch te staan tegenover verdere integratie van Europa.

Voor zover het de interne markt betreft heeft Bolkestein weinig problemen met de Europese eenwording. Beducht wordt hij pas als het gaat om centraal Europees beleid. Iets dat Bolkestein vooral beschouwt als een vorm van expansiedrift die elke bureaucratie kenmerkt. Grote vraagtekens plaatst hij ook bij het voeren van een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid door de Europese Unie. In een toespraak voor het Vlaams Ekonomisch Verbond in Brussel hekelde de liberale leider vorige maand het plan om de Europese raad van ministers bij onderwerpen van buitenlands beleid in de toekomst met meerderheid van stemmen te laten beslissen. Nederland diende volgens hem vast te houden aan de zogeheten “unanimiteitsvereiste” en daarmee het vetorecht. Hiermee keerde hij zich rechtstreeks tegen het beleid van de Nederlandse regering. En daarmee ook tegen zijn partijgenoot Michiel Patijn, die als staatssecretaris voor Europese aangelegenheden de onderhandelingen bij de Intergouvernementele Conferentie (waar over dit soort zaken wordt gesproken) namens Nederland voert.

De houding van Bolkestein ten aanzien van Europa, die inmiddels door een flink deel van de Tweede Kamerfractie wordt gedeeld, vormt een schril contrast met het verkiezingsprogramma van de Europese Liberaal-Democraten. Een programma dat werd opgesteld onder leiding van de Nederlandse VVD-er en Euroveteraan F. Weisenbeek. In de inleiding van dat programma staat onder andere dat de Europese liberalen altijd voorstanders zijn geweest van een Europese Unie. “Deze decentrale Unie wordt gekenmerkt door zekere federale karaktertrekken”, aldus het twee jaar geleden geschreven stuk. Bij de concrete doelstellingen spreken de Europese liberalen zich vervolgens uit voor een “gezamenlijk buitenlands, defensie -en veiligheidsbeleid dat zorgt voor vrijheid, democratie, vooruitgang, mensenrechten en veiligheid overal ter wereld”.

Hoe met dit meningsverschil nu politiek verder om te gaan? Dat is de vraag waar de VVD de komende tijd voor staat. Zowel vanuit Straatsburg als vanuit Den Haag proberen de hoofdrolspelers hun dispuut te minimaliseren. Gijs de Vries spreekt graag in termen van “verschil in toon”. Fractievoorzitter Bolkestein zei afgelopen zaterdag nog voor de VARA-radio dat er binnen zijn partij “absoluut geen tweedeling” bestond. Tegen punten als meerderheidsbesluitvorming en het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid werd verschillend aangekeken, erkende hij, maar dat nam niet weg dat voor de overige 98 procent de VVD in alle geledingen eensgezind was.

Het is een analyse die in het geheel niet wordt gedeeld door de VVD-er Hans Nord, die binnen de partij te boek staat als 'Mister Europe'. De gepensioneerde ex-leider van de liberalen in het Europees parlement is tegenwoordig voorzitter van de Europa-commissie van de partij. Hij maakt zich grote zorgen over de wijze waarop het VVD-standpunt zich onder leiding van Bolkestein ontwikkelt. “Hij denkt net zo als de Eurosceptische vleugel van de Britse Conservatieven en dan druk ik me nog mild uit”, zegt Nord. Want volgens hem zijn de Britse conservatieven niet zozeer sceptisch, maar gewoon anti-Europees. “Dat zie je nu in onze partij jammer genoeg ook.” Nord meent dat Bolkestein uitgaat van een totaal andere “grondconceptie”, waarbij Europa niet veel meer is dan een vrijhandelszône. Het Europees geweten van de VVD troost zich met de gedachte dat de ideeën van Bolkestein in de rest van de partij niet worden gedragen. Een schrale troost, want zo constateert Nord zelf: “Bolkestein trekt zich niets aan van de meerderheid.” Zijn hoop is gevestigd op het nieuwe verkiezingsprogramma, waar als het aan Nord ligt een paar duidelijke passages over de noodzaak van Europa zullen komen te staan. “Dan moet het maar tot een openlijke confrontatie komen”, zegt hij.

Vooralsnog zullen de liberalen het onderling tot een beschaafde gedachtenwisseling proberen te beperken.