Bloedbank weert ten onrechte homo-donors

Bloedtransfusies vormen een mogelijke besmettingsweg voor aids. Die weg kan men grotendeels afsnijden door al het bloed op HIV, het aids-virus, te onderzoeken. Maar het probleem is dat het na besmetting een poosje duurt voor men het virus in het bloed kan zien. Mensen die een besmettingsrisico liepen zullen dus zelf moeten beslissen geen bloed te geven.

Potentiële donors moeten weten wat riskant is, en wij zullen op hun verantwoordelijkheidsgevoel moeten kunnen vertrouwen. Daarvoor zijn twee dingen nodig: goede informatie, en een sfeer die dat vertrouwen rechtvaardigt. De Federatie van Bloedbanken gaf onlangs een nieuwe aids-folder uit die helaas op beide fronten tekort schiet.

De folder biedt een kort overzicht van mogelijke risico's: bepaalde seksuele contacten, intraveneus drugsgebruik, contact met scherpe voorwerpen die aan HIV- of aids-positieve personen toebehoorden, een verblijf in gebieden waar aids veelvuldig voorkomt, en nog zo wat meer.

Daarbij vallen twee dingen op. Mannen en vrouwen worden apart toegesproken, en de folder onderscheidt twee risicoklassen: bij de ene mag je twaalf maanden geen bloed geven, bij de andere mag je dat nooit meer. Een simpel voorbeeld waarin beide onderscheidingen bijeenkomen: vrouwen die een seksueel contact hadden met iemand die HIV-positief is moeten een jaar wachten. Mannen moeten dat ook als hun besmette partner een vrouw was, maar als het een man was mogen ze nooit meer bloed geven. Sterker nog: ze worden al voor het leven uitgesloten als de persoon in kwestie gegarandeerd niet met HIV besmet was (bijvoorbeeld als het ging om één enkel contact in een ver aids-loos verleden).

Waarom zijn de bloedbanken voor mogelijk besmette mannen zoveel banger dan voor vrouwen die hetzelfde risico liepen? Gaat men ervan uit dat elke man die ooit met een man vree dat sindsdien uiterst woest en promiscue is blijven doen, ook als hij dat ontkent? Dat zou niet bijdragen aan de sfeer van vertrouwen die voor een goede zelfselectie van donors onontbeerlijk is.

Neemt men aan dat voorlichtingscampagnes over seksueel gedrag en aids op mannen geen effect hadden? Over meer of minder veilig vrijen rept de folder niet - over de voordelen van steriele naalden bij drugsgebruik al evenmin overigens. Of vertaalt men statistische gegevens over groepen klakkeloos in uitspraken over één persoon - het individu dat op grond van de folder een besluit over zijn of haar eigen risico's moet nemen?

De richtlijnen van de bloedbanken maken het praktiserende homoseksuelen onmogelijk donor te worden, zelfs als zij al vele jaren strikt monogaam leven en uiterst veilig vrijen. Je zou kunnen zeggen dat je de betrokkenen daarmee slechts ontslaat van een vervelende burgerplicht, maar het vergt niet veel inlevingsvermogen om te begrijpen dat een deel van hen zich gediscrimineerd zal voelen. Veel donors vinden het een eer om bloed te mogen geven. En die eer wordt een hele groep onthouden omdat enkelen hunner een verhoogd aids-risico lopen.

Wat ook de aanleiding mag zijn geweest dit soort verschillen te maken, een reden voor die verschillen ontbreekt ten enen male. Wie een jaar na de laatste mogelijke besmetting bij bloedonderzoek HIV-negatief, dus virusvrij, wordt bevonden weet zo goed als zeker niet besmet te zijn. Door het onderzoek te herhalen is die zekerheid tot elke gewenste hoogte op te voeren. Het is dus onzin om langer dan een jaar te wachten.

De richtlijnen ten aanzien van risicogebieden zwijgen over wat men in die gebieden gedaan heeft. Een strikt celibataire non die in Centraal-Afrika kleine kindertjes les heeft gegeven mag een jaar geen bloed geven. Daar zou ze wel eens flink zenuwachtig van kunnen worden. Evenzo kunnen mannen die ooit met een man vreeën gaan denken dat zij er nooit zeker van kunnen zijn daarbij niet besmet te zijn geraakt. Mag je mensen zonder reden dat soort schrik aanjagen? En mag je impliciet suggereren dat een verblijf in de buurt van mensen met aids op zich al riskant is?

Het was vast de opzet van de folderschrijvers niet dat mensen daar dit soort conclusies aan verbinden - de folder is niet als voorlichtingsmateriaal bedoeld - maar men had met een beetje mensenkennis kunnen bedenken dat hij zo wel zal worden gelezen.

De manier waarop deze folder gebruikt wordt getuigt evenmin van veel mensenkennis. Wie zich bij het afgiftepunt aan de balie meldt krijgt de folder in handen geduwd met het verzoek deze eerst eens goed te lezen. Verwacht men dat iedereen die tot zijn of haar schrik ontdekt geen bloed te mogen geven monter opstaat en naar huis gaat zonder zich af te vragen welke indruk dat maakt?

Er zijn nogal wat mensen die aids als een stigma zien. Dat kun je een dom en wreed vooroordeel vinden, maar dat is nog geen reden er geen rekening mee te houden. Zo iemand zou in de verleiding kunnen komen toch maar bloed te geven, zeker als een buur of vage kennis toevallig ook in de wachtkamer zit. Als je mensen wilt kunnen vertrouwen moet je ze het niet nodeloos moeilijk maken eerlijk te zijn.

Kortom, deze folder kwetst mensen, verleidt sommigen een onjuiste verklaring af te leggen, en stuurt flink wat oergezonde broodnodige donors naar huis. Maar het ergste is dat velen uit deze folder verkeerde conclusies zullen trekken over hun eigen kansen op een HIV-infectie. Dat brengt sommigen nodeloos in paniek en maakt anderen net iets te luchthartig.

Zou het niet beter zijn als de bloedbanken een folder maken die wel correcte en gedetailleerde informatie geeft, en als ze elke donor en iedereen die dat wil worden die folders thuis stuurt met een vriendelijke brief waarin wordt uitgelegd waarom het belangrijk is hem goed te lezen en er verantwoorde conclusies uit te trekken?

    • Bart Voorzanger