Zwammen en lachen

Anneke (en Jan), Jannie (en Frank) en Riet (en Wim) vormen sinds meer dan 20 jaar een hechte vriendengroep met nog zes andere echtparen. Allen woonachtig in en rond de bollenstreek. De mannen zijn werkzaam in het onderwijs, de reclame, het softwarebedrijf, de bouw, het verzekeringswezen, de confectie, bloemen en in 'zaken'. De vrouwen hebben gewerkt, of werken part-time en leven zich uit in hun hobbies. Allen rond de 50 jaar. Allen verzot op tennis.

Het begon met Riet en Jannie. Riet: “Wij speelden samen in het eerste team van de tennisclub. En dat klikte.” En hoe gaat dat dan: na de wedstrijd een drankje aan de bar, met de echtgenoten erbij. En tussen de mannen klikte het ook. Op de club werd een open tournooi gespeeld en zo maakten ze kennis met een aantal van de anderen. Van lieverlede groeide de groep aan. Riet: “En nu zijn we met zijn allen zo hecht, dat het voor buitenstaanders moeilijk is er in te komen.” Niet dat ze vreemden erbij willen, ze hebben aan elkaar genoeg en ze koesteren de onderlinge contacten. De volgende vraag hoef ik niet eens te stellen. “We respecteren elkaars mannen en vrouwen, we laten iedereen in hun waarde. Er is een stevige sociale controle”, verzekeren Anneke, Jannie en Riet mij in koor. “Er is echt geen kans om verliefd te worden of onderling met elkaar te rommelen.” Er wordt gedold en geplaagd, en een complimentje omdat iemand er lekker uitziet, wordt natuurlijk best gegeven. Maar ze zijn en blijven straight (“We kunnen alles tegen elkaar zeggen, en dat wordt geaccepteerd”) en daarom kan de groep ook blijven bestaan.

Niet alleen zijn de vrouwen onderling bevriend, zoals vrouwen dat kunnen zijn, maar ook de mannen 'kunnen goed met elkaar overweg'. Ze overlopen elkaar echter niet. De mannen werken hard, en ieder heeft daarnaast zijn eigen bezigheden, zijn hobbies en zijn gezin. Door de week zien ze elkaar nauwelijks (al wordt er wel getelefoneerd). De vriendschap wordt onderhouden op verjaardagen, feesten (met kostelijke acts en sketches - 'bijna professioneel'), een incidenteel etentje. Eenmaal per jaar gaan ze met zijn allen een lang weekend weg, in Nederland, ergens buiten. Iedere keer heeft een ander paar de eer dat evenement te organiseren, uit te zoeken naar welk hotel ze zullen gaan en wat ze zullen gaan doen. Omdat 'we gek zijn van sport', wordt op zaterdag iets sportiefs gedaan ('een tournooitje'). Zondag mogen ze bijkomen van de vermoeienissen en het lekkere eten en wandelen ze wat. “We doen ook wel eens iets cultureels: we zijn naar Youp van 't Hek geweest en naar de Phantom of the Opera en naar Cats, of we gaan naar een museum.”

En dan ontmoeten ze elkaar in de winter steevast op de tennisclub, op donderdagavond. Van 9 tot 11 wordt er gespeeld, daarna zitten ze tot één uur, half twee supergezellig 'te zwammen en te lachen', maar ook over serieuze dingen te praten. Over de kinderen, huizen, trouwen. Opa en oma is nog niemand. De eerste jonge moeder krijgt in ieder geval een kinderwagen van de anderen.

's Winters wordt er ook geskied, zij het niet door alle achttien samen. Maar degenen die niet meegaan, zijn niet jaloers op de anderen. Jaloezie zit er eerder bij familieleden en buitenstaanders. Onderling niet, leggen de vrouwen uit, want ze hebben het allemaal goed, ze hoeven niet tegen elkaar op te bieden. De vrouwen zien er allemaal even goed verzorgd uit, dragen modieuze sportieve kleren. Ook daar speelt naijver geen rol. “Het lijkt bijna saai, hè?”, zegt Jannie, of Riet, of An.

Als er narigheid is, zoals die in elk leven nu eenmaal voorkomt, “heb je meer aan je vrienden, dan aan de familie”, is het algemene gevoel. “Als ze nodig zijn, dan zijn ze er.” Zo gaat de hele groep naar de begrafenis, als de vader of moeder een hunner is overleden. “We hebben steun aan elkaar, ook bij de opvoeding van de kinderen. Dat gaat vanzelf.”

Iets dergelijks geldt ook voor de mannen, zeggen de vrouwen. “Ze stellen zich open voor elkaar”, en ja: dat is best uitzonderlijk. Gaat het zakelijk met de een niet zo goed, dan geven de anderen raad. Eenmaal werd er zelfs gauw een andere baan voor een vriend gevonden. Toen Frank en Jannie twee jaar in Engeland woonden, had Frank meer moeite met het gemis van zijn vrienden dan Jannie. Hij sloeg er zelfs een mooie aanbieding in Amerika voor af. Liever terug naar Nederland en de groep.

In al die jaren is er eenmaal, tot ieders grote spijt, een stel afgehaakt. Wat ze ook praatten en probeerden, dat ging niet meer. Ruzie was het niet, wel onbegrip. Ruzie, boosheid en stemverheffing, komt ook niet voor. Wel irritaties, uiteraard. Maar de kracht van de groep is, dat “we erop af gaan als er iets is”.

En dat is het leuke aan elkaar: iedereen is anders (de een heel rustig, nuchter en relativerend, de ander heel druk) en toch verschillen ze niet extreem van elkaar, zitten ze op één lijn. “Je kunt je gang gaan en toch jezelf zijn.”

De laatste tijd gaan wat vrouwen wel eens midweek weg, winkelen en fietsen, bijvoorbeeld in Maastricht. Een beheert dan de huishoudportemonnee, en wat je bij andere mensen dan wel ziet, komt bij hen nooit voor. Niemand zeurt of doet moeilijk over de verdeling van het geld.

Houden ze van elkaar, de leden van de groep? Nee, dat is het niet. Maar je zou elkaar nooit willen missen, het is iets héél erg speciaals. En zo hebben ze, op die donderdagavonden op de tennisclub, een fantasie ontwikkeld. Samen oud worden, in één groot huis dat de aannemer voor hen zal bouwen, met voor ieder apart een leefruimte. Wat een voordelen! Geen kind die last van ze zal hebben. En als ze héél oud worden, misschien dat dan een van de mannen niet meer weet wie zijn eigen vrouw is, en haar verwart met een van die andere vertrouwde gezichten. Anneke: “Dan ga je misschien toch nog eens vreemd.” En daar moet iedereen heel erg om lachen.