Philips: strijd tussen witte en blauwe boorden

EINDHOVEN, 16 APRIL. Philips heeft vannacht een principe-akkoord bereikt met de Unie en de Vereniging Hoger Personeel Philips (VHPP). De beide industriebonden van FNV en CNV zijn vorige week uit de onderhandelingen gestapt toen bleek dat er met Philips niet te praten viel over een gemiddeld 36-urige werkweek.

Bij de Industriebond FNV zijn ze des duivels. De kans op stakingen wordt groot geacht. “Philips dicteert met welke bonden het wil praten”, zegt onderhandelaar Ties Hagen van de Industriebond FNV. “En in de onderhandelingen met de bonden van middelbaar en hoger personeel dicteren ze ook nog eens een keer de inhoud. Dat is verschrikkelijk arrogant. En daar past maar één antwoord: dit arrogante gedrag moet met acties worden afgestraft”.

De Industriebond FNV heeft 8000 leden onder de bijna 44.000 werknemers die onder de twee ondernemings CAO's van de Nederlandse Philips Bedrijven vallen. Daarmee is deze bond sterker vertegenwoordigd dan de andere drie bij elkaar. De Industriebond CNV heeft zo'n 2000 leden, de Unie 1200 en de VHPP 1800.

Juridisch gezien hebben de beide industriebonden geen poot om op te staan. Er bestaat in Nederland onderhandelingsvrijheid. Werkgevers en vakbonden zijn vrij om te beslissen met wie ze willen onderhandelen. Als de werkgever weigert om te onderhandelen met een bond kan die bond naar de rechter stappen om alsnog toegang tot de onderhandelingen af te dwingen. Maar daar is hier volgens hoogleraar arbeidsrecht Paul van der Heijden geen sprake van. “Er is hier onderhandeld. Alleen wil Philips niet over een 36-urige werkweek praten. Daar zijn de industriebonden en Philips het dus niet over eens geworden. De rechter mag zich daarover dan niet uitspreken. Arbeidsvoorwaarden komen tot stand in overleg of strijd tussen arbeid en kapitaal”.

De Industriebonden FNV en CNV zijn niet gebonden aan de CAO die Philips met de bonden van middelbaar en hoger personeel willen afsluiten. Zij mogen dus acties organiseren. De werkgever is volgens artikel 14 van de Wet op de CAO echter wel verplicht om de met twee bonden overeengekomen arbeidsvoorwaarden toe te passen op het ongeorganiseerde en anders georganiseerde personeel.

Dat maakt het voor de industriebonden moeilijk om hun leden tot actiebereidheid te bewegen. Die leden lopen de kans dat ze met hun acties de overeengekomen 6 procent loonsverhoging omver kegelen. “Philips gedraagt zich als de oude Caesar”, zegt Van der Heijden. “Die ging uit van het verdeel en heers-principe. Philips moet de overeengekomen loonsverhoging aan alle onder de CAO vallende werknemers geven en speculeert erop dat de leden van de Industriebonden zullen zeggen: '6 procent loonsverhoging is niet gek. Waarom zou je dan gaan staken?' Het is dan moeilijk om stakingen te organiseren”.

Het hoger personeel - in vakbondsjargon wel aangeduid als “witte boorden” - dwingt de handarbeiders (de blauwe boorden) nu onder haar arbeidsvoorwaarden-regime. Dat is de omgekeerde situatie van 25 jaar geleden, toen de industriebonden erin slaagden een groot deel van het hoger personeel onder de CAO's voor handarbeiders te vangen.

Bij Philips worden twee CAO's afgesloten. De zogeheten CAO-A is van toepassing op ruim 26.000 werknemers die bruto minder verdienen dan ruwweg 60.000 gulden per jaar. De Unie, die veel lager betaald middelbaar personeel organiseert is hier een belangrijke CAO-partij. Voor de CAO-B, waar de VHPP een belangrijk stempel op drukt, gelden geen salarisschalen. Philips sluit individuele arbeidscontracten af. Met het buitensluiten van de beide Industriebonden is de oude strijd tussen blauwe en witte boorden opnieuw opgelaaid.

In het verleden tekenden de industriebonden in soortgelijke situaties bij onder meer Philips en Shell later alsnog de CAO, om niet buitengesloten te blijven. Dat is onderhandelaar Ties Hagen van de Industriebond FNV dit keer zeker niet van plan. “Wij gaan niet tekenen, zoals in 1986”, zegt hij. “We hebben voldoende zelfrespect en zelfvertrouwen om dat dit keer niet te doen”.