Ondernemers Italië zijn politiek beu

MILAAN, 16 APRIL. Adriano Teso is teleurgesteld en opgelucht tegelijk. Hij is teleurgesteld dat hij als ondernemer veel minder heeft bereikt in de politiek dan hij had verwacht. Maar hij is opgelucht uit de byzantijnse praatcultuur van Rome te zijn verdwenen.

Teso is president-eigenaar van een internationale verffabriek, volgens eigen zeggen een van de belangrijkste van Europa. Drie jaar geleden, toen het land gonsde van de plannen corrupte beroepspolitici te vervangen, was hij een van de mensen die zich daarvoor aanmeldde. Eerst bij een beweging voor staatsrechtelijke hervorming, een paar maanden later bij de partij Forza Italia van mediamagnaat Silvio Berlusconi.

“Ik geloof nog steeds dat ondernemers een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de politiek”, zegt Teso. “Ze hebben gevoel voor organisatie, voor kosten. Hun ervaring kan erg nuttig zijn.” Maar voor hemzelf hoeft het niet meer. Hij is blij dat hij weer achter zijn enorme houten bureau zit in een monumentaal pand in Milaan. “Ik heb nu ineens weer tijd om vrienden te zien”, zegt Teso, golvend grijs haar, ontspannen. “In Rome was je altijd met de politiek bezig. Als ondernemer kun je politiek bedrijven als er duidelijke regels zijn, als alles functioneert. Dan kan je één, twee dagen per week aan je eigen bedrijf besteden. Dat lukt niet als je zeven dagen per week wordt opgeslokt door de politiek.”

In de verkiezingscampagne twee jaar geleden was de komst van de ondernemers en mensen uit de vrije beroepen in de politiek nog een slogan, die je met enig effect kon gebruiken. Nieuwe mensen met nieuwe capaciteiten voor een nieuw soort politiek. Doeners. Ook links schermde met geslaagde entrepreneurs, zoals koffiekoning Riccardo Illy.

Van dat enthousiasme is veel verdwenen. Het gebrek aan politieke ervaring blijkt ook zijn keerzijde te hebben. Sommige medewerkers van Forza Italia hebben toegegeven dat ze het politieke spel met vallen en opstaan hebben moeten leren, en dat hun bondgenoten van de Nationale Alliantie, erfgenaam van de neofascisten, veel minder vaak onderuit zijn gegaan. Die partij had organisatie en ervaring. Daarom keert nu een aantal 'oude' beroepspolitici terug op de kandidatenlijsten, wat meer bij links dan bij rechts.

Een aantal nieuwkomers heeft gedesillusioneerd afscheid genomen van Rome en zich niet meer herkiesbaar gesteld. “Ik was naar Rome gegaan om deel te nemen aan de tewaterlating van de Tweede Republiek, om de hervormingen door te voeren, maar tot mijn grote verbittering zijn deze zaken niet gedaan”, zegt Raffaele Della Valle, een advocaat die een prominente rol had gekregen binnen Forza Italia. “De politiek is de afgelopen twee jaar steriel geweest, statisch: in de praktijk is er alleen maar gesproken over de komende verkiezingen.”

Teso, die in het kabinet-Berlusconi staatssecretaris van arbeid is geweest, herkent zich in die kritiek. “Ik heb meteen geconstateerd dat Rome een erg langzame hoofdstad is, waar je niet veel van kan verwachten”, zegt hij. “De politiek daar wordt overheerst door de oude ambtelijk cultuur van de ministeries. Het zou meer moeten gaan zoals hier in het noorden, op een Europese manier.”

In zijn ogen is de huidige politieke situatie veel te chaotisch. Hij verwacht niet dat er snel iets verbetert. “Het volgende parlement zal dezelfde problemen hebben. Het huidige politieke systeem laat geen stabiliteit toe. De regels moeten worden herschreven om ervoor te zorgen dat een regering stabiel is en een hele periode kan uitdienen. In een jaar kan je zelfs geen bedrijf herstructureren, laat staan zoiets gecompliceerds als Italië.”

Een ander probleem voor ondernemers in de politiek is het belangenconflict. Teso vindt dat een ondernemer publiek moet maken wat zijn belangen zijn en zich niet mag bezighouden met besluiten die dat terrein raken. Maar op de vraag of Berlusconi in dat geval niet tot inactiviteit gedoemd zou zijn, antwoordt hij met een verwijzing naar andere politici: Susanna Agnelli, minister van Buitenlandse Zaken en lid van de familie die het automobielbedrijf Fiat bezit; minister van Financiën Bruno Visentini, die verbonden is aan computerfabrikant Olivetti; Vittorio Cecchi Gori, mediamagnaat in opkomst. “Over hen wordt nooit gesproken”, zegt Teso.

Berlusconi zelf blijft proberen zijn ondernemerschap uit te spelen als een troefkaart. “Er zijn zoveel zaken in deze overgangsfase van Italië die alleen een ondernemer goed kan doen”, zei Berlusconi vrijdagavond in een tv-debat. “Projecten voor verandering opzetten, maar ook een idee, een project daadwerkelijk realiseren.” Italië heeft nu meer behoefte aan ondernemers dan aan beroepspolitici of mensen die jarenlang binnen het staatsapparaat hebben gewerkt, zei Berlusconi. Ze zijn volgens hem efficiënter, effectiever, competenter en sneller.

Hij heeft dat nu zó vaak verkondigd dat hij verrast werd door de repliek van zijn tegenspeler, Romano Prodi, de kandidaat-premier van de heterogene centrum-linkse alliantie. “Het verschil is totaal”, zei Prodi op een vraag over het onderscheid tussen politiek en zakendoen. “Een ondernemer simplicificeert. We hebben daar in Italië een uitstekend voorbeeld van. Wie moet regeren, moet rekening houden met heel de complexiteit van de samenleving. Een ondernemer in de politiek wordt een tragedie, want dat betekent dat geen rekening wordt gehouden met het algemeen belang van de burgers.”

Berlusconi's gebruikelijke brede glimlach veranderde in een grimas van afgrijzen. Toen hij zijn positieven had hervonden, repliceerde hij dat het land een uitzonderlijke situatie doormaakt. Maar ook hij ervaart in de campagne voor de verkiezingen van zondag, dat het minder aanspreekt: ondernemers in de politiek. De glans is eraf.