Belangrijkste aanbevelingen commissie-Van Traa

De Tweede Kamer debatteert drie dagen lang met de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden over haar eindrapport.

De belangrijkste aanbevelingen van de commissie-Van Traa over infiltratie, doorlaten van verdovende middelen met medeweten van de politie, afluisteren en inkijkoperaties.

De wet definieert limitatief alle opsporingsmethoden die een inbreuk maken op de fundamentele rechten van de burger. Opsporingsmethoden kunnen niet worden ingezet als er geen wettelijke basis voor is.

Het gebruik van opsporingsmethoden moet expliciet worden vastgelegd. Op elk moment moet het mogelijk zijn te achterhalen met welke methode bepaalde informatie is verzameld. De rechter moet alle methoden kunnen toetsen.

Het openbaar ministerie heeft het gezag over de opsporing en beslist over het gebruik van de methoden.

De zogeheten proactieve fase van het opsporingsonderzoek, waarin er nog geen sprake is van verdenking of een verdachte, krijgt een plaats in het Wetboek van Strafvordering. Door de politie werd deze fase vaak in het geheim gebruikt om hardere bewijzen te verzamelen tegen potentiële verdachten.

De rol van de Centrale Toetsingscommissie (CTC) van het openbaar ministerie verdwijnt. De CTC oordeelt nu over de toelaatbaarheid van vergaande opsporingsmethoden. De enquêtecommissie vindt dat een zaak van de officier van justitie, de hoofdofficier, de procureur-generaal of de minister van Justitie, naar gelang de zwaarte van de methode.

Het aftappen van telecommunicatie (telefoon, fax, semafoon) wordt mogelijk bij een redelijk vermoeden van een ernstig misdrijf. Aftappen en het direct afluisteren van verdachten mag alleen geschieden onder strikte voorwaarden.

Het op de markt laten verdwijnen van verdovende middelen om meer zicht te krijgen op een criminele organisatie is niet toegestaan, met uitzondering van 'kleine hoeveelheden softdrugs'.

De politie mag zogenoemde inkijkoperaties alleen uitvoeren onder strikte voorwaarden. Deze methode moet worden vastgelegd in de wet. Het aanbrengen van plaatsbepalingsapparatuur ('peilbakens') op voer- en vaartuigen mag alleen bij verdenking van zwaardere misdrijven.

Infiltratie in misdaadbendes mag alleen gebeuren door politiemensen, niet door burgers.

Deals met criminelen - afspraken tussen een crimineel en het openbaar ministerie over een getuigenverklaring in ruil voor tipgeld of een lagere eis in het strafproces - zijn alleen toelaatbaar als uiterste redmiddel in zaken van georganiseerde crimnaliteit of zaken van leven en dood. De figuur van de kroongetuige, die informatie levert in ruil voor strafvermindering of ontslag van vervolging, moet niet worden geïntroduceerd.