Band Japan-VS stabiliseert Azië

TOKIO, 16 APRIL. De dreiging van de Sovjet-Unie was ooit het bestaansrecht van het Japans-Amerikaanse veiligheidsverdrag. Maar de Sovjet-Unie is allang verleden tijd en dus rijst de vraag: is er een nieuw object van het veiligheidsverdrag dat centraal staat in het bezoek van de Amerikaanse president, Bill Clinton, aan Japan dat vandaag is begonnen.

De potentiële bronnen voor conflicten in de regio krijgen wereldwijd ruime aandacht. Maar Clinton en de Japanse premier, Ryutaro Hashimoto, zullen morgen in een gezamenlijke verklaring alleen het Koreaanse schiereiland met name noemen, zo blijkt uit berichten in de Japanse pers. Ze zullen verder in algemene termen wijzen op de stabiliserende rol van het Japans-Amerikaanse veiligheidsverdrag in de onrustige Oostaziatische regio. Twistappels als Taiwan en de Spratly-eilanden blijven onbenoemd, waarvoor gegronde redenen zijn.

Kort nadat China vorige maand de Taiwanese verkiezingen opluisterde met raketoefeningen in het zeegebied rond het eiland, bezocht de Chinese minister van Buitenlandse Zaken, Qian Qichen, Japan. Qian zei te hopen dat het Japans-Amerikaanse veiligheidsverdrag “niet tegenstrijdig is met de ontwikkeling van gezonde Japans-Chinese relaties”. Een openlijke vermelding in het Japans-Amerikaanse veiligheidsverdrag van China als bron van zorg is absoluut onmogelijk.

Gezien de recente gebeurtenissen is er in Japan een debat gaande of China een bedreiging is. “Ik kan me voorstellen dat de Japanse bevolking het wapengekletter van China bij Taiwan en de kernproeven als bedreiging ervaren, China is nu eenmaal verdraaid groot”, zegt Lagerhuislid Yasuo Fukuda van de Liberaal-Democratische Partij.

China heeft echter geen oor voor deze Japanse gevoeligheden. “De principes van het Chinese beleid staan vast”, zegt Kazuko Mori, hoogleraar moderne Chinese geschiedenis aan de Universiteit van Yokohama. “Taiwan is een binnenlands probleem en kernwapens zijn een recht. China ziet dus niet in waarom de Japanse pers China als een militaire dreiging voor de vrede in de regio afschildert wegens het recente optreden tegenover Taiwan. Maar China is wel zeer gevoelig voor hoe het wordt gezien en zo kan het dus tot een vijand worden gemáákt door het buitenland.” Aldus Mori.

Verschillende sprekers vergelijken de harde Chinese houding tegenover buitenlands commentaar met Japan aan het eind van de vorige eeuw. “Ken je de slogan fukoku kyohei?”, vraagt Hiroshi Takano, Hogerhuislid voor de oppositionele Shinshinto. Fukoku kyohei betekent 'welvarend land en sterk leger' en was eind vorige eeuw de leus van de Japanse leiders die het land snel wilden moderniseren om de druk van de Westerse imperialistische mogendheden te weerstaan. Takano: “Het is dezelfde denkwijze als Japan destijds: versterking van het leger en economische groei. Daarom luistert China niet naar wat andere landen zeggen.”

De Chinese houding zou aldus een ontworstelen aan de vroegere imperialistische vernederingen zijn.

Terwijl Japanse politici hun uiterste best doen China in de kwestie Taiwan niet te brusqueren, blijkt er in China zelf een ander beeld te bestaan. Professor Mori: “Op een congres in Peking vorige maand hoorde ik tot mijn verbazing een Chinese deskundige verkondigen dat 80 procent van de Japanse politici en diplomaten de onafhankelijkheid van Taiwan bepleiten. In werkelijkheid is er in Japan maar een kleine minderheid die dit standpunt verkondigt.”

De positie van Japan in het Amerikaanse kamp blijkt niet bevorderlijk voor vertrouwelijke relaties met China. Tevens lijkt de band met China juist minder hecht te worden, ook al wordt de pijnlijke ervaring van de oorlog steeds meer verleden tijd. Mori: “Chinezen hechten grote waarde aan het cultiveren van persoonlijke relaties. Na de oorlog waren er Japanners die iets goed wilden maken tegenover China en zich daar persoonlijk voor in hebben gezet. De toenmalige leiders als Zhou Enlai en Deng Xiaoping wisten precies hoe ze de zwakke plek van Japanners wegens het oorlogsverleden moesten gebruiken. Die periode is voorbij.”

Opvallend is het ontzag dat Japanners hebben voor China. “Chinezen zijn mentaal anders”, aldus ex-diplomaat Hiroshi Takano. “Hun manier van denken is ingewikkeld. Ze kunnen afwisselend je gevoelens meeslepen en dan opeens weer keihard onderhandelen. 's Avonds zijn ze opeens alles vergeten en nemen je mee om vrolijk te drinken. Japanners kunnen die omslagen niet maken. Daarom verliezen Chinezen nooit in onderhandelingen.”

    • Hans van der Lugt