Voorzitter in judo van de hel naar de hemel

SALZBURG, 15 APRIL. Van revanchegevoelens wil Frans Hoogendijk (46) niets weten. Vorige week maandag trad hij min of meer gedwongen af als voorzitter van de Judobond Nederland (JBN); vijf dagen later koos de Europese Judo Unie (EJU) hem tijdens het congres in Salzburg tot nieuwe preses. In vijf dagen van de hel naar de hemel.

De Vlaardinger heeft immers een gedenkwaardige week achter de rug met twee belangrijke vergaderingen: de één verliep tumultueus, de ander rustig. “Een maand geleden was ik ervan overtuigd dat ik tot voorzitter van de EJU zou worden gekozen, maar na de toestanden in Nederland, die op een bijzonder ongelukkig moment kwamen, ontstonden de twijfels.”

Die bleken ongegrond, want met 25 tegen 14 stemmen koos de vergadering Hoogendijk. Het merendeel van de Europese bestuurders bleek weinig moeite te hebben met de problemen binnen de Nederlandse judowereld. “Het interesseert ze geen zak wat er in ons land gebeurt”, aldus Hoogendijk. “Interne problemen moeten intern worden opgelost, zo redeneerde het merendeel.”

Om de meeste vragen voor te zijn, nam Hoogendijk donderdag al tijdens de eerste bestuursvergadering het woord. “Ik wilde de geruchten over mijn functioneren bij de JBN de kop indrukken. Ik heb kunnen uitleggen wat er precies speelt binnen de bond en waarom de JBN 200.000 gulden moet betalen aan ex-directeur Jan Post. Dat het geen schadeclaim is, zoals veel gedelegeerden dachten, maar een uitzonderlijk hoog aantal maanden salaris.”

Hoogendijk is de opvolger van de Oostenrijker Kurt Kucera, die twaalf jaar de EJU heeft geregeerd. Terugkijkend op acht jaar voorzitterschap bij de JBN zegt hij: “Ik heb niet altijd slimme public relations gevoerd. Bovendien had ik graag op een andere manier afscheid willen nemen van de JBN, maar het is niet anders.” (ANP)