Twee aanhoudingen na beramen aanslagen op officieren van justitie

AMSTERDAM, 15 APRIL. De Amsterdamse politie heeft begin deze maand twee mensen aangehouden die ervan worden verdacht dat ze aanslagen op leden van het openbaar ministerie in voorbereiding hadden.

Dit is vanmorgen meegedeeld door officier van justitie N. Schaar van het Amsterdamse parket. De twee verdachten van de aanslag, van wie één volgens bronnen bij justitie een goede bekende is van hasjhandelaar Johan V., zijn in Zeist aangehouden en waren in het bezit van een ontstekingsmechanisme. Ook heeft de politie vastgesteld dat ze het explosief semtex hadden besteld. Dit is overigens niet bij de aanhouding aangetroffen. Volgens een woordvoerder van de politie kan met het in beslag genomen materiaal “wellicht een bom gemaakt worden”.

Politie noch justitie wil formeel bevestigen dat er een verband bestaat met het onderzoek van justitie naar de enkele maanden geleden aangehouden Johan V., alias 'de Hakkelaar', die wordt verdacht van een grootschalige smokkel van softdrugs. Eerder werd bekend dat justitie met een lid van de bende van 'de Hakkelaar' een overeenkomst heeft gesloten waarbij deze belastende verklaringen over V. aflegt in ruil voor strafvermindering.

Justitie en politie kunnen ook niet zeggen welke aanwijzingen ze hebben dat de twee verdachten daadwerkelijk aanslagen op justitie-functionarissen beraamden. Volgens een woordvoerder van de Amsterdamse politie worden de twee er ook van verdacht dat ze aanslagen op politiemensen wilden plegen. Schaar weerspreekt dit en zegt dat de verdachten het uitsluitend gemunt hadden op twee officieren van justitie.

De advocaat van Johan V., A. Moszkowicz, zegt dat justitie zich schuldig maakt aan “sfeermakerij”. Volgens hem is het ten enen male onmogelijk dat V. betrokkenheid heeft bij pogingen een aanslag op leden van het OM te plegen. De advocaat wijst erop dat V. verblijft in een extra beveiligde inrichting en volledig van de buitenwereld is afgesloten. De enige uitzondering daarop vormt een contact van één keer per week achter glas dat V. met zijn advocaat mag hebben, aldus Moszkowicz.