SANDRA REAVES OVER Imiteren

The late great ladies of blues and jazz: 15/4 Kleine Komedie Amsterdam; 19/4 Oosterpoort Groningen; 21/4 Cultureel Centrum Amstelveen; 24/4 Arsenaaltheater Vlissingen; 26/4 Stadsschouwburg Sittard; 27/4 Zuidplein Rotterdam.

“Ik imiteer niet; ik interpretéér. Als je imiteert, probeer je iemand te wòrden. Wanneer mensen bijvoorbeeld Michael Jackson imiteren, proberen ze hem altijd te wòrden, met alle chirurgische ingrepen vandien. Maar als actrice en zangeres neem ik alle informatie en alle muziekstijlen in me op en ik interpreteer die op mijn manier om het zo geloofwaardig mogelijk te maken: dit is hoe het in die tijd had kùnnen zijn, of zó gedroegen ze zich toen. Maar ik probeer niet een exacte kopie neer te zetten.”

De Amerikaanse Sandra Reaves is weer in Nederland op tournee met The Late Great Ladies of Blues and Jazz, een eerbetoon aan zes blues-koninginnen onder wie Ethel Waters, Billie Holiday, Bessie Smith en Mahalia Jackson. De show was aanvankelijk bedoeld voor twee avonden in de Cotton Club in Harlem, in mei 1980, maar toen de uitnodigingen om er elders mee op te treden, begonnenbinnen te stromen, besloot ze ermee verder te gaan. Tussendoor zingt ze als zichzelf en treedt ze op in theaterstukken en in films als Round Midnight.

“Mijn fans vroegen me om de muziek van deze dames te vertolken. Ik dook in de archieven om informatie over hen te vinden en stelde de show samen. En nog steeds komen er mensen naar me toe met nieuwe informatie die ik kan gebruiken. Oorspronkelijk deed ik ook Josephine Baker, maar het bananenkostuumpje dat ik daarbij droeg, leverde in de zuidelijke staten van Amerika zoveel problemen met theaterdirecteuren op, dat ik haar heb geschrapt.

“Ik kan me bij alle dames ergens mee vereenzelvigen. Bij Ethel is dat met haar smart en haar pijn. Ze werd geboren uit een verkrachting, net als ik, en ze groeide op zonder de liefde die ze had willen hebben. Daar kan ik mezelf in vinden. Ik vind haar lastig omdat haar stem zeer verfijnd was. En emotioneel is ze de allermoeilijkst.

“Billie was de laatste die ik heb geprobeerd te vertolken. Ik was er bang voor, maar vond het niet eerlijk de anderen wel neer te zetten en haar niet. Ik luister voortdurend naar haar. Haar stem is zó subtiel. Op een avond, zo'n vijf jaar terug, besloot ik het te proberen. Toen ik op het toneel aan haar dacht, was het alsof ze bij me was.

“Bessie is niet echt makkelijk, maar ik begrijp haar en dat helpt. Ze is schaamteloos en kleurrijk, een comédienne, maar ook zeer dramatisch. En ze is trots en sterk, waar ik van hou. Dat trotse heb ik ook. Ik schaam me er niet voor dat we vroeger arm waren, omdat we altijd hard hebben gewerkt voor wat we wilden. En Mahalia is de slagroom op de taart. Ze besloot met haar talent haar geloof te dienen. Hoewel haar veel geld is geboden om jazz en blues te zingen, deed ze het niet. Dat vraagt kracht. Ze doet me denken aan mijn grootmoeder, die ook dat soort energie en warmte had.

“Eigenlijk bespeel ik hen als instrumenten. Ethel is een kruising tussen een saxofoon en een klarinet, Billie een trieste viool, Bessie een oude piano en Mahalia een orgel. Het is een orkest van vrouwen.”