Piet Bukman is eerste slachtoffer CTSV-commissie

In de officiële bescheiden staat hij te boek als ir. P.H. Hofstra. Het Binnenhof kent hem als Pieter Hofstra. Maar in het land is hij een anonymus, dit Tweede Kamerlid dat sinds 8 september 1994 voor de VVD zitting heeft in het parlement. Dat wil zeggen: hij is nòg onbekend. Want deze Pieter Hofstra is ook voorzitter van de parlementaire commissie die een onderzoek doet naar het wanbeheer bij Woningbeheer Limburg (WBL).

De openbare verhoren van de commissie hebben nog niet tot de verbeelding gesproken. Hierin kan komende week verandering komen wanneer de huidige oppositieleider, CDA-fractievoorzitter Enneüs Heerma, voor de commissie moet verschijnen. Wat wist hij van het wanbeheer bij de WBL toen hij in het derde kabinet Lubbers verantwoordelijk was voor de volkshuisvesting? Ook de huidige staatssecretaris van volkshuisvesting, de D66-er Dick Tommel, moet zich deze week verantwoorden.

Of het vuurwerk wordt, hangt af van hun verhaal. Maar één ding staat vast: hoe moeilijker Heerma en Tommel het ten overstaan van de commissie hebben, hoe meer voorzitter Hofstra bij het 'grote publiek' in aanzien zal stijgen. De toeschouwers hebben nu eenmaal behoefte aan een scherprechter. Cees van Dijk, Klaas de Vries, Frits Buurmeijer, Maarten van Traa; allen konden gloriëren dankzij de zweetdruppels van hun getuigen.

Vandaar ook het belang van het voorzitterschap van een parlementaire onderzoekscommissie. Twee weken geleden dacht het CDA aan de beurt te zijn in het parlementair onderzoek naar de gang van zaken bij het College van Toezicht Sociale Verzekeringen in Zoetermeer. Een smakelijke kluif, omdat het hier een 'soap' betreft met nogal wat karakterrollen. Allereerst is daar natuurlijk het bestuur dat door staatssecretaris Robin Linschoten de wacht is aangezegd. Dian van Leeuwen, Gerrit Jan van Otterloo en Maarten van Rooijen behoeven nauwelijks introductie. De getuigeverhoren beloven één grote smulpartij te worden. Een gouden tijd dus ook voor de voorzitter van de commissie. Met andere woorden: voor Piet Bukman, zo dacht het CDA. Daarbij beriep de fractie zich onder andere op de notulen van het beraad van fractiesecretarissen van december vorig jaar. Het CDA las uit dit epistel dat de partij bij een volgend groot parlementair onderzoek de voorzitter zou mogen leveren. Verkeerd gelezen, zeiden de andere partijen, met uitzondering van GroenLinks en de ouderenpartij van Jet Nijpels. Het gevolg was dat het PvdA-Kamerlid Jan van Zijl met de eer kon strijken.

Voor Bukman zelf is het allemaal extra pijnlijk. Want behalve dat hij het voorzitterschap van de onderzoekscommissie aan zijn neus voorbij ziet gaan, moet hij binnenkort het prestigieuze intirim-voorzitterschap van de Tweede Kamercommissie voor buitenlandse zaken afstaan aan de echte voorzitter. Aan Maarten van Traa die zich, nu de werkzaamheden van de 'IRT-enquêtecommissie' bijna ten einde zijn, binnenkort weer op het buitenland kan storten. (M.K.)