Oost-Europabank krijgt verdubbeling werkkapitaal

SOFIA,15 APRIL. Op de jaarvergadering van de Oost-Europabank die vandaag en morgen in de Bulgaarse hoofdstad Sofia wordt gehouden, staat feitelijk één onderwerp op de agenda: verdubbeling van het kapitaal. Die uitbreiding is nodig om de groei van de activiteiten van de ontwikkelingsbank te financieren.

Naar verwachting wordt de kapitaalsverhoging tot twintig miljard ecu (41 miljard) tevens de laatste. Omdat de bank pas vijf jaar geleden werd opgericht en op alle leningen een aflossingsvrije periode zit, kreeg ze pas vorig jaar voor het eerst een redelijk bedrag terug. “De komende jaren zal de geldstroom vanuit de regio naar de bank op gang komen. Dat geld kunnen we dan weer gebruiken om nieuwe leningen te verstrekken”, aldus J. Hilbers, de Nederlandse bewindvoerder bij de Oost-Europabank. De kapitaalsuitbreiding is in Sofia naar verwachting een hamerstuk.

De in Londen zetelende bank beleefde de laatste jaren een flinke groei. In 1995 keurde de Oost-Europabank 134 projecten goed, tegen 106 in 1994, waarmee het totaal sinds de oprichting op 368 kwam. Het bedrag dat met de goedgekeurde projecten is gemoeid, nam op van 2,15 miljard ecu (4,4 miljard) tot 2,85 miljard ecu (5,8 miljard). Sinds haar start heeft de bank voor 7,85 miljard ecu (16,1 miljard) aan projecten goedgekeurd.

Daarmee nadert de Oost-Europabank de som van tien miljard ecu (20,1 miljard gulden) die zij bij haar oprichting heeft meegekregen van de lidstaten die aandeelhouder zijn, waaronder Nederland. De bank heeft als taak een bijdrage te leveren aan de overgang van centraal geleide planeconomieën naar vrije-markteconomieën in zowel Midden- en Oost-Europese landen als de landen van de voormalige Sovjet-Unie.

Het afgelopen jaar was de kapitaalsuitbreiding onderwerp van discussie. Tal van overheden van de aangesloten landen stonden onder druk om de eigen uitgaven omlaag te schroeven. Ook waren sommige landen van mening dat de ontwikkelingsbank weinig toevoegde aan het werk dat andere internationale instellingen, waaronder de Wereldbank, verrichten.

De Oost-Europabank heeft haar aandeelhouders gewezen op haar kennis van zaken die zij in de regio heeft opgebouwd. Daardoor is zij beter in staat haar kredietverstrekking zonodig aan te passen aan de omstandigheden die per land scherp verschillen.

De bank is de laatste maanden de aangesloten landen gedeeltelijk tegemoetgekomen door aan de kapitaalsverhoging minder strakke voorwaarden te verbinden.Het geld dat de aandeelhouders dienen in te leggen, mogen zij over een langere periode uitsmeren. De afgelopen maand werd duidelijk dat de aandeelhouders onder deze voorwaarden bereid zijn het kapitaal ter beschikking te stellen. Daarbij speelde ook de verwachting dat dit tegelijkertijd de laatste kapitaalsverhoging zou zijn een belangrijke rol. (ANP)