Museeuw moet winnen in Roubaix; Ploegleider Mapei bepaalt verdeling ereplaatsen

ROUBAIX, 15 APRIL. Parijs-Roubaix is de enige klassieker waarbij het groepsbelang ondergeschikt is aan het individu. Op de Franse kasseien is een knecht van harte welkom, maar echt helpen kan hij zijn kopman niet. Deze schijnbaar onomstreden wielertheorie werd gisteren gelogenstraft. Niemand kon zich herinneren dat één ploeg zo dominant was geweest in de honderdjarige historie van de helletocht. Op de kasseien ging de homogeniteit in het verleden ten onder in de modder of in de stofwolken.

De 30-jarige Johan Museeuw dankte zijn overwinning gisteren aan de overheersende rol van de Mapei-formatie. De Belgische favoriet werd in een zetel naar Roubaix gereden. Hij fietste vooraan op de kasseien, de meeste kilometers liet hij zijn Italiaanse helpers Tafi en Bortolami het vuile werk opknappen. Op de achtergrond reed hun landgenoot Ballerini - net als Museeuw als kopman van start gegaan - hinderlijk in het wiel van de laatst overgebleven rivaal Zanini. Ballerini was misschien wel de beste van allemaal, maar de titelhouder reed vier keer lek en was in de slotfase het slachtoffer van het ploegenspel bij Mapei.

De editie van '96 gaat de geschiedenis in als een saaie koers die onder een blauwe hemel nooit echt tot leven kwam. Geen glijpartijen, geen gevechten van man tegen man, geen ontgoochelde verliezers. En toch zullen de insiders nog vaak refereren aan de verbluffende overmacht van Mapei, het onderlinge gekonkel van de leiders in de slotfase, de nerveuze ploegbaas Lefevere in de volgauto. Na afloop was het pais en vree bij de Italiaans-Belgische miljoenenploeg. Maar hoe harmonisch is de zege van Museeuw in werkelijkheid tot stand gekomen? Hoe schijnheilig was het beeld van de drie juichende ploeggenoten?

Niet bekend

Twee coureurs die de schijn van vreugde tot aan de streep weten op te houden, het is eerder vertoond. De herinnering aan de Tour van '86 wordt niet zomaar uitgewist. Toen de teamgenoten Hinault en Lemond quasi eensgezind Alpe d'Huez binnenreden, sprak half wielerminnend Nederland van een groots sportmoment. De andere helft had zijn twijfels over de homogene sfeer bij La Vie Claire. De twijfelaars kregen gelijk. Lemond had de juichende gebaren achteraf als schijnheilig ervaren. Beide kopmannen hadden de hele Tour ruzie gehad.

Het is niet denkbeeldig dat Tafi en Bortolami, in navolging van Lemond, over een paar jaar het geheim van Roubaix zullen prijsgeven. Het gebakkelei met Museeuw werd overschaduwd door het drievoudige dagsucces. Maar wat is er gezegd op de laatste kasseistroken? Waarom werd Museeuw kwaad op zijn helpers? Was het wel zo logisch dat de lekke band van Museeuw op negen kilometer voor de finish geen gevolgen had? Tafi en Bortolami knepen in de remmen, maar van harte is het zeker niet gegaan. Dat viel van hun gezichten af te lezen.

Ploegleider Lefevere ontkende na afloop dat er sprake was geweest van onenigheid. Hij had naar eigen zeggen vanuit de auto met de directeur van Mapei gesproken. De man in Milaan wilde de drie gelijk over de streep laten gaan. De man in de koers zei hem dat dat onmogelijk was en kreeg van hogerhand toestemming om Museeuw te laten winnen. Vijftien kilometer voor Roubaix had Lefevere het leidende trio op de hoogte gebracht van het beoogde ploegenspel. Museeuw moest winnen, Bortolami mocht tweede worden en Tafi moest genoegen nemen met de derde stek.

Het lot van de meesterknechten. Zij krijgen dit seizoen waarschijnlijk nog wel een paar kruimels toegeworpen, als dank voor bewezen diensten. Maar of Bortolami (27) en Tafi (29) ooit nog een keer Parijs-Roubaix aan hun erelijst zullen toevoegen, moet ernstig worden betwijfeld. Daarom sprak ploegleider Lefevere zo dankbaar over de gedienstige Italianen. Zijn keuze voor Museeuw was naar eigen zeggen onomstreden. “Ik heb dit niet besloten omdat ik een Belg ben. Voor mij is Johan al drie jaar de sleutel van ons succes. Hoe vaak heeft hij zijn ploeggenoten niet geholpen? Vorig jaar hielp hij Ballerini in Parijs-Roubaix aan de overwinning. Iedereen die de wielersport begrijpt, zal mijn beslissing begrijpen. Ze verdienden alle drie te winnen. Museeuw mocht met de eer strijken, maar de demonstratie van Mapei staat voor mij voorop.”

Museeuw beseft dat zijn zege in de toekomst geen heroïsche bijsmaak krijgt. Hij had relatief weinig in het stof gebeten. De triomf in Roubaix kon toch niet tippen aan zijn dubbele zege ('93 en '95) in de Ronde van Vlaanderen. “Als Belg was dat heel speciaal. Voor mij blijft Vlaanderen het toppunt. Maar dit was ook heel mooi. Negentig procent van het volk langs de kant bestond uit Vlamingen, dat zal ik niet licht vergeten.”

De onderlinge spanningen bij Mapei waren gisteren voelbaar, hoewel het team bekend staat als een vriendenploeg. Teambuilding is volgens Lefevere de sleutel tot de vele successen. De wielervedetten gunnen elkaar de overwinning. De jonge Belg Steels won de Omloop Het Volk en Gent-Wevelgem, Museeuw en Ballerini waren uitblinker in de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, de Spaanse wereldkampioen Olano en de Zwitser Rominger zijn favoriet in de Waalse klassiekers. In totaal staan er dertig renners onder contract bij Mapei, waarmee 's werelds beste wielerploeg ook in numeriek opzicht de leiding heeft.

Lefevere zweert bij een zachte aanpak. Renners met problemen moeten worden opgevangen door hun collega's. “De tijd van de Peter Posten met de scheldkanonnades is voorbij”, zei hij vorig jaar tegen Vrij Nederland. “Tachtig procent van de renners heeft iemand nodig die de stress bij hen wegneemt. Ze willen rust, welnu: ik ben rustig.”

Museeuw heeft veel baat bij de zalvende woorden van Lefevere. Toen hij nog bij Lotto reed, moest de voormalige sprinter meer koersen dan hem lief was. Sinds drie jaar rijdt de garagehouderszoon uit het Westvlaamse Gistel minder wedstrijden, met meer succes. Hij won vorig seizoen de wereldbeker, als bewijs van zijn stabiele vorm.

Zijn schuchtere karakter is nooit helemaal verdwenen, het hoge stemgeluid evenmin. Onder leiding van Lefevere, woonachtig in dezelfde kuststreek, heeft Museeuw in elk geval op de fiets meer van zich leren afbijten. De ploegbaas waakt als een vaderfiguur over zijn oogappel, wat eens te meer duidelijk werd op de persconferentie. De meeste vragen voor Museeuw werden door Lefevere beantwoord.

Over het moment van zijn tweede lekke band wilde de winnaar zelf uitleg geven. “Ik ben niet iemand die gauw panikeert. Ik wist dat de andere twee zouden wachten. Het zijn jongens die hun woord hadden gegeven en zich daaraan hebben gehouden. Zo zit ik ook in elkaar.”

De winnaar heeft altijd gelijk. De ploegleider knikt instemmend. En de scepticus zal de waarheid waarschijnlijk nooit helemaal kunnen achterhalen.

    • Jaap Bloembergen