Komiek Spike Milligan door navolgers ingehaald

Omnibus: Spike, BBC1, 23.10-0.25u.

Dat ze schatplichtig aan Spike Milligan waren, hebben de heren van Monty Python altijd volmondig beaamd. Als pubers luisterden ze op de radio naar de surrealistische Goon Show, door Milligan geschreven en vooral door de jonge Peter Sellers tot een rijke bron van rare stemmetjes en vreemde accenten gemaakt. En zelf konden ze hun televisie-doorbraak maken nadat Milligan hun pad in 1969 had geëffend met zijn merkwaardige programma Q - het eerste op de Engelse televisie, waarin de sketches geen regulier begin en eind meer hadden en de volstrekte gekte overheerste.

Vanavond, aan de letterlijke vooravond van 's mans 78ste verjaardag, is Spike Milligan de hoofdpersoon in de BBC-rubriek Omnibus. Hij kijkt terug op zijn leven en werken, en ook anderen komen over hem aan het woord. Onder wie John Cleese, die Q “de voorloper van Monty Python” noemt. Des te vreemder, dat het nooit meer wordt herhaald. Misschien was het tè uitzinnig - en ook te onevenwichtig - om alsnog de geaccepteerde status van Cleese en consorten te bereiken. Milligan heeft de BBC diverse keren om herhalingen gevraagd, maar men heeft hem steeds met mooie woorden de deur gewezen.

Veel aandacht gaat in de uitzending van vanavond naar de Goon Show, die in de gereguleerde jaren vijftig een oase van idiotie moet zijn geweest. En tevens een uitputtingsslag voor Spike Milligan, die acht jaar lang 26 scripts van een half uur heeft moeten schrijven. Het kostte hem zijn eerste huwelijk en bracht hem naar zijn zeggen op de rand van de waanzin. Eerder zei hij, dat hij van de Goon Show nooit meer echt genezen is. Het grootste deel van zijn leven was hij manisch depressief. Zijn kolder was dan ook nooit van het goedmoedige soort; fragmenten uit Q tonen een man met een verbeten gezicht, die bij voorkeur nazi-malloten speelde (hij diende tijdens de tweede wereldoorlog in het Britse leger en trad daar voor het eerst als grappenmaker op) en wiens wilde grappen een ongewoon felle ondertoon hebben.

Na het succes van Monty Python trof Milligan het lot van de pionier die door zijn navolgers voorbij wordt gestreefd. Hoewel hij nog regelmatig zotte bijrolletjes speelde (onder meer in Python-films) slaagde hij er niet meer in vaste grond onder de voeten te krijgen. Meer succes oogstte hij met een lange serie herinneringen in boekvorm, onder titels als Hitler, my part in his downfall. Nog steeds zit het hem dwars dat hij niet veel vaker film- of tv-werk heeft. Kortgeleden zei hij tegen The Observer dat hij een briefje aan John Cleese heeft geschreven, waarin hij om een rolletje vroeg in diens komende film. Het enige antwoord was een zakelijk briefje van een secretaresse, waarin hem werd meegedeeld dat alle rollen intussen bezet waren.

    • Henk van Gelder