IJshockeyers Oranje dicht bij degradatie

EINDHOVEN, 15 APRIL. Met gebogen hoofd zochten de spelers van de nationale ijshockeyploeg gisteren na het WK-duel in de B-poule tegen Groot-Brittannië de kleedkamer op. Even verderop, bij de Nederlandse bank, had ook bondscoach Doug Mason de blik naar beneden gericht. Niet uit teleurstelling over de kansloze 6-2 nederlaag, zou hij later verklaren. “Ik was al met m'n gedachten bij het duel van morgen tegen Japan. Die wedstrijd mogen we gewoon niet verliezen. Doen we dat wel, dan komen we volgend jaar vrijwel zeker uit in de C-poule.”

Na drie nederlagen in even zoveel wedstrijden op het in Eindhoven gespeelde wereldkampioenschap staat Nederland op de achtste en laatste plaats. Om degradatie te voorkomen, hoeft de formatie van Mason maar één plaats te klimmen op de ranglijst. Of dat lukt, hangt bijna zeker af van het duel tegen de al even middelmatige Japanners, die met één punt uit drie wedstrijden vlak boven Nederland staan. De overige drie tegenstanders die de nationale ploeg nog treft (Zwitserland, favoriet Letland en Polen), zullen naar verwachting te sterk zijn om tot een positief resultaat te komen.

Het door bijna tweeduizend toeschouwers bijgewoonde treffen tegen Groot-Brittannië gold voor aanvang ook als een sleutelduel. De prestaties in de laatste vier jaar van de Britse ploeg zijn uiterst wisselvallig en vertonen veel overeenkomsten met die van Oranje aan het eind van de jaren zeventig en het begin van de jaren tachtig. Dankzij de inbreng van veel Canadezen met een tweede, Brits paspoort promoveerde ook Groot-Brittannië in drie opeenvolgende jaren van de C- naar de A-poule, waaruit het net als Nederland in 1981 meteen weer degradeerde.

Terug in de B-poule wisten de eilandbewoners zich vorig jaar echter wel te handhaven, zij het maar net. Op het WK in Bratislava werd de ploeg zevende, drie plaatsen achter de formatie van Mason.

Die klasseringen zorgden voor enig optimisme aan Nederlandse kant voor het duel van gisteren, ook al had Oranje een in oktober van het vorig in Engeland gespeeld kwalificatieduel voor de Olympische Spelen van 1998 nog kansloos met 4-1 van de Britten verloren. Daarbij leek het WK-programma in het voordeel van de nationale ploeg: Nederland had zaterdag een rustdag, Groot-Brittannië moest ruim zestien uur voor het treffen tussen beide landen nog tegen Polen aantreden.

Mason had op dat gegeven zijn tactiek afgestemd. De bondscoach ging ervan uit dat de Britten, die gemiddeld ook nog aardig wat jaartjes ouder zijn de Nederlandse spelers, het (gewonnen) duel tegen de Polen nog in de benen zouden hebben. Hij had zijn spelers op het hart gedrukt rustig te beginnen en vooral geduld te hebben. “Dat was de afspraak voor de eerste twee periodes”, zei Mason na afloop van het duel. “In de wedstrijd blijven, geen grote achterstand oplopen. Pas in de laatste twintig minuten, als de Britten vermoeid raken, zouden we gaan voor de kill.”

De praktijk pakte geheel anders uit. Bij het begin van de derde en laatste periode van twintig minuten keek Nederland al tegen een kansloze 5-1 achterstand aan. Een achterstand die nog groter had kunnen zijn als de Britten beter met de kansen waren omgesprongen en doelman Honoré Loos niet enkele fraaie reddingen had verricht.

Oranje had de negatieve score geheel aan zichzelf te wijten. In tegenstelling tot Masons gedicteerde spelopvatting speelde zijn ploeg veel te gehaast. Achter elke puck werd aangejaagd en passes waren onnauwkeurig, waardoor de opbouw traag en veel te doorzichtig was. Groot-Brittannië profiteerde daarvan op professionele wijze. Door goede intercepties en razendsnel uitgevoerde counters zag Loos regelmatig twee en een enkele keer zelfs drie tegenstanders op zich afkomen. Aanvallend kon Nederland, dat in Dave Livingston en Johan Stoer de doelpuntenmakers had, gedurende de hele wedstrijd geen vuist maken. Ook niet in de in totaal zes minuten dat Oranje een man meer op het ijs had.

Mason vergeleek zijn spelers na afloop met jonge honden. “Ze wilden gewoon te graag. Ondanks de afspraken gingen ze meteen voor de genadeklap. Dat gebeurde onbewust, maar als de wedstrijd eenmaal is begonnen, kun je daar weinig meer aan veranderen.”

De altijd optimistische bondscoach heeft nu zijn hoop gevestigd op het treffen van vanavond tegen Japan. Dan zijn er “nieuwe kansen en dus nieuwe prijzen te verdienen”. Eén kanttekening wenste Mason daarbij nog wel te maken: “Hetzelfde geldt natuurlijk voor de Japanners.”

Treffen met Japan cruciaal na reeks nederlagen

    • Paul de Lange