'Haagse' Patijn doet meer dan 'onze' Ed

Om twee redenen valt niet te hopen dat Ajax op 22 mei in Rome de finale van de Champions League wint. De eerste is het feest dat na het klinken van het eindsignaal in de Amsterdamse binnenstad zal losbarsten. Feest is in dit verband een eufemisme voor dronkenschap, uitmondend in een treffen met de politie, zoals bewoners op en rond het Leidseplein dat vorig jaar mei mochten meemaken, toen Ajax overslaanbaar bleek. Bij de rellen vielen honderd gewonden, er werd voor zeker 10.000 gulden schade aangericht en 35 mensen werden gearresteerd.

De tweede reden is het te verwachten beschamende fluitkoor waarmee de aanhang van Ajax burgemeester Patijn het spreken onmogelijk zal maken wanneer hij bij de officiële huldiging de club namens de gemeente feliciteert. Het overkwam hem reeds twee keer. In mei vorig jaar, toen Ajax de Champions League had gewonnen, en in december, toen de wereldbeker naar Amsterdam kwam. Op het eerste gezicht lijkt er weinig aan de hand, beetje burgemeester pesten. Moet kunnen, zeker in Amsterdam.

Maar bij nadere beschouwing is er meer aan de hand. Het 'burgemeestertje pesten' heeft een diepere lading. Toen bekend werd dat Patijn de opvolger zou worden van E. van Thijn trokken nogal wat mensen hun wenkbrauwen op. Wat moeten we met die man, een Hagenees nog wel, geen Amsterdammer. 'Die Patijn' moet vooral niet denken dat hij het hier wel even kan regelen, was een veel gehoorde reactie. Blijkens een peiling van het bureau Intomart bleken nogal wat Amsterdammers voorkeur te hebben voor hoofdcommissaris Nordholt. Maar toen wisten die Amsterdammers nog niet dat 'hun Ed' met 'hun Nordholt' zodanige financiële afspraken had gemaakt in het voordeel van de laatste, dat beiden nogal wat gezichtsverlies opliepen. Patijn werd benoemd en trad op 1 juni 1994 aan.

“Hij zal nooit een van ons worden. Hij zal nooit worden zoals Ed, die was van alle Amsterdammers”, klonk het en zo klinkt het nog steeds. Het valt te betwijfelen of Van Thijn 'van alle Amsterdammers' was, een opiniepeiling daarover is nooit gehouden. Maar afgezien daarvan, 'van alle Amsterdammers zijn' betekent in feite van niemand zijn. Niet van de tippelprostituees die zogenaamd met rust werden gelaten achter het Centraal Station, maar voor wie het toenmalige gemeentebestuur nauwelijks een vinger uitstak. Er was een opvanghuis, dat was alles. Niet van de Amsterdammers die met lede ogen moesten aanzien hoe hun stad ten prooi viel aan de verloedering.

Patijn kwam en zag de tippelprostituees en regelde een tippelzone. Zijn eerste poging, een zone inrichten in het stadsdeel Westerpark, verdiende geen schoonheidsprijs. Hij schroomde niet om dat te erkennen. Hij zag de overlast die coffeeshops veroorzaakten en besloot in overleg met de gemeenteraad de teugels strakker aan te halen. De recente anti-pornografische-kaartenactie mag tot meesmuilende commentaren hebben geleid, feit is dat het prettiger is om naar een bos tulpen te kijken op een ansichtkaart dan naar een uit zijn voegen gebarsten geslachtsdeel dat als kunst wordt gepresenteerd. “Patijn zou moeten weten dat Amsterdam altijd een seksparadijs is geweest”, schreef een Amsterdammer in een boze reactie op de kaartenactie in een krant. Alsof seks en paradijs altijd samen gaan. “Hij wordt nooit een Amsterdammer.” De vraag is, of dat moet.

    • Anneke Visser