Emmense topmanagers vechten schorsing aan

EMMEN, 15 APRIL. De beide Emmense topmanagers, die worden beschuldigd van machtsmisbruik, hebben bij het college van B en W een officieel bezwaar ingediend tegen hun schorsing. Zij eisen daarin onmiddellijke terugkeer op hun werkplek. Het tweetal, de directeur middelen H. Boersma en algemeen directeur G.J van den Elst, werd enkele weken geleden geschorst op grond van een onderzoeksrapport van managementsbureau Boer Croon Group (BCG), dat door het college was ingeschakeld om vermeend machtsmisbruik van de directeuren te onderzoeken.

BCG stelt dat er in het ambtenarenkorps een sfeer van angst heerst, veroorzaakt door een arrogante en agressieve stijl van leidinggeven door de beide topmanagers. Hun advocaat G. van Amstel stelt in het bezwaarschrift dat het BCG-rapport geen reden kan zijn voor schorsing, omdat de inhoud “aperte onjuistheden”, “ongrijpbare vaagheden”, “algemene en anonieme beschuldigingen” en “suggestieve vooronderstellingen” bevat, waartegen zijn cliënten zich niet konden verweren.

Volgens de advocaat luidde de opdracht aan BCG een algemeen onderzoek te houden naar de verhoudingen en de werkwijze van bestuurlijk en ambtelijk management en personeel. “Maar van de 24 pagina's tekst gaat er 15 over mijn cliënten.” Van Amstel vindt het juridisch onjuist dat Boersma en Van den Elst niet zijn ingelicht dat het onderzoek zich op hun gedrag en werkwijze toespitste. Laakbaar vindt hij het dat zijn cliënten niet in de gelegenheid zijn gesteld om op de beschuldigingen te reageren. De directeuren konden pas nadat het rapport openbaar was reageren, aldus de advocaat. Zij hebben dat ervaren als een “aanbod om zelf nog een schep zand te gooien op de kist waarin men reeds ligt”.

Van Amstel hekelt met name de vaagheid van het rapport. De genoemde feiten zouden zijn gebaseerd op anonieme verklaringen. Dat de normen niet worden omschreven is een gebrek. Daardoor is het rapport een “volstrekt subjectief waardeoordeel van enkele onderzoekers”. De topmanagers zijn zich niet er niet van bewust anders gehandeld te hebben dan binnen hun bevoegdheden, gebaseerd op door het gemeentebestuur vastgesteld beleid. “Aanmatigend gedrag en machtsvertoon”, zo schrijft Van Amstel in zijn bezwaarschrift, “zijn uiterst subjectief.” Concrete voorbeelden hiervan ontbreken, evenals stukken die de feiten zouden kunnen onderbouwen. De conclusie machtsmisbruik is daarom te gemakkelijk getrokken en wordt niet gemotiveerd. Ongetwijfeld hebben Boersma en Van den Elst vijanden gemaakt, stelt de raadsman. “Zij hebben promotie gemaakt en daardoor mogelijk anderen gepasseerd. Zij hebben mensen moeten vertellen dat hun functie kwam te vervallen.” Wat hen is opgebroken is dat “terecht of niet terecht ongelukkigen” hun verhaal kwijt konden in de media. Het effect was “een zichzelf aanjagend vliegwiel”. Tot op de dag van vandaag is onduidelijk welke verdere maatregelen tegen de beide geschorste directeuren worden genomen. Van Amstel betwijfelt overigens of het bezwaar enig effect zal hebben. “Zelfs met een nieuw college biedt de afloop van deze procedure weinig kans op succes, omdat de gemeenteraad dezelfde samenstelling houdt. Daardoor zal een nieuw college geen kans krijgen een rigoureus ander standpunt in te nemen.” Onderzoeker J. Engelen verklaarde eerder dat de in het BCG-rapport genoemde beschuldigingen onderbouwd kunnen worden met op schrift gestelde en ondertekende verklaringen van ambtenaren. Ook zijn beide managers in de gelegenheid gesteld vooraf te reageren, maar dit aanbod zouden zij hebben afgewezen.